LANDSVERORDENING van 22 Mei 1947, tot invoering van een verplicht loodswezen onder beheer van het Gouvernement en tot vaststelling van eene nieuwe regeling voor de heffing van loodsgelden.

IN NAAM DER KONINGIN!

DE GOUVERNEUR VAN SURINAME,

In overweging genomen hebbende, dat het wenselijk is verplicht loodswezen onder beheer van het Gouvernement in te voeren en tevens nieuwe bepalingen vast te stellen inzake verschuldigde loodsgelden voor het binnen- en buitenloodsen van schepen;

Heeft, den Raad van Bestuur gehoord, na verkregen goed keuring der Staten, vastgesteld onderstaande landsverordening.

 

Artikel 1.

Voor de toepassing van deze landsverordening worden verstaan onder:

,,schepen": alle vaartuigen, hoe ook genaamd en van welke aard ook;

,,ton": een inhoudsmaat van 2.83 M3

 

Artikel 2.

Aan het Gouvernement van Suriname wordt voorbehouden de uitsluitende bevoegdheid tot uitoefening van den loodsdienst door ddartoe door den Gouverneur aangewezen loodsen.

Artikel 3.

Het gouvnement is niet verantwoordelijk voor de daden of verzuimen van de in het vorig artikel genoemde loodsen.

 

Artikel 4.

(1) de gezagvoerders van schepen, die de Surinamerivier willen binnenkomen of uitgaaan, de Commewijne Ė en Cotticarivier tot Moengo of de Surinamerivier tot Paranam willen bevaren, zijn verplicht zich te bedienen van een loods.

(2) Ook wanneer in bijzondere omstandigheden geen gebruik is gemaakt van de diensten van een loods, is het in artikel 6 vastgestelde loodsgeld verschuldigd; de Gouverneur bepaalt wat onder bijzondere omstandigheden kan worden verstaan.

(3) In alle andere gevallen kan de hulp van een loods worden verleend, wanneer die wordt verlangd of door of vanwege het Gouvernement geŽischt, onder voor elk voorkomend geval door het Hoofd van het Loodswezen te bepalen voorwaarden

 

Artikel 5

(1) Van de verplichting bedoeld in het eerste lid van het vorig artikel, zijn uitgezonderd:
1e. oorlogschepen
2e. schepen, door den Gouverneur van deze verplichting vrijgesteld;
3e. schepen met een brutoinhoud van 50 tonnen of daar beneden, mits deze schepen geen ander schip van grooteren inhoud op sleeptouw hebben.

(2) Verlangt een der genoemde schepen de hulp van een loods, dan wordt deze verleend, tegen de in artikel 6 bepaalde vergoeding.

 

Artikel 6

(1) Het loodsgeld wordt geheven ten bate van 's landskas en is verschuldigd zoo dikwijls van de hulp van een loods wordt gebruik gemaakt.

(2) Het bedraagt:

a. voor het binnenloodsen van de Surinamerivier tot de reede van Nieuw Amsterdam en voor het uitloodsen van Nieuw Amsterdam naar Zee voor eenschip met een bruto-inhoud;

beneden 400 ton                                        f      40,-
van     400- beneden    1500  ton                ,,      70.-
,,      1500-      ,,          2600  ,,                  ,,    110.-
,,      2600-      ,,          3700  ,,                  ,,    140.-
,,      3700-      ,,          4800  ,,                  ,,    175.-
,,      4800-      ,,          6000  ,,                  ,,    210.-
,,      6000-      ,,          8000. ,,                  ,,    270.-
,,      8000-      ,,        10000  ,,                  ,,    330.-
vanaf 10000 ton       per 1000 ton 35.-meer.

De reede van Nieuw Amsterdam wordt begrensd als volgt:

1. aan de Zuid-zijde door een lijn loopend vanaf plantage Suzannesdaal rechtwijzend West tot aan de den linkeroever van de Surinamerivier ;

2. aan de West-zijde door de lijn Hoek Leonsberg tot sluis Resolutie;

3 aan de Oost-zijde door de lijn Licht-opstand Nieuw Amsterdam tot Post Leyden.

b. voor het beloodsen van Nieuw Amsterdam tot Paramaribo en terugnaar Nieuw Amsterdam, met inbegrip van de wendingen tot het meren of ankeren, totdat het schip aan zijn ligplaats definitief gemeerd of geankerd is, voor een schip met een bruto-inhoud:

beneden 400 ton                                         f    20.-
van     400 -   beneden     1500 ton              ,,    40.-
,,      1500 -       ,,           2600  ,,                ,,    50.-
,,      2600 --      ,,           3700  ,,                ,,    70.-
,,      3700 -       ,,           4800  ,,                ,,    85.-
,,      4800 -       ,,           6000  ,,                ,,   100.-
,,      6000 -       ,,           8000  ,,                ,,   130.-
,,      8000 -       ,,         10000  ,,                ,,   170.-
vanaf 10000 ton         per 1000 ton               ,,    20.- meer.

c. voor het beloodsen van Paramaribo tot Paranam/Smalkalden en terug naar Paramaribo voor een schip met een bruto inhoud :

beneden 400 ton                                         f     75. -
van    400-   beneden 1000 ton                     ,,   100.-
van  1000-   beneden 2000 ton                     ,,   125. -
 ,,    2000-      ,,        4000  ,,                       ,,   150. -
vanaf 4000 ton      per 2000 ton                    ,,     25. Ė rneer.

d. voor het beloodsen van Nieuw Amsterdam tot Moengo en terug naar Nieuw Amsterdam voor een schip met een bruto-inhoud :

beneden 400 ton. f 200.-
van 400 Ė     beneden 1000 ton                   f  250.-
,,  1000 -         ,,        1500  ,,                    ,, 275.-
,,  1500 -         ,,        2000  ,,                    ,, 300. -
,,  2000-          ,,        2500  ,,                    ,, 325.-
,,  2500 -         ,,        3000  ,,                    ,, 350.-
voor elke 500 ton meer                              ,,   25.--

e. voor het beloodsen van Nieuw Amsterdam tot Alliance en terug naar Nieuw Amsterdam de helft van het tarief genoemd sub d.

(3) Boven de in lid 2 vermelde bedragen is verschuldigd:

a. voor het verstoomen ter reede van Paramaribo van stroom naar steiger of omgekeerd  f 15.- 
                                                                                             van steiger naar steiger f 20- ;
b. voor het verstoomen van Paramaribo naar eenige aanlegplaats tusschen Paramaribo en Nieuw-Amsterdam of omgekeerd, of van een zoodanige aanlegplaats naar Nieuw-Amsterdam of omgekeerd : per keer verstoomen, '/4 van het tarief voor het beloodsen van Nieuw-Amsterdam - Paramaribo en terug, bedoeld sub b van lid 2 ;
c. voor het verstoomen van Paranam naar Smalkalden omgekeerd, of aldaar van stroom naar Steiger of omgekeerd: '/5 van het tarief voor het beloodsen van Paramaribo-Paranam en terug bedoeld sub c van lid 2.

d. voor het gebruik van een loodsboot voor het meren, ontmeren, of voor andere doeleinden, is eene vergoeding verschuldigd van f 10.- per uur, met een minimum van een uur, waarbij gedeelten van een uur voor een half uur worden gerekend.

(4) Het vervoer van loodsen, anders dan per loodsboot geschiedt voor rekening van den eigenaar of den reeder van het schip.

(5) Voor het verrichten van andere loodsdiensten, zal door het Hoofd van het Loodswezen een bedrag in rekening worden gebracht, evenredig aan de hierboven vastgestelde bedragen.

Artikel 7.

(1) In geval een schip de reis niet aanvangt of voortzet binnen een tijdsduur van ťťn uur na het tijdstip, waarop de loods aan boord besteld was, ofschoon weder, wind en getij zulks niet beletten, wordt een verhooging van het loodsgeld van f 15.- in rekening gebracht ; voor elke daaropvolgende 2 uur of gedeelte daarvan f 5.- tot een maximum van f 25.- per etmaal; voor elk volgend etmaal of gedeelte daarvan f 25.-, indien de loods wordt aangehouden.

(2) Indien een schip door een of andere oorzaak buiten den wil van den loods in eenig district zich langer ophoudt dan 24 uren wordt voor elk etmaal of gedeelte daarvan het loodsgeld verhoogd met f 25.-.

(3) De gezagvoerders zijn verplicht om, zoolang de loods (leerling-hulploods) aan boord is, hem kosteloos van behoorlijke voeding en slaapplaats te voorzien.

(4) Bij verblijf van een schip in eenig district langer dan 2 uren, zal den loods en den eventueel hem vergezellenden leerling- of hulploods, kosteloos een behoorlijke verblijfplaats, alsmede voeding worden verstrekt.

(5) Indien van de diensten van een aangevraagde loods geen gebruik is gemaakt, doordien het vertrek van het schip geen voortgang heeft kunnen hebben, is een vergoeding door den betrokken eigenaar of reeder van het schip verschuldigd van f 5.- voor Paramaribo en f 15.- voor het district.

 

Artikel 8.

Wanneer voor het in- en (of) uitloodsen van een schip - ter beoordeeling van den loods met beroep op het Hoofd van het Loodswezen - het gebruik van een sleepboot noodig is, draagt de belanghebbende ondernemer geheel voor eigen rekening zorg voor de beschikbaarstelling van een voor het doel geschikte sleepboot.

 

Artikel 9.

Voor een of meer schepen, met een of meer schepen op sleeptouw de haven binnenkomende of uitgaande, is het loodsgeld verschuldigd voor alle, zoowel slepende als gesleept wordende schepen, voor zoover deze niet vallen onder de uitzonderingen, bedoeld in artikel 5 lid (1).

 

Artikel 10.

(1) Als bruto-inhoud van een schip wordt aargemerkt de op den zee- of meetbrief uitgedrukte maat.

(2) Bij gebreke van een zee- of meetbrief of eenig ander document, waaruit de bruto-inhoud blijkt, wordt het vaartuig op kosten van den gezagvoerder gemeten.

 

Artikel 11.

(1) De betaling, van het loodsgeld geschiedt ten kantore van den Algemeenen Ontvanger en Betaalmeester voor het vertrek van het schip naar zee of binnen 5 etmalen na aankomst.

(2) Geen vertrekpas wordt uitgereikt aan scheppn, waarvan het verschuldigde loodsgeld niet is voldaan, tenzij ten genoegen van den Administrateur van FinanciŽn zekerheid daartoe is gesteld.

(3) De loods zal zijne diensten niet verleenen alvorens hem gebleken is, dat aan de bepalingen dezer landsverordening is voldaan.

 

Artikel 12.

(1) De Administrateur van FinanciŽn kan vergunnen, dat eene doorloopende zekerheid wordt gesteld tot een door hem te bepalen bedrag voor de betaling van de verschuldigde loodsgelden.

(2) In geval van zekerheidsstelling moeten de loodsgelden die in den loop van de maand opvorderbaar zijn geworden voor den 10den dag van de daaropvolgende maand worden betaald.

(3) Bij niet-nakoming van de bepaling van het voorgaand lid kan de gunst van zekerheidsstelling worden ingetrokken.

Artikel 13.

(1) De in het vorig artikel bedoelde te stellen zekerheid kan zijn persoonlijk of zakelijk.

(2) De kosten dier zekerheidsstelling komen ten laste van belanghebbenden.

 

Artikel 14.

De vorderingen wegens niet of te weinig alsmede de terugvordering van te veel betaalde loodsgelden verjaren na verloop van een jaar, te rekenen van den dag, waarop zij verschuldigd waren of betaald zijn.

 

Artikel 15.

De Gouverneur kan in bijzondere gevallen geheele of gedeeltelijke kwijtschelding of terugbetaling van het verschuldigde of reeds betaalde loodsgeld verleenen.

 

Artikel 16.

(1) Hij, die nalaat zich te bedienen van een loods in de gevallen waarin dit bij deze landsverordening is voorgeschreven, wordt gestraft met een geldboete van ten hoogste 300 gulden.

(2) Het loodsgeld blijft, onverminderd het in het vorig lid bepaalde, verschuldigd.

 

Artikel 17.

De bij of krachtens deze landsverordening strafbaar gestelde feiten worden beschouwd als overtredingen.

 

Artikel 18.

Met de opsporing der overtredingen dezer landsverordening zijn behalve de in artikel 8 sub 1 - 4 van het Surinaamsch Wetboek van Strafvordering genoemde personen, belast de door den Gouverneur aangestelde ambtenaren van den Gouvernements-loodsdienst en alle ambtenaren der belastingen.

 

Artikel 19.

Alle stukken, krachtens deze landsverordening opgemaakt, zijn vrij van zegel.

 

Artikel 20.

Bij besluit van den Gouverneur wordt alles geregeld wat voor de uitvoering dezer landsverordening voorziening vordert.

OvergangsbepaIingen.


Artikel 21.

De loodsen, die bij de inwerkingtreding van deze landsverordening overgaan in 's Landsdienst, zullen gerechtigd zijn overeenkomstig de bepalingen van de Pensioenverordening 1932 (G.B. 1933 No. 52) voor pensioen bij te dragen.

Ook kunnen zij voor pensioen geldig maken den tijd, voor hun overgang in 's Landsdienst actief als geadmitteerden loods doorgebracht, mits zij binnen 3 maanden na hun overgang schriftelijk aan den Gouverneur daartoe het verzoek doen.

De Gouverneur bepaalt welke diensttijd als actief wordt aangemerkt en voor pensioen geldend kan worden gemaakt en dienovereenkomstig wordt het bedrag van de daarvoor verschuldigde bijdrage vastgesteld.

Als maatstaf voor het berekenen van de verschu