HOOFDSTUK 10

BEPALINGEN INZAKE DE GEDOOGPLICHT VOOR DE AANLEG, INSTANDHOUDING EN OPRUIMING VAN KABELS EN KABELWERKEN, BEHORENDE TOT DE TELECOMMUNICATIE-INFRASTRUCTUUR

Artikel 70 Algemeen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden kabelwerken met kabels gelijkgesteld.

Artikel 71 Algemene gedoogplicht

Een ieder is, behoudens het bepaalde in artikel 72 en onverminderd het recht op schadevergoeding, verplicht de aanleg en de instandhouding van kabels ten dienste van de telecommunicatie-infrastructuur in en op openbare gronden, alsmede de opruiming daarvan, te gedogen.

Deze verplichting strekt zich wat betreft de kabels bestemd voor langeafstandscommunicatie tevens uit tot alle andere gronden, uitgezonderd afgesloten tuinen en erven die met bewoonde percelen n geheel vormen.

Door de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels wordt geen verandering in de bestemming en zo min mogelijk belemmering in het gebruik van de gronden gebracht.

Artikel 72 Overeenstemming met gedoogplichtige

Indien een concessiehouder of vergunninghouder het voornemen heeft werkzaamheden uit te voeren in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels, bedoeld in artikel 71 lid 2, streeft hij naar overeenstemming met degene op wie een gedoogplicht rust over de plaats en wijze van uitvoering van het werk.

Bij gebreke van overeenstemming stelt de desbetreffende concessiehouder degene op wie de gedoogplicht rust, onverwijld schriftelijk in kennis van de voorgenomen plaats en wijze van uitvoering van het werk; bij degene op wie een gedoogplicht rust kan binnen veertien dagen na ontvangst van die kennisgeving een bezwaarschrift indienen bij de TAS. J

De TAS neemt, gehoord partijen, binnen twee maanden na ontvangst van het bezwaarschrift een met redenen omklede beslissing.

Het bezwaarschrift schorst de uitvoering van het voornemen.

Artikel 73 Schadevergoeding

De in artikel 71 bedoelde schadevergoeding is bedoeld voor eigenaren en beheerders van openbare gronden en beperkt zich tot de vergoeding van de kosten der voorzieningen en van de meerdere kosten van onderhoud.

Artikel 74 Bijzondere gedoogplicht

Onverminderd het bepaalde bij artikel 71 en onverminderd het recht op schadevergoeding, is een ieder verplicht ten dienste van de telecommunicatie-infrastructuur te gedogen dat:

a. kabels boven gronden, gebouwen en wateren worden aangeleg en in stand gehouden, op voorwaarde dat er geen aanhechting of aanraking plaatsvindt;

b. in en aan gebouwen, alsmede in en op gronden die daarmee n geheel vormen, kabels en aansluitpunten worden aangelegd en in stand gehouden ten behoeve van aansluitingen in die gebouwen en in naburige gebouwen;

c. de onder a en b van dit artikel bedoelde kabels worden opgeruimd.

Door de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels wordt geen verandering teweeg gebracht in de bestemming van hetgeen waarin, waarop, of waarboven de kabels zijn of worden aangelegd alsmede zo min mogelijk verandering aan het uiterlijk en zo min mogelijk belemmering het gebruik ervan.

Op de aanleg van kabels ingevolge dit artikel is het bepaalde bij artikel 72 niet van toepassing.

Artikel 75 Eigendom

De aanleg van kabels en aansluitpunten door een concessiehouder in en op gronden, alsmede in en aan gebouwen van anderen, brengt geen wijziging in de eigendom van hetgeen is aangelegd.

Lid 1 van dit artikel is mede van toepassing op kabels en aansluitpunten die zijn aangelegd vr het tijdstip waarop deze bepaling in werking treedt.

Artikel 76 Verplaatsing

Elke concessiehouder of vergunninghouder is verplicht op eigen kosten tot verplaatsing van kabels ten dienste van de telecommunicatie-infrastructuur over te gaan, indien deze verplaatsing nodig is voor de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door of vanwege degene op wie een gedoogplicht rust.

In andere gevallen dan in lid 1 van dit artikel bedoeld, gaat de concessiehouder of vergunninghouder slechts tot de in lid 1 van dit artikel bedoelde verplaatsing over, indien de verzoeker hem de kosten daarvan vergoedt.

Bij het ontbreken van overeenstemming over de kosten zijn artikel 72 leden 2 en 3 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 77 Inkorten beplantingen

Rechthebbenden ten aanzien van bomen of beplantingen zijn, behoudens het recht op schadevergoeding, verplicht deze op verzoek van een concessiehouder of vergunninghouder te snoeien dan wel de wortels of takken daarvan in te korten, voor zover deze als een hinder ondervonden worden bij het aanleggen, onderhouden en exploiteren van de telecommunicatie infrastructuur.

Indien de rechthebbende niet binnen veertien dagen na ontvangst van een schriftelijke kennisgeving aan zijn verplichting voldoet, kan op schriftelijke last van de TAS daaraan door de desbetreffende concessiehouder of vergunninghouder uitvoering worden gegeven.j

In geval van ernstige belemmering of storing van de telecommunicatie kan onmiddellijk tot het opsnoeien dan wel inkorten van wortels of taken worden overgegaan, waarna zo spoedig mogelijk hiervan schriftelijk de rechthebbende wordt kennisgegeven.

Artikel 78 Bevoegde rechter

De eis tot schadevergoeding, bedoeld in de artikelen 71, 74 en 77 wordt onafhankelijk van hetgeen gevorderd wordt, aanhangig gemaakt bij de kantonrechter in wiens rechtsgebied de onroerende zaak waaraan de schade wordt toegebracht, is gelegen.

Indien de onroerende zaak in meer dan n kanton is gelegen, wordt de eis aanhangig gemaakt bij n van de kantonrechters, zulks ter keuze van de eiser.

Tegen de uitspraak van de kantonrechter staat hoger beroep open.

De bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn op de gedingen, bedoeld in dit artikel, van toepassing voor zover daarvan in de leden 1 en 2 van dit artikel niet is afgeweken.

Ook voordat omtrent de schadevergoeding overeenstemming verkregen of uitspraak gedaan is, kan tot de uitvoering van de in de artikelen 71, 74 en 77 bedoelde werkzaamheden worden overgegaan.

Artikel 79 Toegang tot percelen

Ten behoeve van de werkzaamheden voor de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en aansluitpunten ten dienste van de telecommunicatie-inftastructuur, hebben de hiermee belaste personen te allen tijde toegang tot de percelen, voor zover de betreding daarvan ter vervulling van hun taak redelijkerwijs noodzakelijk is.

Is voor de toegang, bedoeld in lid 1 van dit artikel, het betreden van een woning vereist, dan treden de personen, bedoeld in lid 1 van dit artikel, tegen de wil van de bewoner niet binnen dan onder begeleiding van een hulpofficier van justitie of voorzien van een bijzondere schriftelijke last van een hulpofficier van justitie.

In geval er schade wordt veroorzaakt bij de uitvoering van de in lid 1 van dit artikel genoemde werkzaamheden zal deze moeten worden vergoed.

Artikel 80 Draadomroepinrichtingen

De artikelen 70 tot en met 79 zijn van overeenkomstige toepassing op de vergunninghouders van een draadomroepinrichting, met dien verstande dat in de artikelen 71 lid 1, 74 lid 1, 77 lid 1 en 79 lid 1 het begrip "telecommunicatie-infrastructuur" wordt vervangen door: draadomroepinrichting.