PUBLICATIE van 24 juni 1969, Kabinet nr. XXVII/ 01326, waarbij wordt afgekondigd de Rijkswet van 16 mei 1969, houdende goedkeuring van het vanwege Ons op 9 juni 1967 ondertekende Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen (Stb. 223).

IN NAAM DER KONINGIN!

DE GOUVERNEUR VAN SURINAME,

Vanwege de Koningin de last ontvangen hebbende tot afkondiging van onderstaande Rijkswet:

WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het vanwege Ons op 9 juni 1967 ondertekende Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen, ingevolge artikel 60, tweede lid, van de Grondwet de goedkeuring der Staten- Generaal behoeft alvorens te kunnen worden bekrachtigd;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1. Het vanwege Ons op 9 juni 1967 ondertekende Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen, waarvan de Engelse en de Franse tekst zijn geplaatst in Tractatenblad 1964, 115, en een vertaling in het Nederlands in Tractatenblad 1964, 186, wordt voor het gehele Koninkrijk goedgekeurd.

Artikel 2. Deze Rijkswet treedt in werking met ingang van de dag na heden.

Lasten en bevelen, dat deze Rijkswet in het Staatsblad, het Gouvernementsblad van Suriname en het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen zal worden geplaatst en dat alle MinisteriŽle Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 16 mei 1969.

                                 JULIANA.

De Minister van Justitie,
C.H.F. POLAK.

De Minister van Buitenlandse Zaken,
J. LUNS.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
J.A. BAKKER.

Uitgegeven de vijfde juni 1969.

De Minister van Justitie,
C.H.F. POLAK.

Heeft de opneming daarvan in het Gouvernementsblad bevolen.

Gedaan te Paramaribo de vier en twintigste juni 1969.
JOHAN H. FERRIER.

Uitgegeven te Paramaribo, de 18e juli 1969.

De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. J. MAY.