HOOFDSTUK 16

STRAFBEPALINGEN

Artikel 105 Concessie

Degene die zonder een daartoe strekkende concessie telecommunicatie infrastructuur aanlegt, ontwikkelt en exploiteert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of een geldboete van ten hoogste vijftien miljoen Surinaamse Dollars of een combinatie van beide straffen.

Artikel 106 Call back, publieke telefoon, telefoonlijsten

Degene die het bepaalde in de artikelen 15, 16 en 17 overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of een geldboete van ten hoogste tien miljoen Surinaamse Dollars of een combinatie van beide straffen.

Artikel 107 Diensten die internationale werking hebben

Degene die het bepaalde in artikel 18 overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of een geldboete van ten hoogste tien miljoen Surinaamse Dollars of een combinatie van beide straffen.

Artikel 108 Afwijking nummerplan, aftapverbod

Degene die het bepaalde in de artikelen 29 en 32 overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van ten hoogste twaalf miljoen Surinaamse Dollars of een combinatie van beide straffen.

Artikel 109 Radio-elektromagnetische zend- en ontvanginrichtingen

Degene die zonder concessie of een door de TAS afgegeven vergunning radio-elektromagnetische zendinrichtingen aanlegt, aanwezig heeft of gebruikt dan wel exploiteert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of een geldboete van ten hoogste tien miljoen Surinaamse Dollars of een combinatie van beide straffen.

Degene die het bepaalde in artikel 46 overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of een geldboete van ten hoogste acht miljoen Surinaamse Dollars of een combinatie van beide straffen.

Degene die het bepaalde in artikel 54 overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of een geldboete van ten hoogste tien miljoen Surinaamse Dollars of een combinatie van beide straffen.

Artikel 110 Draadomroepinrichting

Degene die zonder concessie of een door de TAS afgegeven vergunning een draadomroepinrichting aanlegt, aanwezig heeft of gebruikt dan wel exploiteert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of een geldboete van ten hoogste tien miljoen Surinaamse Dollars of een combinatie van beide straffen.

Degene die het bepaalde in artikel 51 overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of een geldboete van ten hoogste acht miljoen Surinaamse Dollars of een combinatie van beide straffen.

Degene die het bepaalde in artikel 97 overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of een geldboete van ten hoogste tien miljoen Surinaamse Dollars of een combinatie van beide straffen.

Artikel 111 Kabelinrichting

Degene die het bepaalde in artikel 53 overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of een geldboete van ten hoogste tien miljoen Surinaamse Dollars of een combinatie van beide straffen.

Artikel 112 Koppeling infrastructuur, randapparatuur, elektromagnetische compatibiliteit

Degene die het bepaalde in de artikelen 54, 55,68 en 69 overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of een geldboete van ten hoogste acht miljoen Surinaamse Dollars of een combinatie van beide straffen.

Artikel 113 Omroep

Degene die zonder vergunning omroepprogramma's langs welke weg dan ook vanuit enig punt in Suriname verspreidt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of een geldboete van ten hoogste tien miljoen Surinaamse Dollars of een combinatie van beide straffen.

Artikel 114 Opgedragen diensten

De concessiehouder die nalaat de diensten als bedoeld in artikel 14 te verzorgen, wordt gestraft met een geldboete van ten hoogste twintig duizend Surinaamse Dollars.

Artikel 115 Interconnectie

De concessiehouder die nalaat de handelingen ais bedoeld in de artikelen II en 12 te verlenen, wordt gestraft met een geldboete van ten hoogste vijftig duizend Surinaamse Dollars.

Artikel 116 Alarmnummers, aftapbaarheid, beveiliging

De concessiehouder die nalaat de handelingen als bedoeld in de artikelen 31, 33, 34 en 35 te verrichten, wordt gestraft met een geldboete van ten hoogste vijf en zeventig duizend Surinaamse Dollars.

Artikel 117 Internationale verplichtingen

De concessiehouder die nalaat de verplichtingen als bedoeld in artikel 36 na te komen, wordt gestraft met een geldboete van ten hoogste twintig duizend Surinaamse Dollars.

Artikel 118 Blikseminslag

De concessiehouder die nalaat de nodige voorzieningen aan te brengen ter bescherming van de telecommunicatie-infrastructuur tegen blikseminslag, wordt gestraft met een geldboete van ten hoogste veertig duizend Surinaamse Dollars.

Artikel 119 Geheimhoudingsplicht

Degene die het bepaalde in artikel 104 overtreedt, wordt gestraft met een geldboete van ten hoogste vijf en zeventig duizend Surinaamse Dollars.

Artikel 120 Kwalificatie strafbare feiten

De in de artikelen 105 tot en met 113 strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.

De in de artikelen 114 tot en met 119 strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.

Artikel 121 Strafbaarstelling rechtspersoon

Indien een feit bij deze wet strafbaar gesteld, begaan wordt door of vanwege een rechtspersoon, kan de strafvervolging worden ingesteld en kunnen de in deze wet voorziene straffen en maatregelen, indien deze daarvoor in aanmerking komen, worden uitgesproken tegen:

a. die rechtspersoon;

b. de in Suriname gevestigde leden van het bestuur en bij ontstentenis of belet van die leden tegen de vertegenwoordiger.van de rehtspersoon in Suriname;

c. degenen die tot het begaan van het feit opdracht hebben gegeven alsmede degenen die feitelijk leiding aan de verboden gedraging hebben gegeven, of de onder a, b en c genoemden tezamen.

Een strafbaar feit wordt begaan door of vanwege een rechtspersoon, indien het begaan wordt door personen die, hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking, hetzij uit andere hoofde, handelen in de sfeer van die rechtspersoon, ongeacht of deze personen ieder afzonderlijk het stratbare feit hebben begaan dan wel bij hen gezamenlijk de elementen van dat feit aanwezig zijn.

Indien een stra{vervolging wordt ingesteld tegen een rechtspersoon, wordt deze tijdens de vervolging vertegenwoordigd door één van de bestuurders, in persoon of bij gemachtigde; de rechter kan de persoonlijke verschijning van een bepaalde bestuurder bevelen.

Indien een strafvervolging wordt ingesteld tegen een rechtspersoon, geschiedt de uitreiking van gerechtelijke mededelingen aan de plaats waar het bestuur zitting of kantoor houdt of aan de woonplaats van de hoofdbestuurder of een andere bestuurder; in geval de uitreiking betreft een gerechtelijk schrijven als bedoeld in artikel 515 van het Wetboek van Strafvordering, dan is artikel 517 leden 2 en 3 van dat Wetboek van overeenkomstige toepassing.

Het bepaalde in dit artikel is mede van toepassing op de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid, de maatschap, enige andere vereniging van personen en het doelvermogen; geen straf wordt uitgesproken tegen het lid van het bestuur of tegen de vertegenwoordiger, van wie blijkt dat het feit buiten zijn toedoen is gepleegd.