HOOFDSTUK 13

TOEZICHT

Artikel 84 Toezicht bij de TAS

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde is belast de TAS.

Artikel 85 Bestuursdwang

De TAS heeft de bevoegdheid tot het doen wegnemen, beletten, verrichten en in de vorige toestand herstellen van hetgeen in strijd met de vastgestelde regels of met ingevolge die regels opgelegde verplichtingen is of wordt gedaan, gehouden, nagelaten of weggenomen, desnoods met behulp van de sterke arm; in geval de bijstand van de sterke arm wordt ingeroepen geeft de Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie daartoe, op vordering van de TAS, de nodige bevelen.

De overtreder is de kosten, verbonden aan de toepassing van lid 1 van dit artikel, verschuldigd, tenzij de kosten redelijkerwijs niet te zijner laste behoren te komen.

De TAS kan van de overtreder bij dwangbevel de ingevolge in lid 2 van dit artikel bedoelde verschuldigde kosten, verhoogd met de op de invordering vallende kosten, invorderen.

Het dwangbevel wordt op kosten van de overtreder bij deurwaards exploit betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Gedurende zes weken na betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door het aanhangig maken van een daarop gericht geding bij de Kantonrechter.

Het verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel.

Op verzoek van de TAS kan de rechter de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen.

Artikel 86 Last onder dwangsom

De TAS kan in plaats van bestuursdwang als bedoeld in artikel 85 in de gevallen waarin op grond van artikel 85 lid I bestuursdwang kan worden uitgeoefend, een last onder dwangsom opleggen; voor het opleggen van een last onder dwangsom wordt niet gekozen, indien het gelaedeerde belang zich daartegen verzet.

De dwangsom bedraagt ten hoogste vijf duizend Surinaamse Dollars per dag en komt toe aan de TAS.

De TAS kan het bedrag van de dwangsom, verhoogd met de op de invordering vallende kosten, bij dwangbevel invorderen; artikel 85 leden 4 tot en met 7 zijn van overeenkomstige toepassing.

Zendverbod Artikel 87

Indien niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels ten aanzien van de aanleg, het aanwezig hebben of het gebruik van een radio-elektromagnetische zendinrichting, is de TAS bevoegd om aan de houder van desbetreffende zendinrichting:

a. een geheel of gedeeltelijk zendverbod op te leggen;

b. de inrichting op kosten van de houder van de inrichting te doen verzegelen en in bewaring te doen nemen.

De houder van een telecommunicatie-inrichting ten aanzien waarvan een dwangmaatregel als bedoeld in lid 1 onder a of b van dit artikel is genoemd, is verplicht deze dwangmaatregel na te leven dan wel te gedogen.

Artikel 88 Administratieve boete

.In geval van overtreding van de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels kan de TAS, na de betrokkene eerst schriftelijk in gebreke te hebben gesteld, een administratieve boete opleggen van ten hoogste vijftigduizend Surinaamse Dollars.

De bevoegdheid tot het opleggen van een boete vervalt vijf jaar na vaststelling door de TAS van de overtreding.

De bevoegdheid tot het opleggen van een boete vervalt voorts, indien terzake de overtreding op grond waarvan de boete kan worden opgelegd, tegen de overtreder een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge artikel 27 van de Wet Economische Delicten.

Het recht tot strafvordering vervalt, indien de TAS aan de betrokkene terzake hetzelfde feit reeds een boete heeft opgelegd.

Artikel 89 Toezichthoudende functionarissen

De toezichthoudende taken worden uitgeoefend door daartoe door de Directeur aangewezen functionarissen van de TAS in overleg met de Procureur Generaal bij het Hof van Justitie.!

De Directeur verschaft de door hem/haar aangewezen functionarissen bedoeld in lid 1 van dit artikel, een legitimatiebewijs waaruit hun bevoegdheid tot het houden van toezicht blijkt.

De in lid 1 van dit artikel bedoelde functionarissen tonen op verzoek van belanghebbenden bij de uitoefening van hun taak hun legitimatiebewijs.

Artikel 90 Inlichtingen

De in artikel 89 bedoelde functionarissen zijn bevoegd inlichtingen vragen die zij voor de vervulling van hun taak nodig achten.

Degenen die een beroep uitoefenen of in een bedrijf werkzaam zijn, zijn verplicht de hun in die hoedanigheid gevraagde inlichtingen volledig naar waarheid te verstrekken

Degenen die uit hoofde van hun beroep of ambt tot geheimhouding verplicht zijn, kunnen zich verschonen van het verschaffen van inlichtingen, doch uitsluitend voor zover het betreft hetgeen hun in die hoedanigheid is toevertrouwd.

Artikel 91 Inzage boeken

De in artikel 89 bedoelde functionarissen zijn bevoegd:

a. kennisneming te vorderen van boeken en andere zakelijke bescheiden en van gegevens die langs geautomatiseerde weg worden verwerkt, voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor vervulling van hun taak;

b. voor korte tijd afgifte van bescheiden en gegevens te vorderen, dan wel vastlegging en afgifte van de vastlegging voor het maken van afschriften te vorderen.

Degenen die gehouden zijn te beschikken over bescheiden en gegevens als bedoeld in lid 1 van dit artikel, kunnen zich niet beroepen op de afwezigheid ervan, tenzij zij kunnen aantonen dat zij er niet over kunnen beschikken.

Degenen die uit hoofde van hun beroep of ambt tot geheimhouding verplicht zijn, kunnen zich verschonen van het bieden van kennisneming doch uitsluitend voor zover het betreft hetgeen hun in die hoedanigheid is toevertrouwd.

 

Arrtikel 92 Toegang locaties

De in artikel 89 bedoelde functionarissen hebben toegang tot elke plaats, niet zijnde een woning, voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de vervulling van hun taak, waarbij zij zich zonodig toegang verschaffen met behulp van de sterke arm.

De in artikel 89 bedoelde functionarissen zijn bevoegd zich te doen vergezellen van door hen aangewezen personen.

Artikel 93 Toegang tot woningen

De in artikel 89 bedoelde functionarissen hebben toegang tot woningen en tot woning dienende gedeelten van vaartuigen waarin, naar zij redelijkerwijs kunnen veronderstellen, handelingen worden verricht waarop het bij en krachtens deze wet bepaalde van toepassing is, voor zover het binnentreden redelijkerwijs nodig is voor de vervulling van hun taak.

Een woning treden zij echter tegen de wil van de bewoner niet binnen zonder vergezeld te zijn van een hulpofficier van justitie of van een door het Openbaar Ministerie afgegeven bijzondere schriftelijke last tot binnentreding.

Artikel 94 Medewerking

Een ieder is verplicht aan de in artikel 89 bedoelde functionarissen alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is bij de uitoefening van hun bevoegdheden.

Bij het verlenen van medewerking is een ieder gehouden de aanwijzingen van de genoemde functionarissen te volgen en hun de benodigde bijstand en hulpmiddelen kosteloos te verstrekken, bij gebreke waarvan deze functionarissen op kosten van de betrokkene in het nodige kunnen voorzien.

Artikel 95 Zwijgrecht

Indien de in artikel 89 bedoelde functionarissen beschikken over een redelijk vermoeden dat een natuurlijke of rechtspersoon een overtreding heeft begaan, is deze niet verplicht terzake een verklaring af te leggen; deze persoon wordt hiervan in kennis gesteld, voordat hem mondeling terzake om informatie wordt gevraagd.