Staatsblad van de Republiek Suriname

WET van 6 februari 2006, houdende nadere wijziging van de Autobusdienstwet

 (G.B.1933 no. 100 zoals laatstelijk gewijzigd bij G.B. 1952 no. 6).


DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME,

In overweging genomen hebbende, dat ter waarborging van geIijke behandeling van staatsburgers van de Caraibische Gemeenschap het wenselijk is dat de Autobusdienstwet (G.B. 1933 no. 100 zoals laatstelijk gewijzigd bij G.B. 1952 no. 6) nader wordt gewijzigd.
Dit geschiedt op basis van het Herziene Verdrag van Chaguaramas;

Heeft, de Staatsraad gehoord, na goedkeuring door De Nationale Assemblee, bekrachtigd de onderstaande wet:

 

Artikel I

Er worden twee nieuwe leden toegevoegd aan artikel 3.

Het nieuw lid 3 luidt als voIgt:
Voor vergunningsaanvragen van zowel staatsburgers van Suriname, als staatsburgers van de Caraibische Gemeenschap gelden dezelfde voorwaarden ten aanzien van de verlening van vergunningen.

Het betreft voorwaarden en bepalingen die aan de vergunning worden
verbonden en ten aanzien van het tarief dat voor vervoer in rekening
mag worden gebraeht.

Het nieuw lid 4 luidt als voIgt:

Een persoon zal voor de toepassing van deze wet als staatsburger van een lidstaat worden besehouwd indien die persoon:
 

  1. de nationaliteit bezit van die staat;

  2. een ingezetene is van die lidstaat voorzover de beoogde rechten
    toevallen aan ingezetenen van de Republiek Suriname;

  3. een vennootsehappelijke of andere rechtspersoon is die naar het recht van en in een lidstaat van de Caraibisehe Gemeensehap is opgericht en door die staat wordt beschouwd bij haar te behoren met dien verstande dat zulk een vennootschappelijke of andere rechtspersoon:

    1. met winstoogmerk is opgericht en haar hoofdvestiging,
      centrale administratie en substantiele activiteiten heeft binnen de Caraibisehe Gemeensehap;
       

    2. voor tenminste 50% van haar aandelen kapitaal in eeonomisehe zin toebehoort aan staatsburgers genoemd in sub-paragrafen (1) en (2) van deze paragraaf en
       

  1. effectief wordt beheerd door staats burgers van lidstaten van de Caraibisehe Gemeensehap als bedoeld in subparagrafen (1),(2) en (3) van dit lid, met de bevoegdheid om de meerderheid van de bestuurders te benoemen of anderszins leiding te geven aan haar activiteiten.

Artikel II

  1. Deze wet wordt in het Staatsblad van de Republiek Suriname afgekondigd.

  2. Zij treedt in werking met ingang van de dag volgende op die van haar afkondiging en werkt terug tot en met 1 januari 2006.

  3. De Minister van Transport, Communicatie en Toerisme is belast met de uitvoering van deze wet.

Gegeven te Paramaribo, de 6e februari 2006

R. R. VENETIAAN

Uitgegeven te Paramaribo, de 6efebruari 2006
De Minister van Binnenlandse Zaken,

M.S.H. HASSANKHAN


MEMORIE VAN TOELICHTING

Suriname is, sinds haar toetreding op 30 mei 1994 tot het Verdrag van Chaguaramas van 4 juli 1973 lid van de Caraibische Gemeenschap Krachtens goedkeuring verleend bij wet van 27 juni 1995
(S.B. 1995 no. 59) werd Suriname vanaf juli 1995 lid van de Caraibische Gemeenschappelijke Markt.

De lidstaten van de Caraibische Gemeenschap zijn bij het Herziene Verdrag van Chaguaramas van 5 juli 2001 (door Suriname goedgekeurd bij wet van 10 maart 2003 S.B. 2003 no. 24) overeengekomen om de Caraibische economische integratie te verdiepen door de Caricom Single Market and Economy (CSME) op te richten. In dat kader hebben de lidstaten zich onder andere verplicht om nationale wettelijke en administratiefrechtelijke voorzieningen, die voor staatsburgers van andere lidstaten van de Caraibische Gemeenschap ten opzichte van eigen staatsburgers beperkingen betreffende vestiging, dienstverlening en kapitaalverkeer inhouden, te wijzigen en daarmede te bewerkstelligen dat ter zake daarvan staatsburgers van andere lidstaten van de Caraibische Gemeenschap op gelijke voet met eigen staatsburgers worden behandeld.

Ingevolge artikel 1 van de Autobusdienstwet (G.B. 1933 no. 100, zoals laatstelijk gewijzigd bij G.B. 1952 no. 6) is het exploiteren van een autobusdienst vergunningsplichtig.

De Minister van Transport, Communicatie en Toerisme is in artikel 3 van die wet de bevoegdheid toegekend om aan de vergunningen voorwaarden te verbinden die de veiligheid van het vervoer en een behoorlijk verkeer moeten verzekeren.

Hoewel deze voorschriften op zich geen ongunstigere behandeling van staatsburgers van andere lidstaten van de Caraibische Gemeenschap ten opzichte van eigen staatsburgers veronderstellen, is het met het oog op het bepaalde in artikel 37 lid 1 en lid 3 sub (b) van het Herziene Verdrag van Chaguaramas wenselijk om waarborgen te creeren dat bij de verlening van betreffende vergunningen en ten aanzien van voorwaarden die daaraan worden verbonden Staatsburgers van Caraibische iidstaten en Staatsburgers van Suriname op gelijke voet worden behandeld. Deze maatregelen hadden ingevolge hetgeen is overeengekomen op de 13e Conferentie van Staatshoofden van de Caraibische Gemeenschap vanaf 31 december 2003 van kracht moeten Zijn.

De onderhavige wet bewerkstelligt het beoogde doel door in artikel 3 van de wet twee nieuwe leden op te nemen.
Deze wetswijziging regelt de gelijkstelling van staatsburgers van andere Caricomlanden met Surinaamse staatsburgers. Derhalve is het noodzakelijk dat het reciprociteitsprincipe van kracht zal zijn bij de toepassing van deze wet.

Paramaribo, 6 februari 2006,

R. R. VENETIAAN

 

Design : S. Sabiran 
Ministry of Transport, Communication and Tourism
Paramaribo, Suriname September 2009