PUBLICATIE van 19 juli 1973, Kabinet Nr. XXII/01621, waarbij wordt afgekondigd de Rijkswet van 10 mei 1973, houdende goedkeuring van het op 16 december 1970 te 's- Gravenhage tot stand gekomen Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen. (verdrag van 's-Gravenhage) (Stb. 1973, 227).

IN NAAM DER KONINGIN!

DE GOUVERNEUR VAN SURINAME,

Vanwege de Koningin de last ontvangen hebbende tot afkondiging van onderstaande Rijkswet:

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz,, enz.,enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het op 16 december 1970 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen, ingevolge artikel 60, tweede lid, van de Grondwet de goedkeuring der Staten- Generaal behoeft alvorens te worden bekrachtigd;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

Het op 16 december 1970 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen, waarvan de Engelse en de Franse tekst, alsmede een vertaling in het Nederlands, in Tractatenblad 1971, 50, zijn geplaatst, wordt voor het gehele Koninkrijk goedgekeurd.

Artikel II

Deze Rijkswet treedt in werking met ingang van de dag na heden.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad, het Gouvernementsblad van Suriname en het Publicatieblad van de Nederlandse Antlllen zal worden geplaatst, en dat alle MinisteriŽle Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 10 mei 1973.

                          JULIANA.

De Minister van Justitie,
VAN AGT.

De Minister van Buitenlandse Zaken,
N. SCHMELZER.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
WESTERTERP.

Uitgegeven de negenentwintigste mei 1973.

De Minister van Jusitie,
VAN AGT.

Heeft de opneming daarvan in het Gouvernementsblad bevolen.

Gedaan te Paramaribo, de negentiende juli 1973.
JOHAN H. FERRIER.

Uitgegeven te Paramaribo de 27e juli 1973.

De Minister van Binnenlandse Zaken,
F.R. KARSOWIDJOJO.