HOOFDSTUK 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Definities

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

aansluitpunt:

een eindpunt van de telecommunicatie infrastructuur, dat dient voor aansluiting van randapparatuur;

concessiehouder:

een rechtspersoon aan wie een concessie is verleend op grond van artikel 9 lid 1;

Directeurde

Directeur van de Telecommunicatie Autoriteit Suriname, bedoeld in artikel 2 lid 2.

draadomroepinrichting:

een inrichting of onderdeel daarvan, bestemd om met gebruik van kabels en kabelwerken of radioverbindingen tussen vaste punten, omroep programma's te verspreiden naar één of meer bij anderen in gebruik zijnde gronden, woningen dan wel niet tot woning dienende gebouwen of gedeelten van gebouwen;

gebruiker

iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die gebruik maakt van een openbare telecommunicatiedienst voor particuliere of zakelijke doeleinden zonder noodzakelijkerwijze op die dienst te zijn geabonneerd;

gereguleerde diensten

diensten waarvoor specifieke voorwaarden gelden om deze te leveren;

interconnectie

het op zodanige wijze met elkaar verbinden van al dan niet onderscheiden vormen van telecommunicatie-infrastructuur, die in beginsel niet met elkaar verbonden zijn, waardoor de gebruiker van een aansluitpunt op een bepaalde telecommunicatie infrastructuur (1) een verbinding kan opbouwen met een aansluitpunt op andere telecommunicatie-infrastructuur (2) toegang heeft tot diensten die over, andere telecommunicatie-infrastructuur worden aangeboden;

intern netwerk:

een samenstel van kabels en kabelwerken dat zich bevindt binnen een gebouw of een groep van gebouwen voor zover behorende tot één onderneming of instelling, al dan niet met elkaar verbonden door middel van radio-elektromagnetische zend- en ontvanginrichtingen, en waarmee diverse typen randapparatuur zowel onderling als met de telecommunicatieinfrastructuur zijn verbonden;

ITU-verdrag:

de op 22 december 1992 te Genève tot stand gekomen Constitutie en Conventie van de Internationale Telecommunicatie Unie met de daarbij behorende bijlagen en reglementen (goedgekeurd bij Wet van 22 mei 1995, S.B. 1995 no. 53), met inbegrip van daarin nadien aangebrachte wijzigingen;

kabels:

geleidingen bestemd voor telecommunicatie

kabelnet:

telecommunicatie-infrastructuur verbonden aan en ten behoeve van het functioneren van draadomroep- en kabel inrichtingen;

kabelwerken:

de bij kabels behorende ondersteuningswerken,beschermingswerken en signaalinrichtingen, alsmede inrichtingen, bestemd om daarin verbinding tot stand te brengen tussen kabels in, op of boven openbare gronden enerzijds en kabels in gebouwen en daarmee één geheel vormende gronden anderzijds dan wel tussen laatstgenoemde kabels onderling;

Minister:

de Minister belast met de zorg voor het communicatiewezen;

mobiele infrastructuur:

de elementen van een openbaar telecommunicatienetwerk die geheel of gedeeltelijk worden gebruikt voor de levering van de mobiele openbare telefoondienst;

mobiele diensten:

diensten die bestaan uit de directe overdracht en routering van signalen en het daarbij tot stand brengen van radiocommunicatie met een mobiele gebruiker die gebruik maakt van een aansluitpunt van een telecommunicatienetwerk, dat zich niet op vaste locaties bevindt;

niet -gereguleerde diensten:

diensten waarvoor geen specifieke voor waarden gelden om deze te leveren;

nummer:

cijfers, letters of andere symbolen, aldan niet in combinatie, die dienen voor toegang tot of identificatie van gebruikers, aansluitpunten, aanbieders van telecommunicatie-infrastructuur en aanbieders van telecommunicatiediensten;

nummeridentificatie:

faciliteit om, voordat de verbinding tot stand wordt gebracht: (1) het nummer van het oproepende aansluitpunt aan het opgeroepen aansluitpunt te verstrekken, (2) het nummer van het opgeroepen aansluitpunt aan het oproepende aansluitpunt te verstrekken;

nummerplan:

een plan, houdende de bestemming van nummers, daaronder mede begrepen gegevens over lengte en samenstelling van de in het plan opgenomen nummers

omroepprogramma:

een programma van woord-, toon- of 'beeldinhoud, bestemd voor allen die deze wensen te ontvangen;

openbare gronden:

de openbare wegen met inbegrip vande daartoe behorende stoepen, glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, duikers, beschoeiingen en andere werken,(2) de wateren met de daartoe behorende bruggen, de plantsoenen, pleinen en andere plaatsen, welke tot gemene dienst van allen bestemd zijn, (3) de spoorwegen met de daarbij behorende terreinen;

openbare telecommunicatiedienst

telecommunicatiedienst die beschikbaar is voor het publiek;

President

de President van de Republiek Suriname;

Raad

de Raad van Commissarissen van de Telecommunicatie Autoriteit Suriname, bedoeld in artikel 5;

radio- elektromagnetische zend-en ontvanginrichtingen:

Installaties die op basis van elektro-magnetische golven dienen als transport van informatie;

randapparatuur:

een inrichting of samenstel van inrichtingen, bestemd voor rechtstreekse aansluiting op de telecommunicatie-infrastructuur door middel van een aansluitpunt;

TAS:

de Telecommunicatie Autoriteit Suriname, bedoeld in artikel 2 lid 1;

telecommunicatie:

iedere overdracht, uitzending of ontvangst van signalen van welke aard ook door middel van kabels, langs radio-elektromagnetische weg of door middel van optische of andere elektromagnetische systemen;

telecommunicatie-infrastructuur:

een stelsel van inrichtingen met daarbijbehorende middelen, bestemd voor telecommunicatie die, geheel of gedeeltelijk, openbare gronden overschrijdt, welk stelsel is begrensd door daartoe behorende aansluitpunten en met inbegrip van de aansluitingen op de telecommunicatie-inrichtingen in het buitenland;

Telesur:

het Telecommunicatiebedrijf Suriname;

vaste verbinding:

een mogelijkheid voor het directe transport van signalen tussen twee aansluitpunten, waarvan de totstandkoming niet door de gebruiker via een aansluitpunt kan worden beïnvloed;

vergunninghouder:

een rechtspersoon en/of natuurlijke persoon aan wie een vergunning is verleend.