VERORDENING van 30 Augustus 1935 betreffende vergunningen tot vervoer te water vanpersonen en goederen met openbare middelen tot vervoer,'Met uitzondering der door het Gouvernement gebezigde.

IN NAAM DER KONINGIN !

DE WAARNEMENDE GOUVERNEUR VAN SURINAME,

In overweging genomen hebbende : dat het algemeen belang vordert, dat geen diensten met openbare middelen tot vervoer te water, met uitzondering der door het Gouvernement gebezigde, worden ingesteld of gehouden zonder daartoe vooraf verkregen vergunning van den Gouverneur, onder door dezen te stellen voorwaarden;

Heeft, den Raad van Bestuur gehoord, na verkregen goedkeuring der Koloniale Staten, vastgesteld onderstaande verordening:

Artikel 1.

(1) Tot het in werking brengen of doen brengen, het houden of het doen houden van een openbaar middel tot vervoer van personen of goederen te water wordt eene voorafgaande schriftelijke vergunning van den Gouverneur gevorderd.

(2) Voor de toepassing van deze verordening worden:

a) onder openbaar middel tot vervoer van personen en (of) van goederen te water verstaan de vaartuigen, met uitzondering van die van het Gouvernement, gebezigd om, al dan niet tegen betaling, langs een bepaald traject, de personen, die zich daartoe aanmelden en (of) de goederen, die daartoe worden aangeboden, te vervoeren, onverschillig of het vervoer van eenige voorwaarde of van de inachtneming van eenigen vorm afhankelijk is gesteld.

b) onder vaartuigen tot vervoer van personen en (of) goederen begrepen de vaartuigen gebezigd tot het voortsleepen van andere vaartuigen met personen en (of) goederen.

 

Artikel 2.

Tot het verkrijgen van de in artikel I lid I bedoelde vergunning wendt de belanghebbende zich bij gezegeld verzoekschrift tot den Gouverneur onder verstrekking van zoodanige opgaven en bijzonderheden omtrent den aard van den dienst, als door of namens den Gouverneur nader zullen wqrden vastgesteld en in het Gouvernements-Advertentieblad zullen worden bekend gemaakt.

 

Artikel 3.

(1) De Gouverneur verleent, termen daartoe vindende, de vergunning onder vaststelling van zoodanige voorwaarden en bepalingen, welke naar zijne beoordeeling, de veiligheid van vervoer en een behoorlijk verkeer kunnen verzekeren. Het tarief voor vervoer van personen en goederen wordt ook hierbij vastgesteld.

(2) Onder deze voorwaarden en bepalingen wordt mede begrepen de verplichting tot betaling van een vergunningsrecht, hetzij v6or eens, hetzij telkens voor een bepaalden tijdsduur, zullende op de invordering van dit recht van toepassing zijn het Koninklijk besluit van 3 April 1869 No. 23 (G. B. No. 24), houdende bepalingen op de regtspleging inzake van belastingen in de kolonie Suriname.

 

Artikel 4.

(1) Hij, die in strijd met artikel 1 een openbaar middel tot vervoer van personen of goederen te water in werking brengt, in werking doet brengen, houdt of doet houden, wordt gestraft met eene geldboete van ten hoogste een honderd gulden.

(2) Overtreding der voorwaarden en bepalingen van de in artikel 3 bedoelde vergunning wordt gestraft met geldboete van ten hoogste vijftig gulden.

(3) Onverminderd de bepaling in het tweede lid kan de vergunning in daartoe leidende gevallen door den Gouverneur worden ingetrokken.

(4) De in of krachtens deze verordening strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen.

 

Artikel 5.

(1) Indien een feit, in of krachtens deze verordening strafbaar gesteld, wordt begaan door of vanwege eene vennootschap onder eene firma, eene naamlooze vennootschap, een zedelijk lichaam of eene stichting, wordt de strafvervolging ingesteld en de straf uitgesproken tegen de beheerende vennooten of de leden van het bestuur.

(2) Geene straf wordt uitgesproken tegen den beheerenden vennoot of het lid van het bestuur, van wien blijkt, dat het feit buiten zijn toedoen is begaan.

 

Artikel 6.

(1) Met het opsporen van in of krachtens deze verordening strafbaar gestelde feiten zijn, behalve de bij artikel 8 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen personen, belast het door den Directeur van hetDepartement van Openbare Werken en Verkeer daartoe aangewezen ambtelijk personeel, de havenmeester en de onderhavenmeester.

(2) Zij hebben vrijen toegang tot de vaartuigen en hunne bergplaatsen, desnoods met behulp van den sterken arm.

 

Artikel 7.

De gezagvoerders of bestuurders van alle vaartuigen zijn verplicht op eerste aanwijzing van de in artikel 6 genoemde personen te stoppen, ten anker te gaan, zeil te minderen of bij te draaien, een en ander voorzoover dit met goede zeemanschap overeen te brengen is en hun voorts tot het aan boord komen of van boord gaan allen vereischten bijstand te verschaffen.

 

Artikel 8.

De publicatie van den 24sten December 1856 (G. B. No. 17), houdende bepalingen omtrent het vragen van vergunning tot het aanleggen van Stoomboot- of Zeilvaartuigdiensten, vervalt.

 

Artikel 9.

Deze verordening, welke kan worden aangehaald als ,, Verordening Openbare Vervoermiddelen te water" treedt in werking met ingang van een nader door den Gouverneur te bepalen dag.

 

Overgangsbepaling.

Hij die voor het in werking treden van deze verordening met vergunning van den Gouverneur diensten als in deze verordening bedoeld uitoefende, mag gedurende drie maanden na het in werking treden dezer verordening die diensten krachtens de oude voorwaarden en bepalingen voortzetten, na verloop van welken termijn de vergunning geacht wordt te zijn vervallen. Voor verdere voortzetting na dien is vergunning krachtens deze verordening vereischt.

Gegeven te Paramaribo, den 30sten Augustus 1935.

J. C. BRONS.

De Gouvernements-Secretaris,

P. KIKKERT.

Uitgegeven, den 22sten januari 1936.

De Gouvernements-Secretaris,   

P. KIKKERT.