RESOLUTIE van 21 augustus 1962 no. 9811 bepalende de plaatsing in het Gouvernementsblad van de geldende tekst van de ,Autobusdienstverordening" (G.B. 1933 no. 100).

 IN NAAM DER KONINGIN!

DE WND.GOUVERNEUR VAN SURINAME,

Op voordracht van de Minister van Justitie en Politie;

Gelet op de landsverordening van 28 juli 1947 (G.B. no.113) houdende voorschriften met betrekking tot de schrijfwijze van de Nederlandse taal:

Overwegende dat het wenselijk is de thans geldende tekst van de ,Autobusdienstverordening G.B. 1933 no. 100", in het gouvernementsblad op te nemen, teneinde de raadpleging daartvan te vergemakkelijken;

BESLUIT:

Te bepalen dat de,,,Autobusdienstverordening G.B. 1933 No.100' zoals deze luidt na de daarin aangebrachte wijzigingen en aanvullingen, laatstelijk bij de landsverordening van 10 januari 1952 (G.B. no. 6) nevens afsehrift van deze resolutie in Gouvernementsblad zal worden geplaatst.

Paramaribo, 21 augustus 1962
A. CURRIE

De Minister van Justitie en Politie
H. SHRIEMISIER

Uitgeg. te Paramaribo, de 21ste augustus 1962

De Minister van Binnenlandse Zaken
S.D. EMANUELS

 

LANDSVERORDENING van 23 augustus 1933, (G.B. no. 100) betreffende vergunning voor autabusdiensten, zoals deze luidt na de daarin aangebrachte wijzigingen verordening van:

 23 september    1946     (G.B. no. 98)
 10 mei              1949     (G.B. no. 51)
10 januari         1952     (G.B. no. 6)

Art. 1. 1/3/

(1) Tot het inwerking brengen of doen brengen, het houden of doen houden van een openbaar middel tot vervoer van personen of goederen te land wordt een voorafgaande schriftelijke vergunning van de Minister van Openbare Werken en Verkeer gevorderd.

(2)Voor de toepassing van deze verordening worden:

a)   onder openbaar middel tot vervoer van personen te land verstaan de autobussen en motorrijtuigen, bestemd om de personen, die zich daartoe aanmelden te vervoeren, indien voor het vervoer per plaats betaald wordt.

b)   onder openbaar middel tot vervoer van goederen te land verstaan de autotrucks, bestetmd om, al dan niet tegen betaling de goederen die daartoe worden aangeboden te vervoeren, onverschillig of het vervoer al dan niet van enige voorwaarde of van de inachtneming van enigen vorm afhankelijk is gesteld, indien zij berekend zijn op ene netto belasting van meer dan 2000 K.G. 

Art. 2. 2/3/

 (1) Tot het verkrijgen van de in artikel 1 lid 1 genoemde vergunning wendt de belanghebbende zich bij gezegelde verzoekschrift tot de minister van Openbare Werken en Verkeer onder mededeling van zodanige opgaven en bijzonderheden omtrent de aard van de dienst waartoe vergunning geyraagd wordt, als in het Gouvernements-Advertentieblad zijn openbaar gemaakt.

(2) Bij het verzoekschrift moet worden overgelegd een kwitantie van storting bij de algemene ontvanger en betaalmeester van het voor de vergunning verschuldigde recht, waarvan het bedrag door de minister van Openbare Werken en Verkeer wordt vastgesteld.

(3) Bij afwijzing van het verzoek wordt teruggave van het gestorte bedrag bevolen. 

 Art. 3 2/3/

 (1) De minister van Openbare Werken en Verkeer verleent, termen daartoe vindende, de vergunning onder vaststelling van zodanige voorwaarden en bepalingen, welke, naar zijn beoordeling, de veiligheid van van vervoer en een behoorlijk verkeer kunnen verzekeren. Het tarief voor vervoer van personen of goederen wordt ook hierbij vastgesteld.

(2) Bij niet naleving der voorwaarden zal de vergunning kunnen worden ingetrokken.

Art. 4. /

Hij, die strijd met artikel 1 een openbaar middel tot vervoer van personen of goederen te land in werking  brengt, in werking doet brengen, houdt of doet houden, wordt gestraft eene geldboete van ten hoogse vijfhonderd gulden.

 Art. 5.

Het in artikel 4 strafbaar gestelde feit wordt beschouwd als een overtrading.

Art. 6. 3/4/

Deze verordening welke kan worden aangehaald als ,Autobusdienstverordening" treedt in werking op een nader door den gouverneur te bepalen tijdstip.

 Noot:

/  Gewijzigd bij landsverordening van 23 september 1946 (G.B. no.98)

/  Gewijzigd bij landsverordening van 10 mei 1949 (G.B. no. 51)

/  Gewijzigd bij landsverordening van 10 januari 1962 (G.B. no. 6)

4/ In werking getreden met ingang van 1 januari 1946  (G.B. 1945 no. 163)