R E S 0 L U T I E van 16 februari 1963 no. 2038, nopens intrekking van de resolutie van 4 juni 1957 no. 4319 en vaststelling van een nieuwe regeling betreffende de heffing voor landings- en parkeergelden voor vliegtuigen enz.

IN NAAM DER KONINGIN!

DE GOUVERNEUR VAN SURINAME,

Op voordracht van de minister van Openbare Werken en Verkeer, met medewerking van de Minister van Financien;

Gelet op artikel 12 van het Surinaams Luchtvaartbesluit 1935 (G.B. No. 102), geldende tekst G.B. 1955 No: 69;

Herlezen de resolutie van 4 juni 1957 No. 4319;

OVERWEGENDE:

dat de bij resolutie van 4 juni 1957 No. 4319 vastgestelde tarieven en voorwaarden voor landings-, stallings- en parkeergelden voor luchtvaartuigen en het verblijf van personen en goederen op de luchthaven Zanderij vanaf 1 april 1957 ongewijzigd zijn toegepast;

dat bedoelde tarieven en voorwaarden, welke niet van toepassing zijn voor verkeersbewegingen op en nabij andere inmiddels aangelegde luchtvaarterreinen, gezien de vooruitgang in de luchtvaart, zowel internationaal als nationaa1, verouderd zijn;

dat de tarieven en voorwaarden meer in overeenstemming met de gangbare in het buitenland, moeten worden gebracht waardoor luchtverkeer kan worden aangetrokken;

dat het daarom wenselijk is de onderhavige tarieven en voorwaarden gerekend van 1januari 1963 te herzien en te vervangen door een nieuwe regeling betreffende de heffing van landings-, parkeer en entreegelden voor vliegtuigen en de toelating en het verblijf van personen en goederen op de Internationale luchthaven Zanderij en de luchtvaartterreinen langs de kust en in het binnenland van Suriname, voorzover deze toegelaten zijn voor het openbaar verkeer.

BESLUIT:

  1. Gerekend van 1 januari 1963:

    1. In te trekken de resolutie van 4 juni 1957 No. 4319, waarbij een regeling betreffende heffing van landings-, stallings- en parkeergelden voor luchtvaartuigen en het verblijf van Personen en goederen op de luchthaven Zanderij is vastgesteld.

    2. Vast te stellen de navolgende regeling betreffende de heffing van landings-en parkeergelden voor vliegtuigen entreegelden en de toelating en het verblijf van personen en goederen op de Internationale luchthaven Zanderij en de luchtvaartterreinen langs de kust en in het binnenland van Suriname, voorzover deze toegelaten zijn voor het openbaar verkeer.

  2. DEFINITIES.

    In deze regeling wordt verstaan onder:

    1. vliegtuigen: luchtvaartuigen, naar de omschrijving in artikel I van het Surinaams Luchtvaartbesluit 1935, zoals gewijzigd bij G.B. 1937 No. 33, geldende tekst G.B. 1955. No. 69;

    2. etmaal: tijdsruimte van 24 uren, te rekenen vanaf het tijdstip van landing van het vliegtuig op het luchtvaartterrein;

    3. gewicht: het maximum toelaatbaar totaalgewicht van het vliegtuig, gelijk dat gewicht blijkt uit het bewijs van luchtwaardigheid van het vliegtuig of wel het gewicht volgens officiele gegevens van de fabrikant;

    4. terreinvlucht: een vlucht, niet zijnde een lesvlucht, na welke het vliegtuig landt op het luchtvaartterrein van waar het is opgestegen, zonder tussenlanding te hebben uitgevoerd op een andere plaats;

    5. lesvlucht: een vlucht, geen terreinvlucht zijnde, die uitsluitend voor instructieve doeleinden worden uitgevoerd;

    6. parkeren: het in de buitenlucht op het luchtvaartterrein doen verblijven van een vliegtuig;

    7. grensverkeer: het verkeer met een vliegtuig tussen een in Suriname gelegen luchtvaartterrein, en de dichtsbijzijnde airstrip in Brits of Frans Guyana of Brazilië, waarvan de afstand hemelsbreed gemeten, niet meer dan 50 km bedraagt;

    8. Intercontinentaal verkeer: het verkeer tussen twee of meer continenten, waarbij de vlucht op het luchtvaartterrein een aanvangt neemt of eindigt, dan wel het luchtvaartterrein als doorgangshaven wordt aangedaan;

    9. Continentaal verkeer : het verkeer tussen twee of meer plaatsen op het vaste land van Zuid- Amerika en de eilanden in de Caraibische Zee, waarbij de vlucht op het luchtvaartterrein een aanvangt neemt of eindigt, dan wel het luchtvaartterrein als doorgangshaven wordt aangedaan;

    10. Binnenlands verkeer: het verkeer binnen suriname waarbij de vlucht op het luchtvaartterrein een aanvag neemt of eindigt dan wel het luchtvaartterrein als doorgangshaven wordt aangedaan.

  3. LANDINGSGELDEN

  1. Het voor een landing van een vliegtuig verschuldigde landinsgeld wordt bepaald door de aard der vlucht van het vliegtuig, in die zin dat er rekening mede gehouden wordt of de vlucht is uitgevoerd is:

    1. in het intercontinentaal verkeer:

      1. geregeld

      2. ongeregeld

    2. in het continentaal verkeer:

      1. geregeld

      2. ongeregeld

    3. in het binnenlands verkeer of in het grensverkeer

      1. als terreinvlucht

      2. als lesvlucht.

     

  2. Diensovereenkomstig worden de vliegtuigen ingedeeld in klasse A1, A2, B1, B2, C, D, EN E.

  3. Met inachtneming van het bepaald in het eerste lid van dit artikel bedraagt het verschuldigde landingsgeld voor een landing van een vliegtuig, ingedeeld in:

    • Klasse A1: Sf. 3.- per ton (short) of gedeelten daaarvan met een toeslag van Sf. 30.-, indien maximum startgewicht groter is dan 25 ton;

    • Klasse A2: Sf. 3,- per ton (short) of gedeelten daarvan;

    • Kasse B1: Sf 2.50 per ton (short) of gedeelten daarvan met een toeslag van Sf. 30.-, indien maximum startgewicht groter is dan 26 ton.

    • Klasse B2: Sf 2.50 per ton (short) of gedeelten daarvan;

    • Klasse C: Sf1,75 per ton (short) of gedeelten daarvan;

    • Klasse D: Sf1,25 per ton (short ) of gedeelten daarvan;

    • Klasse E: Sf. 0,75 per ton (Short 0 of gedeelten daarvan;

    Met dien verstande dat voor een vliegtuig waarvan het gewicht 1 short ton of minder bedraagt een landingsgeld verschuldigt is van f 2.50 per landing in de klasse A en B van f 1,50 in de overige klassen.

  4. Boven het ingevolge het derde lid verschuldigde landingsgeld, is voor elkelanding of vertrek, welke plaats vindt op,een tijdstip, waarop w egens en/of slecht zicht de baan- en/of naderingsverlichting is ontstoken, een bedrag verschuldigd voor een vliegtuig inge- deeld in:

    • Klasse Al en A2 van Sf. 10,-,

    • KIasse Bl, B2, C,D en E van Sf. 7,50.

  5. Indien een uit het buitenland komend vliegtuig op het luchtvaartterrein land, nadat het wegens slechte weeromstandigheden, motor storing of andere onvoorziene oorzaken een uitwijkhaven heeft aangedaan, wordt het verschuldigd bedrag bepaald door de aard van het verkeer , waarin de vlucht naar het uitwijkhaven plaatsvond

    Een gelijke berekening van het landingsgeld vindt toepassing, indien het luchtvaartterrein zelf de uitwijkhaven is.

  6. Indien een vliegtuig na van het luchtvaartterrein te zijn opgestegen, hierop zonder een andere luchthaven te hebben aangedaan, wegens slechte weeromstandigheden, motor storing of andere onvoorziene oorzaken terugkeert, zal geen landingsgeld verschuldigd zijn.indien een zodanige landing plaatsvindt op een tijdstip waarop wegens duisternis en of slechte zicht de baan- en naderingsverlichting is onstoken, is wel verschuldigd vergoeding in punt 4 van lid ΙΙΙ, berekend volgens klasse B, C, D en E van dit lid.

  7. Luchtvaartmaatschappijen, die tenminste eenmaal per dag een landing dan wel een totaal van tenminste 30 (dertig) landingen per maand uitvoeren, wordt een reductie van 20 % verleend op het tarief, genoemd in lid ΙΙΙ

  8. In bijzondere gevallen kan door de Minister van Openbare Werken en Verkeer in overleg met de Minister van Financien gehele of gedeeltelijke ontheffing worden verleend van de verplichting tot het betalen van de in dit lid en in lid IV genoemde gelden.

  1. IV. PARKEER-EN ENTREEGELDEN:

    1. PARKEERGELDEN.

      Voor het doen verblijven op het luchtvaartterrein is per etmaal parkeergeld verschuldigd over-eenkomstig het hierna volgend tarief

      Voor de berekening van parkeergeld worden de vliegtuigen gerangschikt in drie categorien, t.w.:

      A: gewicht tot en met30 ton (short),

      B: gewicht boven 30 tot en met 60 ton (short),

      C: gewicht boven 60 ton (short).

      1. Voor alle categorie vliegtuigen geschiedt het parkeren gedurende de eerste 6 uren kosteloos

      2. Voor meer dan 6 uren tot en met 12 uren (1/2 etmaal) is voor categorie A een bedrag van Sf. 2,50; voor categorie B een bedrag van Sf.5,- en voor categorie C een bedrag van Sf. 10,- per vliegtuig verschuldigd.

        Indien het verblijf van een vliegtuig op het luchtvaartterrein voor het uitvoeren van een terreinvlucht wordt onderbroken, zal dat verblijf voor de berekening van het parkeergeld als niet onderbroken worden beschouwd.

    2. ENTREEGELDEN:

      Voor de toelating van bezoekers op de luchthaven Zanderij worden de volgende entréegelden geheven:

      1. volwassen Sf 0,25;

      2. kinderen (tot de leeftijd van 15 jaar ) Sf 10,-

      De voorwaarden van toelating op andere luchtvaartterreinen zullen afzonderlijk door de Minister van Openbare Werken en Verkeer en van Opbouw worden vastgesteld.

  2. MAANDKONTRAKTEN:

    De eigenaar of gebruiker van een burgervliegtuig kan in de gelegenheid gesteld worden voor het doen verblijven van en voor verrichten van landingen met zulk een vliegtuig op de luchthaven Zanderij, een maandkontrakt aan te gaan. Dit kontrakt zal ingaan op de dag van aankomst op de luchthaven.

    Mocht de eigenaar na drie dagen na aankomst op de luchthaven te kennen geven een maandkontrakt te willen aangaan, dan kan dit kontract geacht worden te zijn aangegaan op de dag van aankomst van het desbetreffende vliegtuig.

    Bij maandkontrakten voor landingen, indien minstens 1 landing per dag wordt gemaakt of te wel 30 landingen in de maand, geniet de eigenaar een reductie van 20% op het normale tarief.

    Maandtarieven voor parkeer- en entreegelden zullen bij afzonderlijke regeling worden vastgesteld door de minister van Openbare Werken en Verkeer.

  3. KOSTEN VOOR HULPVERLENING:

    In de tarieven, genoemd in de leden ΙΙΙ en ΙV, zijn niet inbegrepen de kosten voor de verlenging van enigerlei hulp bij het parkeren (met inbegrip van verankeren) of het vertrek van een vliegtuig.

    De wijze, waarop in deze hulpverlening wordt voorzien en de daarvoor te heffen vergoeding zullen afzonderlijk door de minister van Openbare Werken en Verkeer worden vastgesteld.

  4. INNING VAN GELDEN:

    Met de inning van de gelden, verbonden aan het landen van vliegtuigen, alsmede de toelating van bezoekers op de luchtvaartterreinen is de luchthavenmeester belast voor wat de luchthaven zanderij betreft, en de stationschefs, voor wat de overige luchtvaartterreinen betreft.

    Voor de betaling van de landings- en parkeergelden zijn hoofdelijk aansprakelijk de eigenaar van het vliegtuig, de gebruiker daarvan en degene, die als gemachtigde van de eigenaar of gebruiker optreedt.

  5. AANSPRAKELIJKHEID:

    De Luchtvaartdienst is niet aansprakelijk voor enige schade gedurende het verblijf op het luchtvaartterrein of in een vliegtuigloods, veroorzaakt of toegebracht aan een vliegtuig, of dezelfs uitrusting, lading, bemmaning of passagiers, evenmin voor ontvreemdingen, welke tijdens het verblijf van een vliegtuig op het luchtvaartterrein of in de vliegloods mochten plaatsvinden.

  6. Van het vorenstaande waarvan afschrift zal worden geplaats in het Gouvernementsblad en het Gouvernementsadvertentieblad, afschrift te zenden aan de Direkteur van Openbare Werken en Verkeer, de Direkteur van, Financien (in triplo), het Hoofd van de Luchtvaartdienst, de Pan American World Airways Inc., de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V., en de Air France.

Paramaribo, 16 februari 1963.

A. CURRIE.

De Minister van Openbare Werken en Verkeer,

V. M. DE MIRANDA.

De Minister van Financien,

J. SEDNEY.

Uitgegeven te Paramaribo, de 16e februari 1963.

De Minister van Binnenlandse Zaken,

S. D. EMANUELS.