Resolutie van 18 September 1992 tot nader wijziging van de resolutie van 16 februari 1963 no. 2083, (G.B. 1963 no. 36, zoals laatselijk gewijzigd bij S.B. 1983 no. 119) nopens intrekking van de resolutie van 4 juni 1957 no.4319 en vastelling van een nieuwe regeling betreffende de heffing van landings- en parkeergelden voor vliegtuigen enz.

DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME,

Op voordracht van,de Ministers van Transport, Communicatie en Toerisme, Financien en Openbare Werken,

Herlezen de resolutie van 16 februari 1963 no.2038. (G.B. 1963 No. 036 , zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B. 1983 No. 119);

Gelet op artikel 1 van de Deviezenregeling 1947 (G.B. 1947 No. 136, zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B. 1983 No. 104);

Overwegende, dat het wenselijk is de rosolutie van 16 februari 1963 no. 2038 (G.B. 1963 No. 036), zoals laatstelijk gewijzigd bij (S.B. 1983 No. 119) nader te wijzen:

 

BESLUIT:

A. De resolutie van 16 februari 1963 no. 2038, (G.B. 1963 No. 036), zoals laatstelijk gewijzigd bij (S.B. 1983 No. 119) nader te wijzigen, met dien verstande, dat:

  1. Punt e van paragraaf ІІ word tvervangen en komt te luiden:
    e. lesvlucht: een vlucht uitsluitend bestemd voor instructiedoeleinden gedurende een periode van maximaal een (1) uur ongeacht het aantal doorstartlandingen.

  2. Aan paragraaf ІІ, onder schrapping van de punten h en i en verlettering van punt j tot h, twee nieuwe punten i en j worden toegevoegd, luidende als volgt:
    i. rondvlucht: een vlucht, welke zonder tussenlanding aanvangt en eindigt op hetzelfde luchtvaarterrein;
    j. internationaal verkeer: luchtverkeer,niet zijnde binnen landsverkeer.

  3. De paragrafen III tot en met VI te vervangen door de paragrafen ІІІ tot en met XIV, luidende als volgt:

ΙΙΙ. LANDINGSGELDEN

Voor elk luchtvaartuig, dat gebruik maakt van een luchtvaartterrein voor het landen, is, behoudens het bepaalde in paragraaf X׀׀׀ een bedrag als volgt verschuldigd voor:

A.Internationle vluchten:

  1. luchtvaartuigen met een startmassa tot 5.000 kg een vast tarief van Sf. 25,- (vijf en twintig gulden);

  2. luchtvaartuigen met een startmassa vanaf 5.000 kg tot 50.000 kg een bedrag van Sf. 20,-.(twintig gulden) per 1000kg of deel daarvan.

  3. luchtvaartuigen met een startmassa van 50.000kg en hoger een basistarief van Sf. 1.000 (eenduizend gulden) plus een heffing van. Sf. 15,- (vijftien gulden) per 1000kg of delen daarvan.

B. Binnenlandse vluchten: Een bedrag van Sf. 5,- (vijf gulden) per 1000kg of deel daarvan.

C. Lesvluchten en testvluchten: Een. bedrag van Sf. 3,50 per 1000kg of deel daarvan

 

IV.PARKEERGELDEN

Voor het parkeren van een vliegtuig op het luchtvaartterrein gedurende een tijdsduur van meer dan zes uren is behoudens het bepaalde in paragraaf Xlll, parkeergeld ten bedrage van Sf. 1,- per 1000 kg of gedeelte daarvan verschuldigd per etmaal of gedeelte daarvan.

 

V. MAANDKONTRAKTEN

De eigenaar of gebruiker Van een burgervliegtuig kan in de gelegenheid worden gesteld voor het doen verblijven van en voor het verrichten van landingen op een luchtvaartterrein, een maandkontrakt aan te gaan. Dit kontrakt zal ingaan op de dag van aankomst op de luchthaven.

Mocht de eigenaar binnen drie dagen na aankomst op de luchthaven te kennen geven een maandkontrakt. te willen aangaan dan kan dit kontrakt geacht worden te zijn aangegaan op de dag van aankomst van het desbetreffende vliegtuig.

Bij maandkontrakten voor landingen, indien minstens 1 landing per dag wordt gemaakt of te wel 30 landingen in de maand, geniet de eigenaar een reductie van 20% op het normale tarief. Maandtarieven voor parkeer- en entreegelden zullen bij afzonderlijke regeling worden vastgesteld door de Minister, in overleg met de Minister van Financien, met inachtneming, voor zover van toepassing, van het bepaalde in paragraaf X׀׀׀.

 

VI. VRIJSTELLING VAN BETALING VAN LANDINGS- EN PARKEERGELDEN

1.Betaling van de in de paragrafen ׀׀׀ en IV vastgestelde gelden is niet verschuldigd voor:

  1. staatsluchtvaartuigen en luchtvaartuigen gebruikt voor diplomatieke doeleinden en, als zodanig aangewezen door de minister van Buitenlandse Zaken;

  2. luchtvaartuigen, die door het Hoofd van de Luchtvaartdienst zijn aangewezen voor opsporings- en reddingswerkzaamheden;

  3. Surinaamse staatsluchtvaartuigen

  4. luchtvaartuigen, die op last van het Hoofd van de Luchtvaartdienst proefvluchten uitvoeren ter verkrijging van een verlenging van het bewijs van Iuchtwaardigheid of geldigverklaring van een dergelijk bewijs.

2.Geen parkeergeld is verschuldigd voor de tijd nodig voor het anderzoek van een ongeval of voorval, indien zulks geschiedt in opdracht van het Hoofd van de Luchtvaartdienst.

 

VII. KOSTEN VOOR HULPVERLENING

In de vastgestelde bedragen voor het landen en parkeren zijn niet inbegrepen de kosten voor de verlening van enigerlei hulp bij het landen en parkeren, met inbegrip van verankeren, of het vertrek van een luchtvaartuig.

De wijze, waarop in deze hulpverlening wordt voorzien en de daarvoor te heffen vergoedingen zullen afzonderlijk door de Minister, in overleg met de Minister van. Financien, worden vastgesteld. Hierbij wordt, voor zovervan toepassing, het bepaalde in paragraaf XIII inachtgenomen.

 

VΙΙΙ. ENTRÉE -ENPARKEERGELDEN

1. Van bezoekers, die van het parkeerterrein voor voertuigen op de Johan Adolf Pengel Internationale Luchthaven gebruik wensen te maken, wordt het entreegeld per voertuig per etmaal, inclusief parkeergeld, als volgt berekend:

  1. Personenwagens Sf. 5,- (vijf gulden):

  2. Bussen voor het vervoer van minder dan 25 personen Sf. 15,- (vijftien gulden);

  3. Bussen voor het vervoer van 25 of meer personen Sf. 25,- (vijf en twintig gulden).

2. Vrijgesteld van betaling van entree- en parkeergelden zijn:

  1. houders van diplomatenbewijzen;

  2. dienstvoertuigen waarvoor een toegangsbewijs is afgegeven door het Hoofd van de Luchtvaartdienst.

IX. LUCHTHAVENACCOMODATIEVERGOEDING

1. Personen die vertrekken vanuit enig luchtvaartterrein in Suriname, van waaruit passagiersvluchten tegen vergoeding naar het buiteland worden uitgevoerd, zijn gehouden een lvchthavenaccomodatievergoeding te betalen. Deze vergoeding bedraagt, behoudens het bepaalde in de leden 2 en -3, Sf. 45, - (vijf en veertig gulden) per vertrekkende passagier, die een plaats buiten Suriname als bestemming heeft.

2. Voor niet-ingezetenen bedraagt de vergoeding 15 U.S. dollars, of de tegenwaarde daarvan in andere convertibele vreemde valuta,. omgerekend volgens de op de betreffende dag door de Centrale Bank van Suriname gehanteerde koers.

3. Vrijgesteld van betaling van luchthavenaccomodatievergoeding zijn:

  1. kinderen beneden de leeftijd van 2 (twee) jaar;

  2. houders van diplomatenbewijzen; .

  3. personen behorende tot de bemanning van luchtvaartuigen;

  4. transito-passagiers, waaronder worden verstaan, zij die op doorreis zijnde, binnen vier en twintig uren na aankomst in Suriname, vertrekken..

X. HUUR EN PACHT VAN LOKALITEITEN

Voor de huur en pacht van lokaliteiten in of: buiten -het stationsgebouw op een luchtvaartterein is de huurder een bij overeenkomst met het Hoofd van de Luchtvaartdienst vast te stellen huursom onderscheidenlijk pachtgeld, berekend per vierkante meter, verschuldigd.

Bij het vaststellen van de overeenkomst worden door de Minister, in overleg met de Minister van Financien, vastgestelde regels inachtgenomen, evenals het bepaalde, voor zover van toepassing, in paragraaf XIII.

 

XІ. TANKEN VAN LUCHTVAARTUIGEN

Door de verkoper van vliegtuigbrandstof is, behoudens het bepaalde in, paragraaf XІІІ, een concessievergoeding verschuldigd, berekend als de som van:

a. per vast of verplaatsbaar pompstation Sf. 5.000,-(vijfduizend gulden) per jaar;

b. per liter brandstof geladen aan boord van een luchtvaartuig Sf. 0,l 0 (tien cent).

 

XII. RECLAME

1. Voor het bekomen van toestemming voor het maken van reclame nabij het stationsgebouw middels borden of lichtzuilen wendt de aanvrager zich schriftelijk tot de DistriktsCommissaris, met opgave van:

  1. de tekst van het opschrift;

  2. de grootte van het bord of de lichtzuil.

2. De plaats waar het bord of de lichtzuil zal worden geplaatst wordt aangeduid door het Hoofd van de Luchtvaartdienst.

3. Voor een bord of een lichtzuil, geplaatst in of nabij het stationsgebouw is reclamegeld verschuldigd.De Minister stelt, in overleg met de Minister van Financien, het reclamegeld vast, met inachtneming van, voor zover van toepassing, het bepaalde in paragraaf XIII.

 

XIII. NIET-INGEZETENEN

Voor niet ingezetenen onderscheidenlijk vliegtuigen die geexploiteerd worden door een niet-ingezetene, worden de vergoedingen als bedoeld in de paragrafen ΙΙΙ, IV, V, VII, X, XI en Xil betaald in convortibele vreemde valute. Voor de omrekening van deze vergoedingen, in convertibele vreemde valuta wordt de koers gehanteerd, zoals bepaald ingevolge,de Resolutie van 21 februari 1973 no. 1851 (G.B. 1973 No. 033).

 

XIV. INNING VAN GELDEN

1. Voor de betaling van de landings- en parkeergelden zijn hoofdelijk aansprakelijk de eigenaar van het vliegtuig, de gebruiker daarvan en degene, die als gemachtigde van de eigenaar of de gebruiker optreedt.

2. De inning van de gelden zoals bepaald in deze resolutie geschiedt door het Hoofd van de Luchtvaartdienst.

3. De Minister kan, in overleg met de Minister-van Financien, met betrekking tot de wijze, van inning nadere regels vaststellen.

 

B. Voorts te bepalen dat:

  1. afschrift van deze resolutie, in het Staatsblad van de Republiek Suriname zal worden geplaatst;

  2. de resolutie treedt in werking met ingang van 1 September 1992.

C. Afschrift van deze resolutie te zenden aan de Direkteur van het Kabinet van de President, de Direkteur van het Kabinet van de Vice-President, de Direkteuren van Transport, Cornmunicatie en Toerisme, Financien en Openbare Werken, het Hoofd van de Luchtvaartdienst, alle op Suriname opererende luchtvaartmaatschappijen en de leden van de Associatie van Reisagenten.

Paramaribo, de 18e September 1992.

R.R. VENETIAAN.

De Minister van Transport, Communicatie en Toerisme,

J. DEFARES

De Minister van Financien,  

H. S. HILDENBERG

Uitgegeven te Paramaribo, de 18e September 1992.

De Minister van Binnenlandse Zaken,

J.S. SISAL.