PUBLICATIE van 25 September 1935, waarbij word afgekondigd het Koninklijk besluit van den 4den juli 1935 (Staats blad no. 393), houdende vaststelling van algemeene bepalingen voor de burgerlijke luchtvaart in Suriname.

IN NAAM DER KONINGIN !

DE WAARNEMENDE GOUVERNEUR VAN SURINAME,

Vanwege de Koningin den last ontvangen hebbende tot afkondiging van-onderstaand Koninklijk besluit:

Wij WILHELMINA, BIJ DE GRATIE GODS, K0NINGIN DER NEDERLANDEN, PRINSES VAN ORANJE-NASSAU, ENZ., ENZ.. ENZ.

Op de voordracht van Onzen -Minister van Staat, Minister van KoloniŽn van 31 Mei 1935, 5de Afdeeling, no. 1;

Den Raad van State gehoord (advies van I8 Juni 1935, no. 35) ;

Gezien het nader rapport van Onzen voornoemden Minister van 27 Juni 1935, 5de Afdeeling, no. 9;

Hebben goedgevonden en verstaan: vast te stellen de volgende:

ALGEMEENE BEPALINGEN VOOR DE BURGERLIJKE LUCHTVAART IN SURINAME.

Inleidende bepalingen.

Artikel 1.

In dit besluit wordt verstaan onder:

Luchtvaart:

Het gebruik van luchtvaartuigen binnen het rechtsgebied van Suriname, zijnde het grondgebied van Suriname, daaronder begrepen de territorriale wateren zoomede de luchtruimte boven dit gebied.

Luchtvaartuigen:

Motorvliegtuigen, zweefvliegtuigen, luchtschepen en vrije ballons, alle voor zoover niet behoorende tot de Zee- of Landmacht, noch uitsluitend gebruikt wordende in een tak van dienst van het Gouvernement van Suriname, zooals post, douane, politie.

Nederlandsche luchtvaartuigen:

Luchtvaartuigen, door of vanwege het bevoegd gezag geldig ingeschreven in een binnen het Koninkrijk gehouden luchtvaartuigregister.

Luchtvaartterreinen.

Elk, terrein en elk watervlak behoorende tot het rechtsgebied van Suriname, dat ingevolge de bepalingen van dit besluit voor de luchtvaart is aangewezen.

Lid der bemanning, van een luchtvaartuig.

De gezagvoerder en ieder ander, die aan boord werkzaamheden heeft te verrichten ten behoeve van de besturing of de veilige vaart van het luchtvaartuig.

*Buitenland.

Alle gebieden buiten het rechtsgebied van Suriname.

 

Algemeene bepalingen.

 

Artikel 2.

In tijd van vrede is met inachtneming van de hierna volgende bepalingen de luchtvaart vrij.

 

Artikel 3.

De Gouverneur is bevoegd om militaire redenen of in he belang van de openbare orde of openbare veiligheid de luchvaart boven bepaalde gedeelten van het rechtsgebied van Suriname, waarvan de ligging en de uitgestrekheid tevoren bekend zijn gemaakt, te verbieden.

 

Artikel 4.

De Gouverneur is bevoegd in buitengewone omstandigheden de luchtvaart te beperken of tijdelijk te verbieden, behoorende aan zoodanige beperking of zoodanig verbod openbare bekend heid te worden gegeven.

 

Artikel 5.

Een luchtvaartuig, aan boord waarvan door een der leden van de bemanning bemerkt wordt, dat het zich boven verboden gebied bevindt, moet:

a. het in het internationaal luchtverkeer gebruikelijk noodsein geven;

b. zich zoo spoedig mogelijk buiten het verboden gebied begeven en landen op het dichtstbijzijnde luchtvaartterrein.

 

Inschrijving van luchtvaartuigen en nationaliteit.

 

Artikel 6.

Er wordt onder den naam van luchtvaartuigregister een register bijgehouden voor de inschrijving van luchtvaartuigen.Bij besluit van den Gouverneur worden, met inachtnemming van hetgeen daar omtrent bij of krachtens verdrag is overeengekomen, met betrekking tot die inschrijving regelen gesteld en wordt bepaald, waarin het inschrijvingskenmerk bestaat.

Bij besluit van den Gouverneur wordt, met inachtneming van hetgeen daaromtrent bij of krachtens verdrag is overeengekomen, bepaald, wwarin het nationaliteitskenmerk voor in het luchtvaartuigregister, bedoeld in het eerste lid, ingeschreven luchtvaartuigen bestaat.

Het bewijs van inschrijving in een luchtvaartuigregister, in Suriname of in het buitenland afgegeven door of vanwege het daartoe bevoegd gezag, bewijst, zoolang het tegendeel niet blijkt, de nationaliteit van een luchtvaartuig. Luchtvaartuigen van vreemde nationaliteit kunnen, zoolang zij die nationaliteit bezitten, in Suriname niet in een luchtvaartuigregister worden ingeschreven.

 

Artikel 7.

1. Het is verboden de luchtvaart uit te oefenen anders da met een Nederlandsch luchtvaartuig of met een luchtvaartuig van vreemde nationaliteit, ingevolge verdrag tot het rechtsgebied van Suriname toegelaten.

2. De in het eerste lid bedoelde luchtvaartuigen moeten zij voorzien van het nationaliteits- en inschrijvingskenmerk, het welk ten aanzien van die luchtvaartuigen is voorgeschreven door de wetgeving van het grondgebied,binnen hetwelk, zij in een luchtvaartuigregister zijn ingeschreven.

3. De Gouverneur is bevoegd aan luchtvaartuigen, behoorende tot een land, hetwelk niet is aangesloten bij het Internationaal Luchtvaartverdrag van Parijs van 19 October 1919 houdende regeling van de luchtvaart of waarmede Nederland geen afzonderlijk luchtvaartverdrag heeft gesloten, hetwelk tot Suriname toepasselijk is, een bijzondere vergunning te geven,tot het uitoefenen van de luchtvaart binnen het rechtsgebied van Suriname.

 

Bewijzen van luchtwaardigheid en van geschiktheid en verplichtingen, deelnemende aan de internationale luchtvaart.

 

Artikel 8.

Onverminderd het bepaalde in een der vorige artikelen is het verboden de luchtvaart uit te oefenen anders dan met een luchtvaartuig:

a. dat voorzien is van een geldig bewijs van luchtwaardigheid, afgegeven of geldig verklaaard door de daartoe aangewezen autoriteit van het grondgebied, binnen hetwelk het luchtvaartuig in het luchtvaartuigregister is ingeschreven.

b. Waarvan de leden der bemanning voorzien zijn van geldige bewijzen van geschiktheid, afgegeven of geldig verklaard door de daartoe aangewezen autoriteit van het grondgebied, binnen hetwelk het in het luchtvaartuigregister is ingeschreven;

c. Dat voorzien is van de krachtens verdrag vereischte vergunning, afgegeven door de daartoe aangewezen autoriteit van het grondgebied, binnen hetwelk het in het luchtvaartregister is ingeschreven. .

 

Artikel 9.

Van de verbodsbepalingen bedoeld in artikel 8, kan door of vanwege den Gouverneur ontheffing worden verleend..

 

Artikel 10.

Bij besluit van den Gouverneur worden regelen gesteld nopens het toezicht op de luchtwaardigheid van luchtvaartuigen,op de geschiktheid van de leden der bemanningen en op de krachtens dit besluit of krachtens verdrag voor luchtvaartuigen vereischte vergunningen, zoomede nopens de afgifte en den geldigheidsduur, schorsing of intrekking van bewijzen van luchtwaardigheid, van bewijzen van geschiktheid en van bedoelde vergunningen en voorts nopens eenige bij of krachtens verdrag voorgeschreven verplichtingen voor luchtvaartuigen, deelnemende aan de internationale luchtvaart.

 

Artikel 11.

Op eerste vordering van de bij algemeene verordening aan te wijzen ambtenaren is elk lid der bemanning van een luchtvaartuig verplicht het hem afgegeven gewijs van geschiktheid te vertoonen. Op gelijke vordering is de gezagvoerder verplicht tot vertooning van alle bescheiden, welke hij ingevolge de wettelijke regelingen in Suriname of krachtens verdrag in zijn luchtvaartuig aanwezig moet hebben.

 

Luchtvaartterreinen.

 

Artikel 12.

1. De aanleg en exploitatie van luchtvaartterreinen geschiedt, behoudens eene in bijzondere omstandigheden daartoe door den Gouverneur te verleenen concessie, door het gouvernement. De tarieven van landingsgelden en van kosten verblijf op de luchtvaartterreinen worden door den Gouverneur vastgesteld. Deze tarieven zullen gelijkelijk gelden voor Nederlandsche en voor vreemde luchtvaartuigen.

2. De aanwijzing van eenig gedeelte van het rechtsgebied van Suriname als luchtvaartterrein, zoomede schorsing of intrekking van zoodanige aanwijzing geschiedt door of vanwege den Gouverneur.

3. Door den Gouverneur wordt bepaald welke luchtvaartterrein bestemd zijn voor het international luchtverkeer.

4. Het is verboden:

a. eenig gedeelte van het rechtsgebied van Suriname, geen luchtvaarterrein zijnde, dienstbaar te maken aan de luchtvaart en in het bijzonder, andersdan in geval van noodzaak, daarvan op te stijgen of daaeop te landen.

b. Luchtvaartterreinen te gebruiken voor doeleinden, waarvoor zij niet bestemd zijn.

5. Van de verbodsbepalingen in het vierde lid kan door of vanwege den Gouverneur ontheffing worden verleend.

6. Bij of krachtens besluit van den Gouverneur kan in verband met de veiligheid verboden worden op, in, boven of in de nabijheid van een luchtvaartterrein te bouwen, bouwwerken te hebben, op of in de nabijheid van dat terrein te planten, plant of houtgewas te hebben , op dat terrain vee te weiden of te laten losloopen of eenigerlei graafwerk te verrichten. Op dezelfde wijze en om gelijke redenen kan gevorderd worden, dat het plaatsen van merkteekens wordt toegelaten, een en ander behoudens aanspraak van eventueele benadeelden op schadeloosstelling.

 

Luchtlijnen.

 

Artikel 13.

Voor zoover daaromtrent bij verdrag niet anders is overeengekomen, mag het vervoer per luchtvaartuig van personen en/of goederen tegen betaling tusschen twee plaatsen binnen het rechtsgebied van Suriname, anders dan door het gouvernement, allen worden uitgeoefend krachtens een daartoe door den Gouverneur verleende concessie.

Een zoodanige concessie wordt slechts verleend aan:

a. Nederlandsche onderdanen;

b. In Suriname,Nederland,Nedrlandsch-IndiŽ of Curacao gevestigde naamlooze vennootschappen of rechtspersoonlijkheid bezittende vereenigingen, waarvan alle bestuurders Ė als hoedanig worden aangemerkt zij, die, onder welken naam of title ook, belast zijn met of deelnemen aan het bestuur, het beheer of de leiding Ė Nederlandsche onderdanen zijn.

 

Artikel 14.

Voor zoover daaromtrent bij verdrag niet anders is overeengekomen, is voor de instelling van een internationle luchtlijn met een binnen het rechtsgebied van Suriname gelegen plaats als begin-, eind- of tusschenstation een vergunning noodig van den Gouverneur. Aaan deze vergunning kunnen voorwaarden verbonden worden.

 

Artikel 15.

Een luchtvaartuig is om redenen van openbare orde verplicht te landen, indien het daartoe het bevel ontvangt door middel van de in het internationaal luchtverkeer gebruikelijke seinen. Voor de uitoefening van de luchtvaart met een luchtvaartuig van vreemde nationaliteit, dat zonder bestuurder kan vliegen, is een bijzondere toestemming noodig.

 

Artikel 16.

Luchtvaartuigen, vertrekkend naar of komend van het buitenland, mogen slechts vertrekken van, onderscheidelijk landen op de luchtvaartterreinen, welke ingevolge artikel 12 , lid 3, voor het international luchtverkeer zijn aangewezen.

 

Artikel 17.

Het is zonder voorafgaande toestemming van den Gouverneur of van een door dezen aangewezen persoon, verboden in luchtvaartuigen mede te voeren ontplofbare stoffen, vuurwapenen en oorlogs- materiaal. Als zoodanig worden niet beschouwd startpatronen en rniddelen tot het geven van seinen.

 

Artikel 18.

De bepalingen betreffende de quarantaine van zeeschepen, hun bemanning en passagiers, hun lading, en anderen inhoud, die betreffende de verzekering, van de voldoening van belastingen, verschuldigd bij in-, uit- en doorvoer van goederen, die betreffende het vervoer van post door zeeschepen en die op den vreemdelingendienst vinden overeenkomstige toepassing op luchtvaartuigen, hun opvarenden, hun lading en verderen inhoud, voor zoover daaromtrent niet verder bij verdrag, bijzondere voorzieningen zijn getroffen.

 

Artikel 19.

Om redenen van openbare orde of openbare veiligheid kan bij besluit van den Gouverneur het vervoer of het gebruik van fotografische toestellen in de luchtvaart verboden of geregeld en het vervoer van andere dan de in dit artikel en artikel 17 genoemde goederen beperkt worden, zoomede verbodsbepalingen gesteld worden omtrent het werpen van voorwerpen uit luchtvaartuigen.

 

Artikel 20.

Bij besluit van den Gouverneur worden regelen vastgesteld ten einde te verzekeren, dat alle luchtvaartuigen, welke zich boven het rechtsgebied van Suriname bevinden, alsmede alle luchtvaartuigen, welke in het Surinaamsch luchtvaartuigregister zijn ingeschreven, waar deze laatsten zich ook mogen bevinden, de voorschriften, vervat in de bijlage D van het Internationaal Luchtvaartverdrag van Parijs naleven.

 

Handhaving der wettelijke bepalingen.

 

Artikel 21.

1. Overtreding van het bepaalde bij artikel 5, van het verbod in artikel 7, 8, 12, lid 4, 15, 16 en 17 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste ťťn jaar of geldboete van ten hoogste drie duizend gulden.

2. Met gelijke straf wordt gestraft de eigenaar of houder van een van een luchtvaartuig, die in strijd met het verbod, gesteld in artikel 7,8,15, de luchtvaart met dat luchtvaartuig doet of laat uitoefenen.

3. Gelijke straf kan worden bedreigd tegen overtreders van de ingevolge artikel 3, 4 en 20 door den Gouverneur uit te vaardigen verboden.

4. Overtreding van het verbod bij artikel 12 lid 6, en van eenig voorschrift krachtens artikel 19 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste duizend gulden

5. Overtreding van artikel 11 wordt gestraft met geldboete van ten hoogste vijf en twintig gulden

6.Luchtvaartuigen waarmede en goederen ten aanzien waarvan een overtreding der bij artikel I8 bedoelde bepalingen betreffende de verzekering van de voldoening van belastingen of de bepalingen betreffende het opium en andere verdoovende middelen is gepleegd, kunnen tot verhaal der boete worden aangehouden door de daartoe bevoegd verklaarde ambtenaren en zullen worden opgebracht bij den ontvanger der invoerrechten en accijnzen.

7. Met de opsporing, van overtredingen hiervoor bedoeld zijn behalve de bij het Wetboek van Strafrecht voor de Kolonie Suriname en de ingevolge de bij artikel 18 bedoelde bepalingen aangewezen personen belast degenen, die daartoe bij besluit van den Gouverneur werden aangewzen.

 

Artikel 22.

Indien een bij of krachtens dit besluit strafbaar gesteld feit wordt gepleegd door een rechtspersoon, wordt de strafvervolging ingesteld en de straf uitgesproken tegen de in Suriname gevestigde leden van het bestuur en bij ontstentenis van die leden tegen den vertegenwoordiger van de rechtpersoon in Suriname.

 

Artikel 23.

De bij artikel 21 strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen.

 

Slotbepalingen.

 

Artikel 24.

Dit besluit kan worden aangehaald als ,, Surinaamsch Luchtvaartbesluit 1935".

 

Artikel 25.

Dit besluit treedt in werking met ingang van een nader door den gouverneur te bepalen tijdstip.

Onze Minister van KoloniŽn is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsb!ad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State.

Het Loo, den 4den Juli 1935.

WILHELMINA

De Minister van Staat,

Minister van KoloniŽn,

     H. COLIJN.

Uitgegeven den negentienden Juli 1935.

De Minister van Justitie,

VAN SCHAIK.    

 

Heeft de opneming daarvan in het Gouvernementsblad bevolen.

Gedaan te Paramaribo, den 25 September 1935.

J. C. BRONS.                 

De Gouvernements-Secretaris,

        P. KIKKERT.

Uitgegeven, den 5den October 1935.

De Gouvernements-Secretaris,

P. KIKKERT.