LANDSVERORDENING van 9 mei l973 houdende vaststelling van regelen nopens teboekgestelde luchtvaartuigen. (Verordening teboekgestelde Luchtvaartuigen).

IN NAAM DER KONINGIN!

DE GOUVERNEUR VAN SURINAME,

In overweging genomen hebbende, dat het in verband met het op 19 juni 1948 te Genève gesloten verdrag betreffende de internationale erkenning van rechten op luchtvaartuigen wenselijk is regelen nopens teboekgestelde luchtvaartuigen te stellen en enige nieuwe regelen daaromtrent in het Surinaams Burgerlijk Wetboek, het Surinaams Wetboek van Koophandel, het Failissementsbesluit en het Surinaams Wetboek van Strafrecht op te nemen; Heeft, de Raad van Advies gehoord, met gemeen overleg der Staten, vastgesteld onderstaande landsverordening:

 

EERSTE AFDELING

Algemene bepalingen.

Artikel 1.

Deze landsverordening verstaat onder:

  1. Luchtvaartuig: elk toestel, dat in de dampkring kan worden gehouden tengevolge van de krachten, welke de lucht daarop uitoefent. Tot het luchtvaartuig behoren het casco, de motoren, de luchtschroeven, de radiotoestellen en alle andere voorwerpen bestemd voor gebruik in of aan het toestel, onverschillig of zij daarin of daaraan zijn aangebracht dan wel tijdelijk ervan zijn gescheiden.

  2. Verdrag van Genève: het op 19 juni 1948 te Genève gesloten verdrag betreffende de interna- tionale erkenning van rechten op luchtvaartuigen (Trb. 1952 No. 86).

  3. Verdragsstaat: een Staat, waarvoor het Verdrag van Genève van kracht is.

  4. Verdrag van Chicago: het op 7 december 1944 te Chicago gesloten verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart (Stb. H 165).

  5. Register:  het in Suriname gehouden register, als bedoeld in artikel 2.

  6. Verdragsregister: een buiten Suriname gehouden register, als bedoeld in artikel 1 lid 1 van het Verdrag van Genève.

  7. Nationaliteitsregister: een register, als bedoeld in artikel 17 van het Verdrag van Chicago.

Artikel 2.

  1. Er wordt te Paramaribo een openbaar register gehouden voor de teboekstelling van Surinaamse luchtvaartuigen, waarin wettelijke zakelijke rechten op deze luchtvaartuigen kunnen worden aangetekend. De houders van deze rechten maken hun woonplaats bij de bewaarder van het register kenbaar op de wijze voorgeschreven bij landsbesluit. 

  2. Bij landsbesluit wordt nader geregeld, welke stukken aan de bewaarder van het register worden ter hand gesteld om de inschrijving te verkrijgen, wat deze stukken moeten inhouden, hoe het register ingericht wordt, hoe daarin de inschrijvingen geschieden, hoe het register kan worden geraadpleegd, en al hetgeen verder tot uitvoering van de wettelijke bepalingen betreffende het register dient.

 

TWEEDE AFDELING

De ingeschreven rechten.

Artikel 3.

  1. Teboekstelling van een luchtvaartuig in het register wordt verzocht door de eigenaar.

  2. Zij is slechts mogelijk, wanneer:

  1. het luchtvaartuig een Surinaams luchtvaartuig is in de zin der Luchtverordening 1970 en niet reeds is teboekgesteld in het register;

  2. het luchtvaartuig niet in een verdragregister is teboekgesteld, en

  3. het luchtvaartuig zwaarder is dan een bij landsbesluit vastgesteld gewicht.

  1. Het onder b vermelde geldt niet, wanneer de eigenaar de eigendom van het luchtvaartuig heeft verkregen door toewijzing na een executie, welke in Suriname heeft plaats gevonden.

  2. Hij, die de teboekstelling verzoekt, moet overleggen een door hem ondertekende schriftelijke verklaring, dat naar zijn beste weten het luchtvaartuig voor teboekstelling vatbaar is. Deze verklaring behoeft de schriftelijk gevraagde goedkeuring van de Kantonrechter in het Eerste Kanton.

  3. De teboekstelling in het register heeft geen rechtsgevolgen, wanneer aan de vereisten van dit artikel niet is voldaan.

Artikel 4.

  1. De teboekstelling wordt door de bewaarder van het register doorgehaald:

  1. op verzoek van de eigenaar na schriftelijke toestemming tot doorhaling van de houders der ingeschreven rechten en de beslagleggers of na bewijs dat dezen zijn voldaan;

  2. ambtshalve, wanneer het luchtvaartuig na een executie in een Verdragsstaat buiten Suriname, welke plaats vond overeenkomstig het Verdrag van Genève, in een verdragsregister is
     teboekgesteld;

  3. op aangifte van de eigenaar of ambtshalve, wanneer het luchtvaartuig de Surinaamse nationaliteit heeft verloren, heeft opgehouden als zodanig te bestaan of wanneer daarvan gedurende 2 maanden na het laatste vertrek geen tijding is ontvangen. In deze gevallen is de eigenaar tot aangifte verplicht.

  1. De doorhaling geschiedt slechts na daartoe door de Kantonrechter op verzoek van de eigenaar of van de bewaarder van het register verleende machtiging. De Kantonrechter verleent deze machtiging niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de houders der ingeschreven rechten en de beslagleggers.

 Artikel 5.

  1. De vierde en de zesde afdeling van de vijfde titel van het Derde Boek, alsmede artikel 1998,
    van het Surinaams Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing op in het register teboekgestelde
    luchtvaartuigen.

  2. Het recht van reclame en het recht van retentie kunnen op een zodanig luchtvaartuig niet worden uitgeoefend.

Artikel 6.

  1. De levering van een in het register teboekgesteld luchtvaartuig geschiedt door de overschrijving van een desbetreffende notariële akte in het register.

  2. Onder akte wordt begrepen een vonnis van de Surinaamse rechter, dat tot levering veroordeelt en in kracht van gewijsde is gegaan. Het vonnis wordt voor de toepassing van deze bepaling geacht in kracht van gewijsde te zijn gegaan:

  1. ingeval het op tegenspraak is gewezen, wanneer niet binnen drie maanden na de uitspraak de in het ongelijk gestelde partij in de registers van de griffier heeft doen aantekenen, dat zij hoger beroep tegen het vonnis heeft ingesteld;

  2. ingeval het na verstek is gewezen, wanneer de gedaagde niet binnen drie maanden na het tijdstip, waarop het vonnis aan hem is betekend, in de registers van de griffier heeft doen aantekenen,dat hij tegen het vonnis verzet heeft gedaan.

  1. Van de instelling ener vordering tot levering van een in het register teboekgesteld luchtvaartuig voor een Surinaamse rechter kan aantekening in het register worden gevraagd.
    De overschrijving van het vonnis werkt in dit geval terug tot de dag der aantekening. Artikel 23 is in dit geval niet van toepassing.

  2. Deze aantekening wordt doorgehaald op schrifte- lijk verzoek of met schriftelijke toestemming van degene, die haar heeft gevraagd, of ingevolge een vonnis van een Surinaamse rechter, dat haar doorhaling beveelt en in kracht van gewijsde is gegaan. Het bepaalde in lid 2 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7.

  1. Wie te goeder trouw en uit kracht van een wettige titel een in het register teboekgesteld luchtvaartuig verkrijgt, bekomt daarvan de eigendom bij wege van verjaring door het bezit van één jaar.

  2. Wie te goeder trouw het bezit heeft gedurende drie jaar, verkrijgt de eigendom, zonder dat hij kan worden genoodzaakt zijn titel te tonen.

Artikel 8.

  1. De overeenkomst, krachtens welke de houder van een in het register teboekgesteld luchtvaartuig het recht heeft, na betaling van een zeker bedrag of na vervulling van enige andere voorwaarde, tengevolge van een koopovereenkomst de eigendom daarvan te verkrijgen, verschaft aan de houder een zakelijk recht, mits:

  1. de overeenkomst is neergelegd in een notariële akte, waarin duidelijk de partijen bij die overeenkomst en het luchtvaartuig worden aangegeven, en

  2. deze akte is ingeschreven in het register.

  1. Rechten, welke niet waren ingeschreven ten tijde van de in het vorige lid bedoelde inschrijving kunnen aan de houder niet worden tegengeworpen.

Artikel 9.

  1. Huur en verhuur van een in het register teboek- gesteld luchtvaartuig verschaft aan de huurder een zakelijk recht, mits:

  1. de overeenkomst is aangegaan voor een termijn van ten minste 6 maanden;

  2. de overeenkomst is neergelegd in een notariële akte, waarin duidelijk de partijen bij die overeenkomst en het luchtvaartuig worden aangegeven, en

  3. deze akte is ingeschreven in het register.

  1. Rechten, welke niet waren ingeschreven ten tijde van de in het vorige lid bedoelde inschrijving, kunnen aan de huurder niet worden tegengeworpen.

  2. Artikel 1597 van het Surinaams Burgerlijk Wetboek vindt op overeenkomsten van huur en verhuur van in het register teboekgestelde luchtvaartuigen geen toepassing.

Artikel 10.

  1. In het register teboekgestelde luchtvaartuigen en aandelen in zodanige luchtvaartuigen zijn vatbaar voor krachtens overeenkomst daarop gevestigde hypotheek, doch niet voor pand.

  2. Hypotheek op een aandeel blijft in stand na vervreemding of toedeling van het luchtvaartuig.

Artikel 11.

  1. Hypotheek op een in het register teboekgesteld luchtvaartuig wordt gevestigd door inschrijving in dat register van een notariële akte, waarbij de hypotheek wordt verleend en waarin duidelijk worden aangewezen de schuldenaar, de schuldeiser, deszelfs woonplaats, het luchtvaartuig en het bedrag, waarvoor de hypotheek wordt verleend.

  2. De volmacht tot het verlenen van hypotheek moet bij authentieke akte worden verleden.

Artikel 12.

  1. Behoudens het in artikel 16 bepaalde, is door de hypotheek gedekte vordering bevoorrecht op het luchtvaartuig boven alle andere voorrechten, bij deze of andere landsverordening toegekend.

  2. De onderlinge rang der hypotheken wordt bepaald door de dag der inschrijving. Hypotheken, die op dezelfde dag zijn ingeschreven, staan in rang gelijk.

Artikel 13.

1.   De hypotheek strekt mede tot zekerheid voor de renten der hoofdsom vervallen gedurende de laatste drie jaren voorafgaand aan het begin van de uitwinning en gedurende de loop hiervan.

Artikel 14.

De schuldeiser, wiens inschuld door hypotheek is verzekerd, vervolgt zijn recht op het luchtvaartuig, in welke handen dit zich ook bevindt.

Artikel 15.

  1. Op de hypotheken op in het register teboek- gestelde luchtvaartuigen vinden, voor zoveel de aard van het onderpand dit toelaat en uit de bepalingen van deze landsverordening niet het tegendeel volgt, de bepalingen omtrent hypotheek op onroerend goed overeenkomstige toepassing.

  2. Geen toepassing vinden de artikelen 1196, 1202, 1207 tweede lid, 1211, 1212, 1228 en 1234 van het Surinaams Burgerlijk Wetboek. De koper van het luchtvaartuig kan het in artikel 1238 van dat Wetboek omschreven recht niet uitoefenen.

  3. De artikelen 363 en 364 van het Surinaams Wetboek van Koophandel zijn mede van toepassing met betrekking tot verzekering tegen andere gevaren dan brand.

 

DERDE AFDELING,

Hulploon en buitengewone kosten tot behoud.

Artikel 16.

  1. De vordering tot betaling van hulploon, bedoeld in artikel 812 van het Surinaams Wetboek van Koop- handel, alsmede die tot betaling van het aandeel daarin, dat uit hoofde van artikel 812b van het Surinaams Wetboek van Koophandel wordt gedragen door de eigenaar van het luchtvaartuig, zijn bevoorrecht op het luchtvaartuig, indien dit ten tijde van de hulpverlening was teboekgesteld in het register of een verdragsregister, en nemen rang boven aan alle andere vorderingen en ingeschreven rechten.

  2. De vordering tot betaling van buitengewone kosten, noodzakelijk voor het behoud van een in het register of een verdragsregister teboekgesteld luchtvaartuig, is, wanneer de handeling tot behoud in Suriname is beëindigd, bevoorrecht op bet luchtvaartuig boven alle andere vorderingen. Zij staat in rang gelijk met de vorderingen in het vorige lid genoemd.

Artikel 17.

Van de in het vorige artikel genoemde vorderingen gaat de jongere boven de oudere.

Artikel 18.

De uit hoofde van artikel 16 bevoorrechte schuldeiser vervolgt zijn recht op het luchtvaartuig, in welke handen dit zich ook bevindt.

Artikel 19.

De in artikel 16 vermelde voorrechten vervallen drie maanden na het ontstaan van de vordering, tenzij binnen die termijn het voorrecht is aangetekend in het register of verdragsregister, waarin het luchtvaartuig is teboekgesteld, en bovendien het bedrag der vordering in der minne is vastgesteld, dan
wel langs gerechtelijke weg erkenning van het voorrecht en deszelfs omvang is gevorderd.

 

VIERDE AFDELING.

Executie.

Artikel 20.

  1. Het executoriaal beslag op een in het register teboekgesteld luchtvaartuig kan krachtens verlof van de kantonrechter, binnen wiens rechtsgebied het luchtvaartuig zich bevindt, worden gelegd, zonder voorafgaande betekening van de titel of bevel tot betaling.

  2. Hetzelfde geldt ten aanzien van een in een verdragsregister teboekgesteld luchtvaartuig.

Artikel 21.

  1. De deurwaarder legt het beslag ter plaatse, waar het luchtvaartuig zich bevindt. Hij is hierbij vergezeld van twee getuigen, wier naam, beroep en woonplaats hij in het procesverbaal zijner verrichtingen vermeldt en die het oorspronkelijk stuk tekenen.

  2. In het proces-verbaal drukt hij voorts uit:

  1. de naam, het beroep en de woonplaats van de beslaglegger en van de schuldenaar;

  2. de titel, uit kracht waarvan het beslag wordt gelegd;

  3. de vordering, waarvoor het beslag wordt gelegd;

  4. de keuze van een woonplaats, door de beslaglegger gedaan in de plaats, waar het luchtvaartuig zich bevindt;

  5. de kentekenen van het luchtvaartuig en een korte aanduiding van de inhoud van het bewijs van inschrijving, bedoeld in artikel 29 van het Verdrag van Chicago, dan wel de vermelding, dat dit hem, deurwaarder, bij navraag niet is vertoond;

  6. het adres van de in artikel III lid 1 van het Verdrag van Geneve bedoelde dienst.

  1. De deurwaarder neemt de nodige maatregelen om vertrek van het luchtvaartuig te beletten.

  2. Hij is gerechtigd het luchtvaartuig of enig deel daarvan onder bezwaring te stellen, waartoe hij tot verplaatsing binnen Suriname van het luchtvaartuig kan overgaan.

Artikel 22.

  1. Wanneer beslag is gelegd op een in het register teboekgesteld luchtvaartuig, wordt het proces- verbaal van beslag in het register overgeschreven met aantekening van uur, dag, maand en jaar der aanvrage tot overschrijving.De bewaarder maakt hiervan melding op het oorspronkelijk stuk, dat hem wordt aangeboden.

  2. Wanneer beslag is gelegd op een in een verdragsregister teboekgesteld luchtvaartuig, zendt de deurwaarder een door hem gewaarmerkt afschrift van het proces-verbaal ten spoedigste rechtstreeks, aangetekend en zo mogelijk per luchtpost, naar de in artikel III lid 1 van het Verdrag van Genève bedoel- de dienst, alsmede aan de bewaarder van het natio- naliteitsregister, waar het luchtvaartuig is inge- schreven.

Artikel 23.

Eigendomsoverdracht dan wel vestiging of overdracht van een zakelijk recht na de overschrijving van het beslag in het register brengt geen nadeel toe aan de rechten van de beslaglegger of van degene, die het luchtvaartuig bij gelegenheid van de executoriale verkoop heeft gekocht, wanneer zij geschiedde door de beslagene, terwijl deze kennis droeg van het beslag.

Artikel 24.

  1. Indien de eigenaar van het luchtvaartuig in Suriname woonplaats heeft, betekent de beslag- legger hem het proces-verbaal van het beslag binnen drie dagen na het leggen daarvan.

  2. Indien de eigenaar van het luchtvaartuig woon- plaats heeft buiten het Koninkrijk of in Nederland of in de Nederlandse Antillen, zendt de beslaglegger binnen drie dagen na het leggen van het beslag afschrift van het proces-verbaal aan de Gouverneur die dit afschrift ten spoedigste toezendt aan de Minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk dan wel aan de Gevolmachtigde Minister van Suriname.

Artikel 25.

  1. De beslaglegger legt op de griffie van de kantonrechter binnen wiens rechtsgebied het luchtvaartuig zich dan bevindt, neer een afschrift van het proces-verbaal van beslag, alsmede een door de bewaarder, onderscheidenlijk de in artikel III lid 1 van het Verdrag van Genève bedoelde dienst gewaarmerkt uittreksel uit het register of verdragsregister, behelzende alle met betrekking tot het luchtvaartuig bestaande teboekstellingen en aantekeningen, voor zover deze nog niet zijn doorgehaald.

  2. Hij verzoekt voorts aan deze kantonrechter:

  1. benoeming van een rechter-commissaris voor de verificatie van de op het luchtvaartuig rustende rechten en van de vorderingen, welke daarop verhaalbaar zijn;

  2. vaststelling van plaats, dag en uur, waarop de verkoop en de toewijzing zullen plaats hebben. Deze dag mag niet minder dan 7 weken liggen na de dagtekening van de beschikking van de    kantonrechter;

  3. vaststelling van de dag, voor welke zij, die beweren rechten en vorderingen als bedoeld    onder a te bezitten, deze bij de rechter-commissaris moeten kenbaar maken.Deze dag mag niet meer dan vier weken voor de dag van de verkoop liggen.

  1. Tenminste 6 weken voor de voor de verkoop bestemde dag brengt hij deze te Paramaribo ter openbare kennis op de wijze, als voorgeschreven bij landsbesluit.

  2. Hij verwittigt voorts 6 weken voor de voor de verkoop bestemde dag de houders vaningeschreven rechten van de voorgenomen verkoop bij aangete- kende brief, alsmede zo mogelijk bij per luchtpost verzonden aangetekende brief, beide gericht naar hun in het register of verdragsregister vermelde woonplaatsen.

Artikel 26.

1.   De kennisgevingen uit hoofde van artikel 25 lid 3 behelzen;

  1. de naam, het beroep en de woonplaats van de beslaglegger;

  2. de korte vermelding van de titel, uit kracht waarvan hij beslag heeft gelegd;

  3. de vordering, waarvoor het beslag is gelegd;

  4. de door hem gedane keuze van woonplaats, waarbinnen het beslag is gelegd;

  5. de voorwaarden van de veiling en de inzet van de beslaglegger;

  6. de door de kantonrechter op grond van artikel 25  lid 2 gegeven beschikkingen.

Artikel 27.

Op verzoek van een schuldeiser kan de kantonrech- ter ook na het verstrijken van de krachtens artikel 25 lid 2 onder c door hem gestelde termijn, nader plaats, dag en uur, waarop de verkoop en de toewijzing zullen plaats hebben, vaststellen alsmede een nadere dag, voor welke de in de artikel 25 bedoelde vorderingen bij de rechter-commissaris moeten zijn kenbaar gemaakt. De kantonrechter neemt bij deze nadere vaststelling, welke hij slechts éénmaal kan verrichten, de termijn, vermeld in artikel 25, in acht en stelt overigens die voorwaarden, welke hem dienstig voorkomen. De schuldeiser vervult de formaliteiten, vermeld in artikel 25 leden 3 en 4 en in artikel 26.

Artikel 28.

  1. Na het verstrijken van de krachtens artikel 25 lid 2 onder c dan wel artikel 27 door de kantonrechter gestelde termijn maakt de rechter-commissaris uit de ingediende beweringen de lijst der in artikel 25 lid 2 bedoelde rechten en vorderingen op.De artikelen 125, 126, 128 en 129 van het Surinaams Faillissementsbesluit 1935 zijn, voorzover uit het in artikel 41 bepaalde niet anders voortvloeit, van overeenkomstige toepassing.

  2. De rang van bevoorrechte inschulden en van de ingeschreven rechten wordt, voor zover de lands- verordening geen andere regeling heeft, bepaald naar de datum hunner inschrijving in het register of verdragsregister.

  3. De vorderingen uit lioofde van de schade- vergoeding, verschuldigd krachtens lid 2 of 3 van artikel 34, worden beschouwd als door hypotheek gedekte vorderingen, en haar rangorde wordt bepaald door de datum van inschrijving der desbetreffende akte. De schuldeiser is gehouden bij de indiening van zijn bewering het bedrag van een hem ingevolge lid 2 of 3 van artikel 34 toe te kennen schadever- goeding te begroten.

  4. De rechter-commissaris legt de in het vorige lid genoemde lijst ten minste 2 weken voor de voor de verkoop vastgestelde dag neer ter griffie; de griffier geeft van deze lijst aan hen, die een bewering hebben ingediend, alsmede aan de eigenaar, kennis bij aangetekende alsmede, zo mogelijk, bij per luchtpost verzonden aangetekende brief.

Artikel 29.

Op dag en uur van de verkoop sluit de rechter-com- missaris, wanneer daartegen geen tegenspraak is gedaan, de door hem opgestelde lijst en bepaalt hij de kosten verbonden aan de plaatsing hierop, waaronder een redelijk bedrag voor rechtskundige bijstand.

Aritkel 30.

  1. Volgt er tegenspraak, dan verwijst de rechter- commissaris de bezwaarde partij naar de zitting van het kantongerecht en verdaagt hij de verkoop.

  2. De kantonrechter beslist bij vonnis na genomen conclusiën en desnoods gehouden pleidooien op door hem vastgestelde termijnen. Wie bij dit vonnis in het ongelijk wordt gesteld, wordt daarbij verwezen in de kosten, waaronder begrepen die voortvloeiend uit de vervulling van de in lid 4 voorgeschreven formaliteiten. Tegen het vonnis staat hoger beroep open binnen 14 dagen.

  3. Zodra op de tegenspraak is beslist bij een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, sluit de rechter-commissaris op verzoek van de beslaglegger de lijst en bepaalt hij plaats, dag en uur, waarop de verkoop en toewijzing zullen plaats hebben. Deze dag mag niet minder dan 7 weken liggen na de dagtekening van de beschikking van de rechter- commissaris.

  4. De beslaglegger vervult in dat geval opnieuw de formaliteiten vermeld in artikel 25 lid 3. Hij verwittigt voorts hen, die een bewering hebben ingediend, alsmede de houders van ingeschreven  rechten, van de voorgenomen verkoop bij aangetekende brief, alsmede, zo mogelijk, bij per luchtpost verzonden aangetekende brief.

  5. In afwijking van het bepaalde in lid 1 sluit de rechter-commissaris, wanneer de betwiste  vordering lager in rang is dan die van de beslaglegger, met inachtneming van het vorige artikel, de lijstvan vorderingen en rechten, welke bevoorrecht zijn boven de betwiste, en vindt de verkoop plaats.

Artikel 31.

  1. Iedere crediteur, wiens vordering op de door de rechter-commissaris vastgestelde lijst rang neemt boven die van de beslaglegger, kan bij de verkoop diens plaats innemen, mits hij de beslaglegger ten minste 7 dagen v66r de verkoop van zijn voornemen hiertoe bij aangetekende brief heeft kennis gegeven.

  2. Indien de beslaglegger de uitwinning niet of niet op de bepaalde dag vervolgt, heeft iedere crediteur, wiens vordering op de door de rechter-commissaris vastgestelde lijst rang neemt boven die van de beslaglegger, het recht dit te doen. Dit recht vervalt, wanneer hij, na aanmaning door een belangheb- bende, er binnen een redelijke termijn geen gebruik van maakt. De crediteur, die van dit recht gebruik wenst te maken, vervult in dat geval opnieuw de formaliteiten vermeld in artikel 30 lid 4. artikel 26 vindt, voor zover mogelijk, overeenkomstige toepassing.

Artikel 32.

  1. De verkoop geschiedt bij opbod voor de rechter- commissaris.

  2. Alvorens tot de verkoop wordt overgegaan, leest de griffier de veilingsvoorwaarden voor, zoals hiervan door de beslaglegger kennis is gegeven, of zoals deze door de rechter-commissaris op verzoek van een belanghebbende nader zijn vastgesteld.

  3. Het bedrag, waarmede men zal mogen opbieden, wordt naar omstandigheden door de rechter-commissaris bepaald.

  4. De opbieder is niet meer verbonden, zodra een nieuw opbod is gedaan, al ware dit laatste van onwaarde verklaard.

  5. Hij, op wiens verzoek de verkoop geschiedt, blijft koper voor de inzet, indien geen hoger opbod plaats heeft.

  6. De rechter-commissaris beslist over de toe- wijzing. Tegen zijn beschikking is er geen hoger beroep mogelijk.

  7. Toewijzing vindt niet plaats, wanneer niet alle vorderingen, welke op de door de rechter-commis- saris vastgestelde lijst als bevoorrecht boven de vordering van hem, op wiens verzoek de verkoop geschiedt, voorkomen, uit de opbrengst worden voldaan of door de koper te zijnen laste worden genomen.

  8. In het in het vorige lid bedoelde geval blijven de kosten van uitwinning ten laste van hem, op wiens verzoek de verkoop geschiedt.

 

Artikel 33.

  1. De koopprijs moet binnen twee dagen na de toewijzing worden voldaan ter griffie van de kanton- rechter, binnen wiens rechtsgebied de executie heeft plaatsgevonden.

  2. De rechter-commissaris gelast de uitbetaling uit deze koopprijs van de kosten van uitwinning, welke in het gemeenschappelijk belang der schuldeisers zijn gemaakt, en beveelt de uitbetaling van het overblijvende bedrag aan de schuldeisers, die op de door hem gesloten lijst voorkomen, en, indien geen tegenspraak als bedoeld in artikel 30 heeft plaats gehad, van een eventueel dan nog blijvend saldo aan de eigenaar van het luchtvaartuig.

  3. Indien tegenspraak als bedoeld in artikel 30 lid 5 heeft plaats gehad, houdt de griffier een eventueel saldo onder zich en handelt de rechter-commissaris als bepaald in lid 1 van artikel 36. 

Artikel 34.

  1. De eigendom van een in het register teboekge- steld luchtvaartuig gaat op de koper over uit krachte van de overschrijving van de toewijzing in het register ; het bewijs van deze toewijzing wordt hem niet afgegeven dan nadat hij de koopsom heeft voldaan.

  2. Tenzij in de voorwaarden van de veiling anders is bepaald, wordt een in het register teboekgesteld luchtvaartuig door deze eigendomsovergang ontlast van alle daarop rustende rechten, voor zover deze niet rang nemen boven het recht van hem, op wiens verzoek de verkoop is geschied, alsmede van alle niet op de lijst van de rechter-commissaris voorkomende rechten.  De ingeschreven overeen- komsten, bedoeld in de artikelen 8 en 9, worden ontbonden, voor zover de daaruit voortvloeiende rechten rang nemen na de vordering van hem, op wiens verzoek de verkoop is geschied, alles behoudens recht op schadevergoeding van de gerechtigde.  De bewaarder van het register gaat ambtshalve tot doorhaling over.

  3. De eigendom van een in een verdragsregister teboekgesteld luchtvaartuig gaat op de koper over door de voldoening van de koopprijs.

  4. Tenzij in de voorwaarden van de veiling anders is bepaald, wordt een in het verdragsregister teboek- gesteld luchtvaartuig door deze eigendomsovergang ontlast van alle in lid 2 genoemde rechten. De ingeschreven overeenkomsten bedoeld in artikel 1 lid 1 onder b en c, van het Verdrag van Genève, worden ontbonden, voor zover de daaruit voortvloeiende rechten rang nemen na de vordering van hem, op wiens verzoek de verkoop is geschied, alles behoudens recht op schadevergoeding van de gerechtigde.

  5. Indien het beslag en de executie niet overeen- komstig het in de voorgaande artikelen bepaalde hebben plaatsgevonden, kan een ieder, die daardoor is benadeeld, binnen zes maanden na de toewijzing vorderen, dat de kantonrechter binnen wiens rechts- gebied de verkoop is geschied, de verkoop en de daarop gevolgde eigendomsovergang nietig verklaart. Indien deze vordering een in het register teboek- gesteld luchtvaartuig betreft, moet zij, op strafe van niet-ontvankelijkheid, uiterlijk drie dagen na de instelling daarvan in het register worden aangetekend. Artikel 6 lid 4 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 35.

  1. Voldoet de koper niet aan zijn verplichtingen, dan zullen op verzoek van een belanghebbende herveiling en hertoewijzing plaats hebben, terwijl de koper aansprakelijk zal zijn voor het nadelig verschil in opbrengst, zonder dat hij nochtans een batig saldo zal kunnen vorderen.

  2. De artikelen 25 tot en met 34 zijn op deze herveiling en hertoewijzing van toepassing 

Artikel 36.

  1. In het geval van artikel 30 lid 5 verwijst de rechter-commissaris binnen één week na de voldoening van de koopprijs de bezwaarde partij naar de zitting van de kantonrechter, doch uitsluitend, indien de opbrengst nog een batig saldo aanwijst

  2. De kantonrechter beslist bij vonnis na genomen conclusiën en desnoods gehouden pleidooien op door hem vastgestelde termijnen. Tegen het vonnis staat hoger beroep open binnen 14 dagen.

  3. Zodra op de tegenspraak is beslist bij een vonnis, dat in kracht van gewijsde is gegaan, sluit de rechter-commissaris de lijst en beveelt hij de uitbetaling van de opbrengst aan de daarop voorkomende schuldeisers en van een eventueel dan nog blijvend batig saldo aan de eigenaar van het luchtvaartuig.

Artikel 37.

De rente van rentedragende vorderingen loopt door tot de dag, waarop de lijst door de rechter-commis- saris is gesloten.

Artikel 38.

  1. In geval van faillissement van de eigenaar van een in het register teboekgesteld luchtvaartuig kunnen de hypotheekhouders en andere schuld- eisers, die bevoorrecht zijn op het luchtvaartuig en wier voorrecht van zaaksgevolg is voorzien, hun rechten op het luchtvaartuig uitoefenen, alsof er geen faillissement ware.

  2. Zij zijn verplicht hun rechten uit te oefenen vóór het verstrijken van één maand, nadat de insolventie is begonnen, behoudens de bevoegdheid van de rechter-commissaris in het faillisement om deze termijn, zelfs zo hij reeds verstreken mocht zijn, te verlengen. Na verloop van deze termijn kan de curator het luchtvaartuig zelf doen verkopen. Tegen deze beslissing van de rechter-commissaris staat geen hoger beroep open.

  3. Op verkoop door de curator zijn de artikelen 22 en 25 tot en met 37 van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat de curator wordt aangemerkt als beslaglegger uit hoofde van een vordering, die niet van enige voorrang is voorzien en dat met het vonnis van faillietverklaring wordt gehandeld als voorgeschreven voor het proces-verbaal van beslag.

  4. De rechter-commissaris in het faillissement kan in dat geval bepalen, dat een door hem vast te stellen gedeelte van de algemene faillissements- kosten als kosten van uitwinning in de zin van artikel 33 zal gelden.

Artikel 39.

De curator kan te allen tijde het luchtvaartuig bevrijden tegen voldoening van het daarop verschuldigde met de interessen en kosten.

Artikel 40.

Indien de opbrengst niet toereikend is om de schuldeisers, bedoeld in artikel 38, te voldoen, treden deze, zo zij hun vorderingen hebben doen verifieren, voor het ontbrekende als concurrente schuldeisers in de boedel op.

 

VIJFDE AFDELING.

Wijziging van enige algemene verordeningen.

Artikel 41.

In het Surinaams Burgerlijk Wetboek wordt de navolgende wijziging aangebracht:
In artikel 1561 derde lid vervalt de punt aan het eind van dit lid en worden achter "Koophandel" de volgende woorden ingelast: of op luchtvaartuigen teboekgesteld in het register, bedoeld in de Verordening teboekgestelde Luchtvaartuigen.

Artikel 42.

In het Surinaams Wetboek van Koophandel worden de navolgende wijzigingen aangebracht:

  1. Artikel 812 wordt gelezen als volgt:

                                                   Artikel 812.
Voor de in Suriname beëindigde hulp, te land of te water, met gunstig gevolg verleend aan in gevaar verkerende luchtvaartuigen, welke zijn teboekgesteld in het register of verdragsregister, bedoeld in artikel 1 van de "Verordening teboekgestelde Luchtvaar- tuigen", die zich aan boord daarvan bevindende goederen, de vracht en de opvarenden, is hulploon verschuldigd door de reder van het luchtvaartuig.Voor de toepassing van dit en de volgende artikelen van deze titel is als reder te beschouwen hij die het luchtvaartuig gebruikt en het daartoe of zelf voert of door een ander, die in zijn dienst staat,
doet voeren.

  1. Na artikel 812 worden 5 nieuwe artikelen ingelast, luidende als volgt:

                                                     Artikel 812a.
Het hulploon mag de waarde der geredde zaken niet overtreffen.

                                                     Artikel 812b.
Het hulploon wordt gedragen door de eigenaren van luchtvaartuigen en lading en over hen omgeslagen pondspondsgewiis naar de werkelijke netto-waarde dier belangen bij het einde der onderneming, van welke worden afgetrokken alle op die belangen betreking hebbende kosten, verschuldigd na de hulpverlening. Voor de toepassing van dit artikel zijn als lading te beschouwen de ten vervoer in het luchtvaartuig aanwezige goederen, met uitzondering van persoonlijk toebehoren, van bagage van de inzittenden en van de post.

                                                    Artikel 812c.
De vordering tot betaling van hulploon, als bedoeld in artikel 812, en die tot betaling van het aandeel daarin , dat uit hoofde van het voorgaande artikel wordt gedragen door de eigenaren van de lading, zijn behoudens het in artikel 1169 onder 1° van het Surinaams Burgerlijk Wetboek bepaalde, bevoor- recht op de lading boven alle andere vorderingen.

                                                    Artikel 812d.
Van de in het vorige artikel genoemde vorderingen gaat de jongere boven de oudere.

                                                   Artikel 812e.
Op hulpverlening als bedoeld in artikel 812 zijn de artikelen 786 tot en met 792, 793 lid 2, 794 tot en met 808, 810, 811 en 926 tot en met 930, behoudens het in artikel 5 lid 4 van de "Verordening teboekgestelde luchtvaartuigen" bepaalde, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 43.

In het Surinaams Faillissementsbesluit 1935 (G.B. 1935 No. 81, zoals laatstelijk gewijzigd bij G.B. 1963 No. 164) worden de navolgende wijzigingen aangebracht:

  1. Aan artikel 31 wordt een tweede lid toegevoegd, luidende als volgt:
    Het in het vorige lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van luchtvaartuigen.

  2. Aan artikel 174 wordt een tweede lid toegevoegd, luidende als volgt:
    De in het vorige lid genoemde uitzondering geldt eveneens ten aanzien van luchtvaartuigen, welke overeenkomstig de bepaling van artikel 38 van de Verordening teboekgestelde Luchtvaartuigen door een schuldeiser zelf zijn verkocht.

Artikel 44.

In het Surinaams Wetboek van Strafrecht worden de navolgende wijzigingen aangebracht:

  1. In artikel 454 worden achter ,,Koophandel" ingevoegd de woorden: of aan het voorschrift van artikel 3 van de Verordening teboekgestelde Luchtvaartuigen.

  2. Artikel 527 wordt gelezen als volgt:Met geldboete van ten hoogste duizend gulden wordt gestraft:

  1. hij die niet of niet behoorlijk voldoet aan de verplichting, opgelegd in artikel 381 in verband met artikel 380 van het Surinaams Wetboek van Koophandel, of aan een der verplichtingen, opgelegd bij het krachtens het tweede lid van artikel 378 van dat Wetboek uitgevaardigd landsbesluit;

  2. hij die niet of niet behoorlijk voldoet aan de verplichting, opgelegd in artikel 4 lid 1 onder c van de Verordening teboekgestelde Luchtvaartuigen, of aan enige verplichting opgelegd bij het    krachtens artikel 2 van die landsverordening uitgevaardigd landsbesluit.

 

ZESDE AFDELING.

Overgangs- en slotbepalingen.

Artikel 45.

  1. De rechten genoemd in het Verdrag van Genève worden erkend onder de voorwaarden en met de gevolgen in dat verdrag vermeld.

  2. Deze erkenning werkt niet ten nadele van een beslagleggende crediteur of van degene die het luchtvaartuig bij gelegenheid van een executoriale verkoop heeft gekocht, wanneer de vestiging of overdracht van bedoelde rechten geschiedde door de beslagene, terwijl deze kennis droeg van het beslag.

Onverminderd de bepalingen van deze landsverordening, waarin een landsbesluit is voorgeschreven, kunnen omtrent de in de voorgaande hoofdstukken geregelde onderwerpen bij ofkrachtens landsbesluit aanvullende voorschriften worden vastgesteld.

Artikel 47.

  1. Deze landsverordening kan als ,,Verordening teboekgestelde Luchtvaartuigen" worden aangehaald.

  2. Zij treedt in werking op een nader door de Gouverneur te bepalen tijdstip.

Gegeven te Paramaribo, de 9e mei 1973
JOHAN H. FERRIER

De Minister van Justitie
       en Politie,
      J.H. ADHIN

De Minister van Economische Zaken,
               J. RENS

Uitgegeven te Paramaribo, de 9e mei 1973

De Minister van Binnenlandse Zaken,
F.R. KARSOWIDJOJO