PUBLICATIE van 25 augustus 1964, Kabinet no. XXVII/0995, waarbij wordt afgekondigd de Rijkswet van 25 juli 1964, houdende goedkeuring van het op 15 maart 1960 te Geneve tot stand gekomen Verdrag tot vaststelling van enige eenvormige regelen inzake aanvaring in de binnenvaart.

IN NAAM DER KONINGIN!

DE GOUVERNEUR VAN SURINAME,

Vanwege de Koningin de last ontvangen hebbende tot afkondiging van onderstaande Rijkswet;

WIJ JULIANA, BIJ DE GRATIE GODS, KONINGIN DER NEDERLANDEN, PRINSES VAN ORANJE NASSAU, ENZ., ENZ, ENZ.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het vanwege Ons op 15 maart 1960 te Geneve tot stand gekomen Verdrag tot vaststelling van enige eenvormige regelen inzake aanvaring in de binnenvaart ingevolge artikel 60, lid 2, van de Grondwet de goedkeuring der Staten-Generaal behoeft, alvorens te kunnen worden bekrachtigd;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1. Het vanwege Ons op 15 maart 1960 te Geneve tot stand gekomen Verdrag tot vaststelling van enige eenvormige regelen inzake aanvaring in de binnevaart, waarvan de Franse en de Duitse tekst is geplaatst in Tractatenblad 1961, 88, wordt voor Nederland en Suriname goedgekeurd;

Artikel 2. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na heden.

Lasten en bevelen, dat deze Rijkswet in het Staatsblad en het Gouvernementsblad van Suriname zal worden geplaatst, en dat alle MinisteriŽle Departementen, Autoriteiten, Colleges an Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Porto Ercole, 25 juli 1964.

                                  JULIANA.

De Minister van Justitie,
Y. SCHOLTEN.

De Minister van Buitenlandse Zaken a.i.,
V. G. M. MARIJ)NEN.

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
M.J. KEYZER.

Uitgegeven de elfde augustus 1964. 

De Minister van Justitie a.i.,
V. G. M. MARIJNEN.

Heeft de opneming daarvan in het Gouvernementsblad bevolen.

Gedaan te Paramaribo, de vijfentwintigste augustus 1964.
A. CURRIE.

Uitgegeven te Paramaribo, de 28ste augustus 1964.

De Minister van Binnenlandse Zaken,
J.A. PENGEL.