HOOFDSTUK 4

UNIVERSELE DIENSTVERLENING

Artikel 40

In het algemeen maatschappelijk belang worden bij staatsbesluit openbare telecommunicatiediensten of daarmee samenhangende voorzieningen aangewezen die voor een ieder tegen een betaalbare prijs en van een bepaalde kwaliteit beschikbaar moeten zijn.

In het algemeen maatschappelijk belang worden bij of krachtens staatsbesluit regels vastgesteld over de hoogte van de in lid I van dit artikel bedoelde prijs en over het vereiste kwaliteitsniveau; bij de hoogte van de prijs kan onderscheid worden gemaakt tussen groepen gebruikers.

Ter ondersteuning en begeleiding van de nationale informatie, communicatie en technologische ontwikkeling zal bij Staatsbesluit een nationaal Informatie, Communicatie en Technologisch instituut worden ingesteld. In dit staatsbesluit zullen regels ten aanzien van de financiering mede vastgesteld worden. Er zal een fonds worden gevormd voor de financiering van dit ICT instituut, aan welk fonds alle aanbieders van de informatie en communicatiediensten een bijdrage zullen dienen te leveren, evenals de concessiehouders. Bij Staatsbesluit zullen nadere regels ten aanzien van de financiering worden vastgesteld. Dit nationaal instituut zal rechtstreeks ressorteren onder de President, die een Minister kan belasten met de uitvoering.

Artikel 41

De President kan, op advies van de Minister, in de concessie als voorwaarde opnemen dat de concessiehouder universele diensten dient te verlenen, onder voorwaarde dat zulk een dienstverlening in een transparante, non-discriminatoire en concurrentie-neutrale sfeer plaatsvindt.

Een concessiehouder, die middels zijn concessie gehouden is universele diensten te verlenen, dient dit te doen tegen een betaalbare prijs overeenkomstig het in artikel 40 lid 2 bedoelde staatsbesluit.

Artikel 42 Universele Dienstverleningsfonds

Er wordt een fonds opgericht, genaamd Universele Dienstverleningsfonds, welk fonds beheerd zal worden door de TAS in overeenstemming met regels vastgesteld bij resolutie.

Elke concessiehouder zal bijdragen aan het fonds.

De Minister zal, op advies van de TAS, vaststellen welk percentage van het bruto inkomen de concessiehouder zal moeten bijdragen aan het fonds; het bij te dragen percentage zal voor alle concessiehouders hetzelfde zijn.

De President zal, op advies van de Minister, na de TAS te hebben gehoord specificeren voor welke diensten en in welke gebieden concessionarissen aanspraak maken op betalingen uit het fonds indien zij in betreffende gebieden de aangewezen dienst hebben aangeboden.

Artikel 43 Doel van het Universele Dienstverleningsfonds

Het fonds zal, op advies van de TAS, gebruikt worden om elke concessiehouder die krachtens artikel 40 opgedragen wordt universele diensten te verlenen, te compenseren of om universele dienstverlening te stimuleren.

Door de President zal, door tussenkomst van de Minister, de hoogte van de te betalen compensaties, als bedoeld in lid I van dit artikel, berekend worden op grond van de concessievoorwaarden en in overeenstemming met de regels vastgesteld bij resolutie.

De TAS zal de in het vorige lid genoemde compensaties betalen aan de betrokken concessiehouders.

Bij het vaststellen van regels, zoals aangegeven in lid 2 van dit artikel, zal de Minister ook geleid worden door de werkelijke kosten die de concessiehouder heeft bij het verlenen van bedoelde universele diensten.