Resolutie van 10 oktober 1997 No.4932/97, houdende vaststelling van voorwaarden welke in acht genomen dienen te worden door houders van vergunninqen voor het onderhouden van geregelde veerdiensten.

DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME,

 

Op voordracht van de Minister van Transport., Communicatie en Toerisme;

GELET OP:

 

  1. de Wet Openbare Vervoermiddelen te water (G.B. 1936 No. 001);

  2. de Resolutie van 10 juni 1936 No.1920 (G.B. 1930 No. 088);

  3. de Wet van 30 juni 1897 (G.B. 1897 No. 022, geldende tekst G.B. 1951 No. 165).

  4. Artikel 559 van het Surinaams Wetboek van Strafrecht.

  5. De Wet van 24 februari 1908 (G.B. 1908 No. 042, geldende tekst G.B. 1944 No. 065).

  6. Decreet E-16, Decreet Havenwezen 1981 (S.B. 1981 No. 086).

  7. het Staatsbesluit van 10 oktober 1991 houdende instelling en taakomschrijving van Departementen van Algemeen Bestuur ("Besluit Taakomschrijving Departementen 1991") (S.B. 1991 No. 058).

 

OVERWEGENDE:

 

dat in verband met het streven naar het vereenvoudigen van de ambtelijke procedures die verband houden met het nemen van bestuursbesluiten, het nodig wordt geacht de voorwaarden waaronder vergunningen voor het onderhouden van veerdiensten worden verleend, vast te stellen.

 

BESLUIT:

 

I. Te rekenen van de dagtekening van deze resolutie vast te stellen, de in de bijlage van deze resolutie opgenomen voorwaarden, welke in acht genomen dienen te worden door houders van vergunningen voor het onderhouden van geregelde veerdiensten.

II. Te bepalen, dat:

  1. deze resolutie kan worden aangehaald als "REGELING VERGUNNINGSVOORWAARDEN VEERBOOTDIENSTEN".

  2. deze resolutie met de daarbij behorende bijlage in het Staatsblad van de Republiek Suriname zal worden bekend gemaakt.

III. Vast te stellen, dat de Minister van Binnenlandse Zaken en de Minister van Transport, Communicatie en Toerisme belast zijn met de uitvoering van deze resolutie.

IV. Van deze resolutie afschrift te zenden aan de Rekenkamer van Suriname, de Directeur van Transport, Communicatie en Toerisme, de Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie, de Directeur van het Kabinet van de President van de Republiek Suriname, de Directeur van Binnenlandse Zaken, alle DistrictsCommissarissen, het Hoofd van de Dienst voor de Scheepvaart en de Kamer van Koophandel en Fabrieken.

 

Paramaribo, de 10e oktober 1997.

J.A.WIJDENBOSCH.

Uitgegeven te Paramaribo, de 10e oktober 1997.

De Minister van Binnenlandse Zaken,

S.W.KERTOIDJOJO.

 

 

 

BIJLAGE behorende bij de Resolutie van 10 oktober 1997 No.4932/97 (S.B.1997 No.73)

VERGUNNINGSVOORWAARDEN VEERBOOTDIENSTEN.

 

Onverminderd de wettelijke bepalingen wordt een vergunning voor het onderhouden van een veerdienst verleend onder de volgende voorwaarden.

  1. Met de verleende vergunning mogen geen andere diensten worden onderhouden dan het vervoer van personen en goederen te water.

  2. De in het goedgekeurde vaarplan vermelde diensten moeten op de aangegeven tijdstippen plaats vinden met dien verstande, dat bij afwijking van het vaarplan telkens goedkeuring van de plaatselijke Districts-Commissaris moet zijn verkregen.

  3. Indien de volgens het vaarplan vastgestelde diensten niet of niet regelmatig worden uitgevoerd, kan deze vergunning in haar geheel, hetzij voor de diensten welke niet geregeld worden uitgevoerd, worden ingetrokken.

  4. Het vaartuig met inbegrip van de bemanning mag niet meer dan het aantal personen vervoeren zoals op het certificaat van deugdelijkheid staat aangegeven, met dien verstande evenwel dat wanneer rijwielen en bromfietsen mede vervoerd worden het aantal passagiers met zoveel zal worden verminderd als het aantal rijwielen of bromfietsen bedraagt.

  5. De minimum toegestane uitwatering zoals vermeld in het certificaat van deugdelijkheid moet door middel van een of meer goed afstekende strepen van 0,25 m lengte en 2 1/2 cm breedte aan weerszijden en wel in het midden van het vaartuig zijn aangebracht en het vaartuig mag niet dieper worden afgeladen dan het voor zijn vaargebied geldende merk.

  6. De uitrusting, zoals in het certificaat van deugdelijkheid is aangegeven, moet steeds in goede staat aan boord aanwezig zijn.

  7. Aan de ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van de vergunningsvoorwaarden moet te allen tijde vrije toegang tot het vaartuig worden verleend en aan hen moeten omtrent de lading en het aantal te vervoeren passagiers terstond alle inlichtingen en opgaven worden verstrekt die zij nodig mochten achten.

  8. Onverminderd alle overige bepalingen is de vergunninghouder verplicht te zorgen voor een veilig vervoer.

  9. De Gesturing van het vaartuig mag nimmer zonder verkregen toestemming aan anderen worden overgelaten en de vergunninghouder zal steeds verantwoordelijk zijn voor alle nadelige gevolgen die uit bedoeld vervoer mochten voortvloeien.

  10. Indien de vergunninghouder het vaartuig niet zelf kan besturen, mag deze iemand die de meerderjarige leeftijd van tenminste 21(eenentwintig) jaar heeft bereikt aanwijzen en deze machtigen het vaartuig te besturen.

  11. Deze machtiging mag alleen door de Dienst voor de Scheepvaart worden afgegeven.

  12. Indien een ramp of ander buitengewoon voorval mocht plaatsvinden moet de vergunninghouder ten spoedigste het Hoofd van de Dienst voor de Scheepvaart, de Districts-Commissaris of de dichtsbijzijnde Politiepost daarvan in kennis stellen.

  13. Aan het vaartuig moet op een voor het publiek duidelijk zichtbare plaats de naam van het vaartuig zijn aangebracht, zomede voor- en aan weerszijden van het vaartuig het aantal personen dat daarmede mag worden vervoerd in cijfers en de letter "P" worden vermeld.

  14. De vergunninghouder is verplicht tijdens het uitoefenen van vaarritten, de vergunning en het certificaat van deugdelijkheid bij zich te hebben, die op eerste aanvraag aan de daartoe bevoegde autoriteiten moeten worden getoond.

  15. Bij niet naleving van de vergunningsvoorwaarden, kunnen maatregelen jegens de vergunninghouder worden genomen.

  16. Deze vergunning mag niet aan derden worden over gedragen zonder vooraf verkregen toestemming van de President van de Republiek Suriname.

  17. Jaarlijks is de vergunninghouder een in de vergunning genoemd bedrag aan vergunningsrecht verschuldigd aan de Staat.

  18. Het tarief voor vervoer van personen en goederen wordt door de Minister van Transport, Communicatie en Toerisme vastgesteld.

  19. Met het toezicht op de naleving van de vergunningsvoorwaarden worden belast het Hoofd van de Dienst voor de Scheepvaart, de plaatselijke DistrictsCommissaris en de door de Minister van Transport, Communicatie en Toerisme aan te wijzen ambtenaren.