R E S 0 L U T 1 E  van 12 jull 1971 no. 7387 houdende nadere wijziging van de resolutie van 24 september 1945 no. 2975 (G.B. 1915 no. 146), houdende vaststelling van voorwaarden en bepalingen waaronder vergunningen zullen worden verleend tot het in werking brengen van een openbaar middel tot vervoer van personen te land, als bedoeld in artikel I van de Autobusverordening.

IN NAAM DER KONINGIN!

 DE GOUVERNEUR VAN SURINAME,

Op voordracht van de Minister van OPENBARE WERKEN EN VERKEER;

 Gehoord de Procureur-Generaal en de Directeur van Openbare Werken en Verkeer;

 Herlezen de resolutie van 24 september 1945 no. 2975 (G.B. No 146), zoals laatstelijk gewijzigd bij resolutie van 9 februari 1950 no. 610 (G.B. no. 31).

 Gelet op de Autobusdienstverordening (G.B. 193,3 no. 100, geldende tekst G.B. 1962 no. 127);

 BESLUIT:

 I.        In de resolutie van 21 september 1945 no. 2975 (G.B. 1945 no. 146), zoals laatstelijk gewijzigd bij (G.B. 1950 no. 31), houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen naar we!ke, krachtens artikel 3, lid 1, van na te melden verordening, vergunningen zullen kunnen worden verleend tot het inwerking brengen van een openbaar middel tot vervoer van personen of goederen te land, als bedoeld in artikel 1 van de Autobusdienstverordening (G.B. 1933 no. 100, geldende tekst G.B. 1962 no. 127), 

wordt in artikel 13, de punt achter kunstlicht geschrapt en een nieuwe zinsnede toegevoegd, luidende als volgt: “en tevens van een embleem waarvan het model bij beschikking van de Minister van Openbare Werken en Verkeer zal worden vastgesteld".

 II.    Te bepalen, dat afsehrift van deze resolutie in het Gouvernementsblad en in het Gouvernements Advertentieblad zal worden geplaatst.

Paramaribo, 12 juli 1971
JOHAN H. FERRIER

De Minister van Openbare Werken en Verkeer
R.H. GOOSSEN

Uitgegeven te Paramaribo, de 12de juli 1971

De Minister van Binnenlandse Zaken a.i.
C.B. RAMKISOR