HOOFDSTUK 5

TELECOMMUNICATIE-INRICHTINGEN VAN BIJZONDERE AARD OF BEPERKTE OMVANG

ß 1. Inleidende bepaling

Artikel 44 Algemeen

Het is anderen dan een concessiehouder slechts toegestaan telecommunicatie-inrichtingen van bijzondere aard of beperkte omvang als bedoeld in dit hoofdstukaanwezig te hebben, aan te leggen, in stand te houden, te gebruiken en teexploiteren met inachtneming van het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.

ß 2. Radio-elektromagnetische zend- en ontvanginrichtingen

Artikel 45 Radio-elektromagnetische zendinrichtingen

Elke samenvoeging van onderdelen, geschikt om daannede een radio-elektromagnetische zendinrichting te vormen, wordt voor de toepassing van deze paragraaf met een radio-elektromagnetische zendinrichting gelijkgesteld.

Artikel 46 Vergunningvereiste voor een radiozender

Het is, anders dan krachtens concessie verboden radio-elektromagnetische zendinrichtingen aanwezig te hebben, aan te leggen of te gebruiken dan wel te exploiteren, tenzij krachtens een door de TAS afgegeven vergunning.

Bij of krachtens staatsbesluit kunnen radio-elektromagnetische zendinrichtingen worden aangewezen waarvoor geen vergunning als bedoeld in lid I van dit artikel is vereist.

Bij of krachtens staatsbesluit kunnen regels worden vastgesteld met betrekking tot:

a. de in lid 1 van dit artikel bedoelde vergunningen;

b. de aanleg, het aanwezig hebben en het gebruik van radio-elektromagnetische zendinrichtingen, ongeacht of daarvoor een vergunning is vereist.

De in lid 3 van dit artikel bedoelde regels strekken ter waarborging van een doelmatig gebruik van de ether; zij kunnen mede strekken ten dienste van een doelmatige verzorging van de telecommunicatie in het algemeen maatschappelijk en economisch belang.

De in lid 3 van dit artikel bedoelde regels hebben in ieder geval betrekking op:

c. het verlenen van vergunningen als bedoeld in lid I van dit artikel, waarbij een onderscheid kan worden gemaakt naar de duur van de vergunning, de aard van de radio-elektromagnetische zendinrichting, het doel waarvoor de vergunning wordt verleend, de aan die vergunningen te verbinden voorschriften alsmede de beperkingen waaronder zij kunnen worden verleend;

d. de bevoegdheid tot het bedienen van daarbij te omschrijven categorieŽn van radio-elektromagnetische zendinrichtingen;

e. de aan radio-elektromagnetische zendinrichtingen te stellen technische eisen;

f. het voorkomen en opheffen van belemmeringen en storingen die radio-elektromagnetische zendinrichtingen teweeg brengen in daarbij te omschrijven inrichtingen;

g. de keuring van een radio-elektromagnetische zendinrichting;

h. hetgeen nodig is ter uitvoering van de voor Suriname bindendeverdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties;

i. het in de uitoefening van beroep of bedrijf vervaardigen, verhandelen, installeren of herstellen van radio-elektromagnetische zendinrichtingen.

Een vergunning wordt geweigerd, indien:

j. verlening daarvan in strijd zou zijn met de krachtens lid 5 van dit artikel vastgestelde regels;

k. een doelmatig gebruik van de ether dit vordert;

l. een doelmatige verzorging van de telecommunicatie in het algemeen maatschappelijk en economisch belang dit vordert;

m. deze is gevraagd voor het verspreiden van omroepprogramma's en de verlening in strijd zou zijn met de bij of krachtens wet toegestane verspreiding van omroepprogramma's;

n. een eerder verleende vergumring als bedoeld in lid 1 van dit artikel is ingetrokken:

1e. op grond van het bepaalde in artikel 101 lid 1 onder a;

2e. wegens overtreding van de bij of krachtens deze wet

o. vastgestelde regels dan wel van de aan de vergunning verbonden voorschriften of de beperkingen waaronder zij is verleend;

p. de aanvrager niet heeft voldaan aan nog op hem rustende verplichtingen welke voortvloeien uit een eerder aan hem verleende vergunning;

q. de aanvraag niet voldoet aan de daarvoor krachtens artikel 48 lid 1 vastgestelde regels.

Een vergunning wordt ingetrokken, indien:

r. de vergunninghouder daarom verzoekt;

s. de gronden, waarop de vergunning is verleend, zijn vervallen;

t. de vergunninghouder de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels dan wel de aan de vergunning verbonden voorschriften en de beperkingen waaronder zij is verleend niet nakomt;

u. een doelmatig gebruik van de ether dit vordert;

v. een doelmatige verzorging van de telecommunicatie in het algemeen maatschappelijk en economisch belang dit vordert.

Artikel 47 Ontheffing

Het is degene, die krachtens artikel 46 leden 1 en 2 gerechtigd is een telecommunicatie-inrichting aan te leggen, te ontwikkelen of te gebruiken, verboden die inrichting te gebruiken om voor derden:

a. diensten omschreven krachtens artikel 14 lid 1 te verzorgen;

b. andere vormen van telecommunicatie te verzorgen dan bedoeld onder a van dit lid anders dan door middel van de telecommunicatieintrastructuur.

De TAS kan ten aanzien van radio-elektromagnetische zendinrichtingen als bedoeld in artikel 46 lid I van het verbod in lid 1 van dit artikel ontheffmg verlenen voor telecommunicatie tussen gebruikers van een bepaalde bij die ontheffing aan te geven categorie, indien de concessiehouders niet bereid of niet in staat zijn binnen redelijke termijn en tegen redelijke voorwaarden het gebruik van een gelijkwaardige voorziening beschikbaar te stellen.

Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden en een ontheffmg kan onder beperkingen worden verleend, in verband met het doel waarvoor de ontheffmg wordt verleend.

Een ontheffing kan worden geweigerd, indien een eerder verleende ontheffmg als bedoeld in lid 2 van dit artikel is ingetrokken:

c. op grond van het bepaalde in artikel 1 0 I lid I onder c;

d. wegens overtreding van de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels dan wel van de aan de aanvullende vergunning verbonden voorschriften of beperkingen waaronder zij is verleend;

Het verbod in lid I van dit artikel is niet van toepassing op de bij of krachtens wet toegestane verspreiding van omroepprogranuna's door middel van de in lid 2 van dit artikel bedoelde inrichtingen.

Artikel 48 Procedure regels

Bij of krachtens staatsbesluit kunnen regels worden vastgesteld ten aanzien van de totstandkoming van besluiten tot verlening, weigering, wijziging of intrekking van een vergurming als bedoeld in artikel 46 lid I en van een ontheffing als bedoeld in artikel 4 7 lid 2.

De in lid I van dit artikel bedoelde regels kunnen slechts betrekking hebben op:

a. de wijze waarop een aanvraag tot verlening, wijziging of intrekking van een vergurming of een ontheffing wordt ingediend en behandeld en de wijze waarop de ambtshalve wijziging of intrekking van een vergunning of een ontheffmg wordt voorbereid;

b. de gegevens die bij een aanvraag tot verlening, wijziging of intrekking van een vergunning worden verstrekt;

c. de termijn waarbinnen op de aanvraag wordt beslist.

De besluiten tot weigering, intrekking of wijziging van een vergunning of ontheffmg, als bedoeld in lid I van dit artikel, dienen met redenen te zijn omkleed.

Artikel 49 Radio-ontvangers

Bij of krachtens staatsbesluit kunnen ten aanzien van radio-elektromagnetische ontvanginrichtingen, die niet uitsluitend zijn bestemd voor de ontvangst van omroepprogramma's, regels worden vastgesteld.

Met betrekking tot de in lid I van dit artikel bedoelde regels is artikel 46 lid 5 van overeenkomstige toepassing.

De in lid 1 van dit artikel bedoelde regels kunnen slechts betrekking hebben op:

a. het stellen van het vereiste van een vergunning van de TAS voor de aanleg, het aanwezig hebben en het gebruik van daarbij aan te geven soorten ontvanginrichtingen anders dan krachtens een concessie, in het belang van de bescherming van de rechten van derden in het radioverkeer dan wel de nakoming van de voor Suriname bindende verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties, alsmede de aan zodanige vergunning te verbinden voorschriften en beperkingen waaronder zij kan worden verleend;

b. het gebruik van hetgeen met een ontvanginrichting kan worden opgevangen ter bescherming van de rechten van derden.

Een vergunning als bedoeld in lid 3 onder a van dit artikel kan, onverminderd het bepaalde in lid 7 van dit artikel, worden geweigerd, indien:

c. een eerder verleende vergunning als bedoeld in lid 3 onder a van dit artikel, is ingetrokken:

1e op grond van het bepaalde in artikel 101 lid 1, aanhef en onder a;

2e egens overtreding van de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels dan wel van de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen waaronder zij is verleend.

d. de bescherming van rechten van derden in het radioverkeer dit vordert;

e. de nakoming van de bindende verdragen die Suriname gesloten heeft of besluiten van volkenrechtelijke organisaties dit vordert.

Een vergunning kan worden ingetrokken, indien de vergunninghouder de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels dan wel de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen waaronder zij is verleend, niet nakomt.

Dit artikel is niet van toepassing op radio-elektromagnetische ontvanginrichtingen welke deel uitmaken van een draadomroepinrichting.

Ten aanzien van radio-elektromagnetische ontvanginrichtingen als bedoeld in lid I van dit artikel, waarvoor ingevolge lid 3, onder a van dit artikel een vergunning is vereist, zijn de artikelen 47 en 48 van overeenkomstige toepassing; indien de aanvraag om een zodanige vergunning niet voldoet aan de daarvoor krachtens artikel 48 lid I vastgestelde regels kan de vergunning worden geweigerd.

Artikel 50 Vrijstelling

Geen vergunning ingevolge artikel 46 of artikel 49 lid 3 onder a is vereist, indien daarvoor een vergunning is afgegeven in overeenstemming met het ITU-verdrag en deze vergunning door deT AS is erkend, voor radio-elektromagnetische zend- of ontvanginrichtingen aan boord van:

a. andere dan Surinaamse schepen, die zich bevinden in de wateren van Suriname;

b. andere dan Surinaamse luchtvaartuigen, die zich bevinden in het luchtruim of op het grondgebied van Suriname.

De TAS kan regels vaststellen voor het gebruik van de in lid I van dit artikel bedoelde radio-elektromagnetische zend- of ontvanginrichtingen.

ß 3. Draadomroepinrichtingen

Artikel 51 Vergunningvereiste voor een draadomroep inrichting

Het is, anders dan krachtens concessie verboden een draadomroep inrichting aan te leggen, te ontwikkelen of te exploiteren, tenzij met vergunning van de TAS.

Van het verbod in lid I van dit artikel zijn vrijgesteld de door de TAS aan te wijzen categorieŽn draadomroepinrichtingen van zeer geringe omvang, die voldoen aan door de Minister vast te stellen regels met betrekking tot de techniek van die inrichtingen; van een zodanige aanwijzing doet de TAS mededeling aan de Minister en de Minister belast met de zorg voor justitiŽle en politionele aangelegenheden.

Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden en zij kan onder beperkingen worden verleend, die betrekking kunnen hebben op:

a. de duur, aard en omvang van de vergunning;

b. het aantal woningen binnen het gebied, waarvoor de vergunning wordt verleend en waarvoor de aansluitplicht geldt;

c. de techniek, structuur en kwaliteit van de inrichting en daarmee verbonden kabelnetten;

d. het gebruik maken van een bepaald gedeelte van de telecommunicatie- Iinfrastructuur;

e. keuring van de draadomroepinrichting en daarmee verbonden kabelnetten;

f. een verplichte signaallevering aan andere draadomroep inrichtingen;

g. het voorkomen dan wel opheffen van storing aan derden door het gebruik van de inrichting;

h. eisen te stellen aan degenen die draadomroepinrichtingen installeren;

i. de verplichting om binnen een bepaalde termijn nadat de vergunning rechtskracht heeft gekregen de draadomroepinrichting aan te leggen;

j. de bescherming van de rechten van derden;

k. de nakoming van de bindende verdragen die Suriname gesloten heeft en besluiten van volkenrechtelijke organisaties.

Een vergunning kan, onverminderd het bepaalde in lid 7 van dit artikel, worden geweigerd, indien:

l. een eerder verleende vergunning als bedoeld in lid 3 onder a van dit artikel, is ingetrokken:

1e. op grond van het bepaalde in artikel 101 lid I onder a;

2e. wegens overtreding van de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels dan wel van de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen waaronder zij is verleend;

m. de aanvrager niet over voldoende technische en fmanciŽle middelen beschikt om de continuÔteit van de exploitatie van de draadomroepinrichting te waarborgen;

n. voor het gebied waarop de aanvraag betrekking heeft reeds een vergunning is verleend.

Een vergunning wordt ingetrokken, indien:

o. de vergunninghouder daarom verzoekt;

p. de gronden, waarop de vergunning is verleend, zijn vervallen;

q. de vergunninghouder de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels dan wel de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen waaronder zij is verleend niet nakomt;

r. de vergunninghouder niet langer over voldoende technische en financiŽle middelen beschikt om de continuÔteit van de exploitatie van de draadomroepinrichting te waarborgen.

Ten aanzien van draadomroepinrichtingen, waarvoor ingevolge lid I van dit artikel, een vergunning is vereist, is artikel 48 van overeenkomstige toepassing; indien de aanvraag om een zodanige vergunning niet voldoet aan de daarvoor krachtens artikel 48 lid I vastgestelde regels, kan de vergunning worden geweigerd.

De vergunninghouder als bedoeld in lid I van dit artikel is verplicht de nodige voorzieningen aan te brengen ter bescherming van de kabels, kabelwerken en apparatuur ten behoeve van radioverbindingen ten dienste van de draadomroepinrichting tegen blikseminslag.

Artikel 52 Aanvullende vergunning

Het is degene die met vergunning of krachtens vrijstelling, als bedoeld in artikel 50 lid 2 een draadomroepinrichting aanlegt, ontwikkelt of exploiteert, verboden deze te exploiteren anders dan voor het verspreiden van omroepprogramma's, tenzij met een aanvullende vergunning van de TAS.

Een aanvullende vergunning wordt verleend voor de exploitatie van de draadomroepinrichting als middel van transport voor andere diensten met betrekking tot telecommunicatie, met uitzondering van die tussen aangeslotenen op de draadomroepinrichting.

Aan een aanvullende vergunning kunnen voorschriften worden verbonden en een aanvullende vergunning kan onder beperkingen worden verleend; deze kunnen betrekking hebben op:

a. de duur, aard en omvang van de aanvullende vergunning;

b. het aanbrengen van technische voorzieningen;

c. het voorkomen dan wel het opheffen van storingen aan derden door gebruik van de draadomroepinrichting;

d. de bescherming van de rechten van derden;

e. de nakoming van de bindende verdragen die Suriname gesloten heeft en besluiten van volkenrechtelijke organisaties.

Een aanvullende vergunning wordt geweigerd, indien:

een eerder verleende aanvullende vergunning als bedoeld in lid 1van dit artikel, is ingetrokken:

1e. op grond van het bepaalde in artikel 101 lid I onder a;

2e. wegens overtreding van de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels dan wel van de aan de aanvullende vergunning verbonden voorschriften of de beperkingen waaronder zij is verleend;

een doelmatige verzorging van de telecommunicatie in het algemeen maatschappelijk en economisch belang zich tegen verlening verzet alsmede op de grond aangegeven in artikel 51 lid 4 onder b

Een aanvullende vergunning wordt ingetrokken, indien:

de vergunninghouder daarom verzoekt;

de gronden, waarop de aanvullende vergunning is verleend, zijn vervallen.

Een aanvullende vergunning kan worden ingetrokken, indien een doelmatige verzorging van de telecommunicatie in het algemeen maatschappelijk en economisch belang dit vordert alsmede op de gronden aangegeven in artikel 51 lid 6.

Ten aanzien van een aanvullende vergunning als bedoeld in lid 1 van dit artikel is artikel 48 van overeenkomstige toepassing; indien de aanvraag om een zodanige aanvullende vergunning niet voldoet aan de daarvoor krachtens artikel 48 lid 1 vastgestelde regels kan, de vergunning worden geweigerd.

ß 4. Kabelinrichtingen niet zijnde draadomroepinrichtingen

Artikel 53 Vergunningvereiste voor een kabelinrichting

Het is, anders dan krachtens concessie verboden een inrichting bestemd voor telecommunicatie door middel van kabels en kabelwerken, die geen draadomroepinrichting als bedoeld in artikel 51 is, geheel of gedeeltelijk in, op of boven openbare gronden aan te leggen, te ontwikkelen en te gebruiken, tenzij met vergunning van de TAS.

Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden en een vergunning kan onder beperkingen worden verleend; deze kunnen betrekking hebben op:

a. de duur, aard en omvang van de vergunning;

b. de techniek en structuur van de inrichting;

c. de keuring van de inrichting;

d. het voorkomen dan wel het opheffen van storing aan derden door het gebruik van de inrichting;

e. het voorkomen van aantasting van de doelmatigheid van de telecommunicatie-infrastructuur;

f. het stellen van eisen aan degenen die kabelinrichtingen installeren;

g. de wijze van aansluiting op de telecommunicatie-infrastructuur.

Een vergunning voor een zodanige inrichting wordt geweigerd, indien:

een concessiehouder niet bereid en in staat is binnen een redelijke. termijn en tegen redelijke voorwaarden het gebruik van een aan een: zodanige inrichting gelijkwaardige voorziening beschikbaar tel stellen; :

anderszins een doelmatige verzorging van de telecommunicatie in het algemeen maatschappelijk en economisch belang zich tegen het verlenen verzet.

Een vergunning kan, onverminderd het bepaalde in lid 7 van dit artikel, worden geweigerd, indien een eerder verleende vergunning als bedoeld in, lid 1 van dit artikel, is ingetrokken:

op grond van het bepaalde in artikel 101 lid 1 onder a;

wegens overtreding van de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels dan wel van de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen waaronder zij is verleend.

Een vergunning wordt ingetrokken, indien:

de vergunninghouder daarom verzoekt;

de gronden, waarop de vergunning is verleend, zijn vervallen.

Een vergunning kan worden ingetrokken, indien:

een doelmatige verzorging van de telecommunicatie in het algemeen maatschappelijk en economisch belang dit vordert;

de vergunninghouder die bij of krachtens deze wet vastgestelde regels dan wel de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen waaronder deze is verleend, niet nakomt.

Ten aanzien van een vergunning als bedoeld in lid 1 van dit artikel is artikel 48 van overeenkomstige toepassing; indien de aanvraag om een zodanige vergunning niet voldoet aan de daarvoor krachtens artikel 47 lid 1 vastgestelde regels, kan de vergunning worden geweigerd.

ß 5. Overige bepalingen

Artikel 54 Koppeling via infrastructuur

Het is degene die krachtens de paragrafen 2, 3 en 4 van dit hoofdstuk gerechtigd is een daarin bedoelde telecommunicatie-inrichting aan te leggen, te ontwikkelen, te gebruiken dan wel te exploiteren, verboden die inrichting te koppelen of te doen koppelen aan een andere zodanige inrichting, anders dan door middel van de telecommunicatie-infrastructuur.

De TAS kan ten aanzien van een telecommunicatie-inrichting als bedoeld in de artikelen 46, 49 en 53 van het verbod in lid I van dit artikel ontheffing verlenen, indien concessiehouders niet bereid of in staat zijn binnen redelijke termijn en tegen redelijke voorwaarden het gebruik van een gelijkwaardige voorziening beschikbaar te stellen.

In verband met het doel waarvoor een ontheffmg wordt verleend, kunnen aan een ontheffing voorschriften worden verbonden en kan een ontheffing onder beperkingen worden verleend.

Het verbod in lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op een signaallevering door een draadomroepinrichting aan andere draadomroepinrichtingen in hetzelfde gebied, indien de signaallevering krachtens artikel 51 lid 3 onder f verplicht is gesteld.

Artikel 55 Vergunningvereiste zend- of ontvanginricbting

Het is verboden radio-elektromagnetische zend- of ontvanginrichtingen af te leveren, te verhuren dan wel op andere wijze ter beschikking te stellen van natuurlijke of rechtspersonen aan wie geen vergunning is verleend welke bij of krachtens deze wet is vereist voor de aanleg, het aanwezig hebben en het gebruik van de desbetreffende zend- of ontvanginrichtingen.

Artikel 45 is van overeenkomstige toepassing op de in lid 1 van dit artikel bedoelde radio-elektromagnetische zendinrichtingen.

Artikel 56 Vrijstelling overheidsorganen

Het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk is niet van toepassing op de daarin bedoelde inrichtingen bestemd voor telecommunicatie welke tot gebruik strekken van door de President, na overleg met de minister die het mede aangaat, aan te wijzen overheidsorganen of diensten, die zijn belast met de zorg voor de veiligheid van de Staat, dan wel met de handhaving van de openbare orde, aan welke aanwijzing voorschriften kunnen worden verbonden en die onder beperkingen kan worden verleend.

De TAS kent aan de ingevolge lid 1 van dit artikel aangewezen overheidsorganen en diensten de radiofrequenties toe welke nodig zijn voor de uitvoering van de aan hen opgedragen taken; aan een zodanige toekenning kunnen voorschriften worden verbonden en een zodanige toekenning kan onder beperkingen worden verleend; voor zover daarbij niet anders is bepaald, zijn de krachtens artikel 46 lid 3 vastgestelde regels van overeenkomstige toepassing.