STAATSBESLU I T van 11 januari 2000 ter uitvoering van Artikel 10 van de "Surinaamse Luchtvaartwet 1935" (G.B. 1935 no. 102, geldende tekst G.B. 1955 no. 69)

(Besluit toezicht op de geschiktheid van de leden van de bemanning van luchtvaartuigen en luchtverkeersleiders).

DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME

Overwegende, dat - ter uitvoering van Artikel 10 van de "Surinaamse Luchtvaartwet 1935" (G.B. 1935 No. 102), geldende tekst (G.B. 1955 No. 069) - in verband met het toezicht op de geschiktheid van de leden van de bemanning van luchtvaartuigen en van Luchtverkeersleiders, het nodig is, met inachtneming van de ter zake bestaande Internationale bepalingen, het volgende vast te stellen;

Heeft, de Staatsraad gehoord, vastgesteld het onderstaand door de Raad van Ministers voorbereid Staatsbesluit;

Hoofdstuk 1

BEGRIPSBEPALING

 

Artikel 1: Definities

In dit Staatsbesluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Bij dag: Enig tijdstip gelegen tussen zonsopgang en zonsondergang;

b. Bij nacht: Enig tijdstip gelegen tussen zonsondergang en zonsopgang"

c. CASAS: De "Civil Aviation Safety Authority Suriname 11 opgericht bij Staatsbesluit

van 12 mei 1997(SRS 1997 no. 19);

d. Directeur CASAS: Persoon die met de feitelijke leiding over CASAS is belast;

e. Erkenning: Acceptatie van een buitenlands bewijs van bevoegdheid en / of bevoegdverklaring als ware het een Surinaams bewijs van bevoegdheid en / of bevoegdverklaring, zonder tussenkomst van CASAS. Een erkenning heeft een collectief karakter en vereist geen aanvraag;

f. Gelijkstelling: Acceptatie van een buitenlands bewijs van bevoegdheid en / of bevoegdverklaring als ware het een Surinaams bewijs van bevoegdheid en / of bevoegdverklaring, na tussenkomst van CASAS. Een gelijkstelling geschiedt op individuele basis naar aanleiding van een aanvraag;

g. ICAO: De "International Civil Aviation Organisation"

h. Luchtverkeersdienst: lnstantie belast met het geven van luchtverkeersleiding alsmede het verstrekken van advies of inlichtingen tijdens de vlucht en het verzorgen van alarmering-,

i, Multi-pilot: Bestemd voor bediening door ten minste twee bestuurders als vastgesteld

door de Directeur CASAS op grond van de certificatie van het luchtvaartuig;

j. Minister. De Minister belast met burgerluchtvaartaangelegenheden.

k. Single-pilot: Bestemd voor bediening door een bestuurder als vastgesteld door de Directeur CASAS op grond van de certificatie van het luchtvaartuig;

l. Standards and Recommended Practices: Normen en aanbevolen handelswijzen, zoals van tijd tot aangenomen door de ICAO ingevolge art. 37 van het Verdrag van Chicago en gepubliceerd in de Bijlagen (Annexes) van het Verdrag van Chicago;

m. Surinaams luchtvaartuig: Een luchtvaartuig geregistreerd in het Surinaamse luchtvaartregister of een in het buitenland geregistreerd luchtvaartuig waarvoor de verantwoordelijkheid is overgedragen met wederzijdse instemming tussen de Staat van Registratie en de Staat Suriname krachtens een internationaal overdrachtsovereenkomst;

n. Suriname: De Republiek Suriname waaronder begrepen het grondgebied van Suriname, het luchtruim boven dit grondgebied, alsmede de territoriale wateren en het luchtruim boven deze territoriale wateren;

o. Verdrag van Chicago: verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart op 7 december 1944 te Chicago gesloten;

Artikel 2: Categorieen luchtvaartuigen

In dit Staatsbesluit en de daarop berustende bepalingen wordt de volgende

onderverdeling van categorieen van luchtvaartuigen aangehouden:

a. Viiegtuigen (afkorting: A)

luchtvaartuigen, uitgerust met vaste vleugels en voorzien van een of meer voortstuwingsinrichtingen.

b. Helikopters (afkorting' H)'

luchtvaartuigen, uitqerust met draaiende vleugels en voorzien van een of meer voortstuwingsinrichtingen;

C. Zweefvliegtuigen (afkorting: G):

luchtvaartuigen, zwaarder dan lucht, uitgerust met vaste vieugels en niet voorzien van een voortstuwingsinrichting;

d. Ballonnen (afkorting: FB):

luchtvaartuigen, lichter dan lucht en niet voorzien van een voortstuwingsinstallatie en ingericht en bestemd voor het uitvoeren van bemande vaarten;

e. Luchtschepen (afkorting: AS):

luchtvaartuigen, lichter dan lucht en voorzien van een voortstuwingsinrichting en een besturingsinrichting;

f. Overige luchtvaartuigen (afkorting: OA) alle overige luchtvaartuigen.

 

Artikel 3: Soorten viuchten

In dit Staatsbesluit en de daarop berustende bepalingen worden onder de valgende soorten vluchten verstaan:

a. Commerciele vlucht :

Het gebruik van enig luchtvaartuig voor huur, beloning of andere baten, gevraagd, ontvangen of beloofd;

b. IFR-viucht :

Een vlucht, ten aanzien waarvan tevens de instrumentvliegvoorschriften van toepassing zijn;

c. Niet-commerciele vlucht :

Een vlucht anders dan commercieel;

d. VFR-vlucht :

Een vlucht, ten aanzien waarvan tevens de zichtvliegvoorschriften van toepassing zijn.

 

Hoofdstuk 2:

 

VERBODSBEPALINGEN

 

Artikel 4: Het bedienen van een luchtvaartuig in Suriname

Geen lid van de bemanning van een luchtvaartuig dat in Suriname vliegt mag een luchtvaartuig bedienen zonder in het bezit te zijn van een daartoe vereist, geldig bewijs van bevoegdheid voorzien van de nodige bevoegdverklaringen afgegeven door een lidstaat van de ICAO. De afgifte daarvan dient tenminste overeen te stemmen met het Verdrag van Chicago en de Standards and Recommended Practices.

Artikel 5: Het besturen van een Surinaams luchtvaartuig

Het is verboden om een Surinaams luchtvaartuig te besturen tenzij vergezeld van:

  1. een geldig, wettelijk vastgesteld identificatiebewijs.

  2. een geldig Surinaams brevet of verklaring van gelijkstelling waarin opgenomen een bewijs van bevoegdheid als vlieger voorzien van de nodige bevoegdverklaringen; en

  3. een daartoe vereiste, geldige, Surinaamse medische verklaring.

Artikel 6: Het optreden als werktuigkundige aan boord 
van een Surinaams luchtvaartuig

Het is verboden om als werktuigkundige aan boord van een Surinaams luchtvaartuig op te treden tenzij in het bezit van:

  1. een geldig, wettelijk vastgesteld identificatiebewijs;

  2. een geldig Surinaams brevet of verklaring van gelijkstelling waarin opgenomen een bewijs van bevoegdheid als boordwerktuigkundige voorzien van de nodige, geldige bevoegdverklaringen en

  3. een daartoe vereiste, geldige, Surinaamse medische verklaring.

Artikel 7: Het geven van vfiegonderricht in Suriname

Het is verboden om in Suriname viiegonderricht te geven op luchtvaartuigen, tenzij in het bezit van:

  1. een geldig, wettelijk vastgesteld identificatiebewijs;

  2. een geldig Surinaams brevet of verklaring van gelijkstelling waarin opgenomen een bewijs van bevoegdheid als vlieger voorzien van de nodige, geldige bevoegdverklaringen en

  3. een daartoe vereiste, geldige, Surinaamse medische verklaring.

Artikel 8: Het verlenen van luchtverkeersleidingdiensten in Suriname

Het is verboden om in Suriname luchtverkeersleidingdiensten te verlenen tenzij in het bezit van:

  1. een geldig, wettelijk vastgesteld identificatiebewijs;

  2. een geldig Surinaams brevet of verklaring van gelijkstelling waarin opgenomen een bewijs van bevoegdheid of Surinaams als luchtverkeersleider voorzien van de nodige, geldige bevoegdverklaringen; en

  3. een daartoe vereiste, geldige, Surinaams medische verklaring.

Artikel 9: Het geven van onderricht aan 
(leerling)luchtverkeersleiders in Suriname

Het is verboden om in Suriname onderricht te geven aan (leerling)luchtverkeersleiders tenzij na autorisatie door de Directeur CASAS.

 

Artikel 10: Afname van medische geschiktheid

Het is een vlieger, boordwerktuigkundige of luchtverkeersleider verboden om als zodanig op te treden, wanneer hij er zich van bewust is dat zijn medische geschiktheid zodanig is afgenomen dat hij zijn bevoegdheden niet meer op een veilige wijze kan uitoefenen.

 

Artikel 11: Gebruik logboek

  1. Een vlieger of boordwerktuigkundige is verplicht in het hiervoor in gebruik zijnde logboek aantekening te houden van de tijd, gedurende welke hij dienst heeft gedaan, alsmede van de functies waarin en de omstandigheden waaronder dit is geschiedt. De hier bedoelde aantekening geschiedt met een niet gemakkelijk uitwisbaar schrijfmiddel;

  2. Het is een vlieger of boordwerktuigkundige verboden.

    1. in het logboek onjuiste gegevens of onjuiste aantekeningen te stellen of toe te laten dat zij daarin worden gesteld;

    2. in het logboek op onverantwoorde wijze wijzigingen aan te brengen, te doen aanbrengen of toe te laten dat wiizigingen worden aangebracht:

    3. het logboek geheel of ten dele te vernietigen, te doen vernietigen, verborgen te houden of te doen verborgen houden, dan wel toe te laten dat het logboek wordt vernietigd of verborgen of wordt verborgen gehouden.

Artikel 12: Strafbepaling

Bij overtreding van een of meer van de bepalingen genoemd in de artikelen 4 tot en met 1 1 van dit Staatsbesluit zijn de bepalingen als opgenomen in het Wetboek van Strafrecht van toepassing.

 

Artikel 13: Vrijstelling van het hebben van een bewijs van bevoegdheid

Artikel 5 van dit Staatbesluit is niet van toepassing op:

  1. het besturen van een modelvliegtuig, waarvan de totale massa ten hoogste 20 kg bedraagt;

  2. het besturen van een ballon, die op zeeniveau in de Internationale standaardatmosfeer in geheel gevulde toestand een diameter van ten hoogste 2,00 m of een inhoud van ten hoogste 4,00 kubieke m heeft, alsmede aan elkaar gekoppelde ballonnen waar-van de gezamenlijke diameter en inhoud deze waarden niet te boven gaan;

  3. het besturen van een toestel, zwaarder dan lucht en niet voorzien van een voortstuwingsinrichting, dat door middel van een ankerkabel of lijn is verbonden met het aardoppervlak (kabelvlieger)

  4. het besturen van een luchtschip, dat op zeeniveau in de Internationale standaard atmosfeer in geheel gevulde toestand een maximale afmeting heeft van 5,00 m of een inhoud van ten hoogste 4,00 kubieke m;

  5. het besturen van een toestel, zwaarder dan lucht in de vorm van een scherm met harnas, dat met een lijn of lijnen is bevestigd aan een voertuig of vaartuig, waardoor het in de lucht kan worden gehouden (valschermzweeftoestel);

  6. het besturen van een ballon, die tijdens het in de lucht houden permanent is bevestiad aan het aardoppervlak (kabelballon);

  7. het besturen van een valscherm;

  8. het besturen van een luchtvaartuig onder toezicht van een instructeur, die houder is van een voor de bediening van een dergelijk luchtvaartuig en een dergelijke vlucht afgegeven bewijs van bevoegdheid, waarop weergegeven de nodige bevoegdverklaringen op een zodanige wijze dat de instructeur onmiddellijk kan ingrijpen;

  9. het uitvoeren van een solovlucht onder toezicht van een instructeur, die houder is van een voor de bedieninq van een dergeliik luchtvaartuig en een dergelijke vlucht afgegeven bewijs van bevoegdheid, waarop weergegeven de nodige bevoegdverklaringen, door een bestuurder, die geen houder is van een bewijs van bevoegdheid, indien de bestuurder:

    1. een zweefvliegtuig bedient, een soloviucht uitvoert binnen zichtafstand tot een maximum van 5 kilometer rondom het luchtvaartterrein en de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt;

    2. een ander luchtvaartuig bedient dan onder a, een solovlucht uitvoert en de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt.

    3. beschikt over voldoende kennis voor de uit te voeren solovlucht;

    4. beschikt over een geldige medische verklaring klasse I of 2 conform artikel 33;

    5. beschikt over een schriftelijke soloverklaring van de betreffende instructeur voor iedere ult te voeren solovlucht.

  10. het besturen van landvliegtuigen met niet meer dan twee zitplaatsen en een overtreksnelheid niet hoger dan 35,1 knopen gekalibreerde luchtsnelheid en een maximum startmassa van niet meer dan 300 kg voor eenzitter-landvliegtuigen en 450 kg voor tweezitter-landvliegtuigen mits de bestuurder:

    1. adequaat verzekerd is tegen wettelijke aansprakelijkheid;

    2. voldoet aan de nadere richtlijnen als gesteld door de Directeur CASAS.

Artikel 14: Erkenning van buitenlandse bewijzen van 
bevoegdheid en / of bevoegdverklaringen

De Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot het erkennen van bewijzen van bevoegdheid en / of bevoegdverklaringen afgegeven door een lidstaat van ICAO. mits de afgifte daarvan tenminste overeenstemt met het verdrag van Chicago en de standards and recommended practices-voor:

  1. het besturen van Surinaamse luchtvaartuigen;

  2. het geven van vliegonderricht in Suriname;

  3. het optreden als werktuigkundige aan boord van Surinaamse luchtvaartuigen;

  4. het verlenen van luchtverkeersleidingdiensten in Suriname

Artikel 15: Gelijkstelling van buitenlandse bewijzen van 
bevoegdheid enof bevoegdverklaringen

De Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot het geheel of gedeeltelijk gelijkstellen van bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen afgegeven door een lidstaat van ICAO, mits de afgifte daarvan tenminste in overeenstemming is met het Verdrag van Chicago en de Standards and Recommended Practices.

 

Artikel 16: Ontheffing van verbodsbepalingen

De Minister is bevoegd in bepaalde gevallen af te wijken van bovenstaande verbodsbepalingen door afgifte van een eenmalige schriftelijke ontheffing van ten hoogste 6 maanden.

 

Hoofdstuk 3:

 

VLIEGERS

 

Artikel 17: Bewijzen van Bevoegdheid als vlieger

  1. Voor vliegers bestaan de volgende bewijzen van bevoegdheid:

    1. bewijs van bevoegdheid als prive-vlieger, nader te noemen PPL (Private Pilot Licence); dat de bevoegdheid geeft, echter niet tegen vergoeding, tijdens niet commerciele viuchten op te treden als eerste of tweede bestuurder van een luchtvaartuig;

    2. bewijs van bevoegdheid als beroepsvlieger, nader te noemen CPL (Commercial Pilot Licence); dat de bevoegdheid geeft :

      1. van het PPL;

      2. op te treden als eerste of tweede bestuurder tijdens commerciele vluchten op single pilot luchtvaartuigen;

      3. op te treden als tweede bestuurder tijdens Commerciele vluchten op multi pilot luchtvaartuigen;

    3. bewijs van bevoegdheid als verkeersvlieger, nader te noemen ATPL (Airline Transport Pilot Licence), dat de bevoegdheid geeft:

      1. van het CPL;

      2. op te treden als eerste bestuurder tijdens Commerciele vluchten op multi pilot luchtvaartuigen;

  2. De bevoegdheden die voortvloeien uit een bewijs van bevoegdheid als vlieger zijn steeds beperkt tot die categorie luchtvaartuigen waarvoor dat bewijs van bevoegdheid is afgegeven;

  3. Per categorie luchtvaartuig kunnen de hieronder vermelde bewijzen van bevoegdheid worden afgegeven:

Bewijs van bevoegdheid      (A)   (H)   (FB)  (G)   (AS)   (OA)   

PPL                                   x      x      x      x       x       x

CPL                                   x      x

ATPL                                 x       x

                                                                                           

 

Artikel 18: Algemene bevoegdverklaringen voor vliegers

  1. Voor houders van een PPL, CPL of ATPL bestaan de volgende algemene bevoegdverklaringen:

    1. Boordtelefonie, nader te noemen Radio Telephony (RT); dat de bevoegdheid geeft om radiocontact te onderhouden met de luchtverkeersdienst of met bestuurders van andere luchtvaartuigen;

    2. Instrumentvliegen, nader te noemen Instrument Rating (IR): dat de bevoegdheid geeft om op te treden als bestuurder gedurende IFR-vluchten op luchtvaartuigen;

    3. Landbouwvliegen, nader te noemon Crop Spraying (CS): dat de bevoegdheid geeft om vanuit een luchtvaartuig stoffen ter bescherming of bevordering van het milieu of de land-, tuin-, of bosbouw te verspreiden;

    4. Sleepvliegen, nader te noemen Glider Towing (G T): dat de bevoegdheid geeft om met behulp van een luchtvaartuig een zweefvliegtuig of motorzweefvliegtuig te slepen;

    5. Vlieginstructeur, nader te noemen Flight Instructor (FI): dat de bevoegdheid geeft om vliegonderricht te geven voor:

      1. de afgifte van een PPL;

      2. de afgifte van een CPL;

      3. de afgifte van een bijzondere bevoegdverklaring op een single pilot luchtvaartuig-,

      4. de afgifte van een bevoegdverklaring CS, GT en Fl;

    6. Instructeur instrumentvliegen, nader te noemen Instrument Rating Instructor (IRI): dat de bevoegdheid geeft om aan houders van een PPL, CPL of ATPL vliegonderricht te geven voor:

      1. de afgifte van een bevoegdverklaring IR;

      2. de afgifte van een bevoegdverklaring IRI;

    7. Typebevoegdverklaring instructeur, nader te noemen Type Rating Instructor (TRI): dat de bevoegdheid geeft om aan houders van een PPL, CPL of ATPL vliegonderricht te geven voor:

      1. de afgifte van een ATPL:

      2. de afgifte van bijzondere bevoegdverklaringen op een multi-pilot luchtvaartuig;

      3. de afgifte van een bevoegdverklaring TRI;

  2. De bevoegdheden die uit een algemene bevoegdverklaring voortvloeien zijn steeds beperkt tot die categorie luchtvaartuigen waarvoor de bevoegdverklaring is afgegeven;

  3. De algemene bevoegdverklaringen kunnen worden afgegeven in de volgende categorie:

Algemene Bevoegdverklaring _     (A)   (H)   (G)   (FB)   (AS)   (OA)

Radio Telephony                          x      x      x      x        x        x

Instrument Rating                         x      x

Crop Spraying                              x      x

Glider Towing                               x      x

Flight Instructor                            x      x      x      x        x       x

Instrument Rating Instructor          x       x

Type Rating Instructor                   x       x

                                                                                                  

Artikel 19: Bijzondere bevoegdverklaringen voor vliegers

  1. Voor de categorie vliegtuigen bestaan voor vliegers de volgende bijzondere bevoegdverklaringen-.

    1. voor single-pilot landvliegtuigen uitgerust met een zuigermotor de bijzondere bevoegdverklaring "Single engine piston (land)";

    2. voor single-pilot landvliegtuigen uitgerust met meer dan een zuigermotor de bijzondere bevoegdverklaring "Multi engine piston (land)"-,

    3. voor single-pilot watervliegtuigen uitgerust met een zuigermotor de bijzondere bevoegdverklaring "Single engine piston (sea)":

    4. voor single-pilot watervliegtuigen uitgerust met een zuigermotor de bijzondere bevoegdverklaring "Multi engine piston (sea)"-,

    5. voor alle overige vliegtuigen een bijzondere bevoegdverklaring voor ieder type;

  2. Voor de categorie helicopters, luchtschepen en overige luchtvaartuigen bestaat voor vliegers voor ieder type luchtvaartuig een bijzondere bevoegdverklaring;

  3. Voor de categorie zweefvliegtuigen bestaan voor vliegers de volgende bijzondere bevoegdverklaringen:

    1. voor sleepstarten door middel van een ander luchtvaartuig de bijzondere bevoegdverklaring "Tow Start by Aircraft";

    2. voor sleepstarten door middel van een automobiel de bijzondere bevoegdverklaring "Tow Start by Automobile";

    3. voor lierstarten de bijzondere bevoegdverklaring "Winch Start";

  4. Voor de categorie ballonnen bestaan voor vliegers de volgende bijzondere bevoegdverklaringen:

    1. voor heteluchtballonnen de bijzondere bevoegdverklaring "Hot Air Balloons"-,

    2. voor gasballonnen de bijzondere bevoegdverklaring "Gas Filled Balloons".

Artikel 20: Geldigheid

  1. De bevoegdheden die voortvloeien uit een bewijs van bevoegdheid als vlieger of uit een algemene bevoegdverklaring zijn alleen geldig voor die luchtvaartuigen dan wel startmethoden waarvoor de houder van dat bewijs van bevoegdheid een bijzondere bevoegdverklaring bezit;

  2. De geldigheidsduur van een bewijs van bevoegdheid als vlieger bedraagt 24 maanden-,

  3. De geldigheidsduur van een bevoegdverklaring JR bedraagt 12 maanden:

  4. De geldigheidsduur van een bevoegdverklaring Fl, I RI of TRI bedraagt 24 maanden.

  5. De geldigheidsduur van alle overige bevoegdverklaringen wordt bepaald door de geldigheidsduur van het bewijs van bevoegdheid waarin die bevoegdverklaring is ondergebracht.

 

Artikel 21: Beperkingen en voorwaarden

  1. De houder van een PPL is alleen bevoegd als bestuurder op te treden op luchtvaarttuigen met inzittenden indien hij in de voorafgaande periode van 90 dagen drie starts en drie landingen heeft uitgevoerd als enige bediener van de besturings- en voortstuwingsinstallatie van dat betreffende type luchtvaartuig;

  2. De houder van een PPL, CPL of ATPL die niet in het bezit is van een geldige bevoegdverklaring IR voor de betreffende categorie luchtvaartuigen is alleen bevoegd tot het uitvoeren van VFR-vluchten bij dag;

  3. De houder van een CPL of ATPL die de leeftijd van 65 iaar heeft bereikt, is niet bevoegd op te treden als bestuurder van een !uchtvaartuig tijdens commerciele vluchten hieromtrent wordt een aantekening gemaakt op het brevet of de verklaring van gelijkstelling;

  4. De houder van een CPL of ATPL die zich bevindt in de leeftijdscategorie tussen 60 en 65 jaar, is niet bevoegd op te treden als bestuurder van een luchtvaartuig tijdens commerciele vluchten, tenzij de bemanning van het luchtvaartuig bestaat uit meerdere houders van een CPL of ATPL waarbij de eerstgenoemde houder de enige is in de hiervoor genoemde leeftijdscategorie. Hieromtrent wordt een aantekening gemaakt op het brevet of de verklaring van gelijkstelling;

  5. De houder van een bevoegdverklaring FI, IRI en TRI is alleen bevoegd om vliegonderricht te geven op die luchtvaarttuigen waarvoor hij:

    1. de bevoegdheid heeft om als eerste bestuurder op te treden.

    2. tenminste 15 uur vliegervaring bezit als eerste bestuurder in de voorafgaande periode van 12 maanden;

  6. De houder van een bevoegdverklaring FI, IRI en TRI is alleen bevoegd om vliegonderricht te geven onder IFR indien hij bevoegd is om onder IFR het betreffende luchtvaartuig als eerste bestuurder te besturen;

  7. De houder van een bevoegdverklaring FI is alleen bevoegd om vliegonderricht te geven voor de afgifte van een CPL indien hij:

    1. houder is van een geldig CPL voor de betreffende categorie luchtvaartuigen;

    2. tenminste 500 uur vliegervaring bezit als eerste bestuurder op luchtvaartuigen van de betreffende categorie;

    3. tenminste 100 uur instructie-ervaring bezit;

  8. De houder van een bevoegdverklaring FI, IRI of TRI is alleen bevoegd om vliegonderricht te geven voor de afgifte van een bevoegdverklaring Fl, respectievelijk de bevoegdverklaring IRI, respectievelijk de bevoegdverklaring TRI indien hij:

    1. houder is van een geldig CPL van de betreffende categorie luchtvaartuigen.

    2. tenminste 500 uur vliegervaring bezit als eerste bestuurder op luchtvaartuigen van de betreffende categories

    3. tenminste 250 uur instructie-ervaring bezit,

    4. in het bezit is van een daartoe vereiste autorisatie van de Directeur CASAS;

  9. De houder van bevoegdverklaring Fl iz alleen bevoegd om vliegonderricht te geven voor de afgifte van een bevoegdverklaring CS of bevoegdverklaring GT indien hij:

    1. houder is van een geldige bevoegdverklaring CS respectievelijk bevoegdverklaring GT.

    2. tenminste 100 uur ervaring voor wat betreft landbouwvliegen, respectievelijk sleepvliegen.

  10. De houder van een bevoegdverklaring TRI is alleen bevoegd indien hij in de voorgaande periode van 12 maanden tenminste 30 route sectors heeft voltooid, waarvan een door de Directeur CASAS te bepalen aantal mag Zijn uitgevoerd op een viuchtnabootser tot een maximum van 15

Hoofdstuk 4:

 

BOORDWERKTUIGKUNDIGEN

 

Artikel 22: Bewijzen van Bevoegdheid als boordwerktuigkundige

  1. Voor boordwerktuigkundigen bestaat het bewijs van bevoegdheid als boordwerktuigkundige, nader te noemen FEL (Flight Engineer Licence), dat de bevoegdheid geeft op te treden als werktuigkundige aan boord van een luchtvaartuig;

  2. De bevoegdheden die voortvloeien uit een FEL zijn steeds beperkt tot die categorie luchtvaartuigen waarvoor dat bewijs van bevoegdheid is afgegeven.

Artikel 23: Algemene bevoegdverklaringen voor boordwerktuigkundigen

  1. Voor houders van een FEL bestaat de bevoegdverklaring Boordtelefonie, nader te noemen Radio Telephony (RT), dat de bevoegdheid geeft om radiocontact met de luchtverkeersdienst of met bestuurders van andere luchtvaartuigen te onderhouden;

  2. De bevoegdheden die uit een RT voorvloeien zijn steeds beperkt tot die categorie luchtvaartuigen waarvoor die bevoegdverklaring is afgegeven.

Artikel 24: Bijzondere bevoegdverklaringen voor boordwerktuigkundigen

Voor houders van een FEL bestaat voor ieder type luchtvaartuig waarop een boordwerktuigkundige kan optreden een bijzondere bevoegdverklaring.

Artikel 25: Geldigheid

  1. De bevoegdheden die voortvloeien uit een FEL zijn alleen geldig voor die luchtvaartuigen waarvoor de houder van dat bewijs van bevoegdheid een bijzondere bevoegdverklaring bezit;

  2. De geldigheidsduur van een bewijs van bevoegdheid als boordwerktuigkundige bedraagt 24 maanden;

  3. De geldigheidsduur van alle bevoegdverklaringen wordt bepaald door de geldigheidsduur van het bewijs van bevoegdheid waarin die bevoegdverklaring is ondergebracht.

Hoofdstuk 5:

 

LUCHTVERKEERSLEIDERS

 

Artikel 26: Bewijs van bevoegdheid als luchtverkeersleider

 

Voor luchtverkeersleiders bestaat het bewijs van bevoegdheid als luchtver keersleider, nader te noemen ATCL (Air Traffic Controller Licence). dat de bevoegdheid geeft om luchtverkeersleiding- diensten te verlenen.

 

Artikel 27: Algemene bevoegdverklaringen voor luchtverkeersleiders

Voor houders van een ATCL bestaan de volgende algemene bevoegdverklaringen:

  1. Luchtvaartterrein Luchtverkeersleiding, te noemen Aerodrome Control: dat de bevoegdheid geeft om luchtverkeersleidingdiensten te verlenen of toezicht te houden bij het verlenen van luchtverkeersleidingdiensten op een luchtvaartterrein;

  2. Naderingsluchtverkeersleiding, nader te noemen Approach Control: dat de bevoegdheid geeft om luchtverkeersleidingdiensten te verlenen of toezicht te houden bij het verlenen van luchtverkeersleidingdiensten bij de nadering van luchtvaartuigen naar een luchtvaartterrein, binnen het luchtruim of het gedeelte van het luchtruim dat onder het gezag staat van de dienst die de betreffende luchtverkeersleiding biedt;

  3. Radamaderingsverkeersleiding, nader te noemen Approach Radar Control: dat de bevoegdheid geeft om luchtverkeersleidingdiensten te verlenen of toezicht te houden bij het verlenen van luchtverkeersleidingdiensten bij de nadering van luchtvaartuigen naar een luchtvaartterrein, met gebruikmaking van radar of andere bewakingssystemen binnen het luchtruim of het gedeelte van het luchtruim dat onder het gezag staat van de dienst die de betreffende luchtverkeersleiding biedt;

  4. Precisie Radamaderingsverkeersleiding, nader te noemen Precision Approach Radar Control dat de bevoegdheid geeft om luchtverkeersleidingdiensten te verlenen of toezicht te houden bij het verlenen van luchtverkeersleidingdiensten bij de precisie nadering van luchtvaartuigen naar een luchtvaartterrein;

  5. Gebied Luchtverkeersleiding, nader te noemen Area Control dat de bevoegdheid geeft om luchtverkeersleidingdiensten te verlenen of toezicht te houden bij het verlenen van luchtverkeersleidingdiensten in een luchtruim of deel daarvan;

  6. Gebied Radarluchtverkeersleiding, nader te noemen Area Radar Control dat de bevoegdheid geeft om luchtverkeersleidingdiensten te verlenen of toezicht te houden bij het verlenen van luchtverkeersleidingdiensten in een luchtruim of deel daarvan, met gebruikmaking van radar.

Artikel 28: Bijzondere bevoegdverklaringen voor luchtverkeersleiders

ledere algemene bevoegdverklaring voor luchtverkeersleiders kan worden voorzien van een of meer van de volgende bijzondere bevoegdverklaringen:

  1. Voor luchtverkeersleidingdiensten vanaf de Luchthaven Zanderij de bijzondere bevoegdverklaring "J.A. Pengel Airport"-,

  2. Voor luchtverkeersleidingdiensten vanaf het vliegveld Zorg & Hoop de bijzondere bevoegdverklaring "Zorg & Hoop Aerodrome";

  3. Voor luchtverkeersleidingdiensten vanaf het Majoor Fernandes vliegveld de bijzondere bevoegdverklaring "Majoor Fernandes Aerodrome".

Artikel 29: Geldigheid

  1. De bevoegdheden die voortvloeien uit de algemene bevoegdverklaringen zijn alleen geldig voor die luchtvaartterreinen waarvoor de houder van die bevoegdverklaring een bijzondere bevoegdverklaring bezit;

  2. Het ATCL heeft een geldigheid van 24 maanden;

  3. De geldigheidsduur van alle bevoegdverklaringen wordt bepaald door de geldigheidsduur van het bewijs van bevoegdheid waarin die bevoegdverklaring is ondergebracht.

Artikel 30: Beperkingen en voorwaarden

De houder van een bevoegdverklaring mag de bevoegdheden die hieruit voortvloeien alleen dan toepassen, indien hij deze in de voorafgaande periode van zes maanden heeft benut.

 

Hoofdstuk 6.

 

DOCUMENTEN

 

Artikel 31: Soorten brevetten

De bevoegdheden van een persoon worden uitgedrukt middels een brevet, waarvan het model is vastgesteld door de Directeur CASAS, op basis van de volgende regels:

  1. leder bewijs van bevoegdheid wordt op een apart brevet weergegeven;

  2. Het brevet vermeldt alle geldige bevoegdverklaringen die relevant zijn voor het bewijs van bevoegdheid waarvoor dat brevet wordt afgegeven

  3. Indien de houder in het bezit is van meer dan een bewijs van bevoegdheid als vlieger voor dezelfde categorie luchtvaartuigen, dan wordt alleen voor het hoogste bewijs van bevoegdheid binnen die betreffende categorie luchtvaartuigen een brevet afgegeven;

Artikel 32: Soorten verklaringen van gelijkstelling

De buitenlandse bevoegdheden van een persoon die door de Directeur CASAS zijn gelijkgesteld, worden uitgedrukt middels een verklaring van gelijkstelling, waarvan het model is vastgesteld door de Directeur CASAS, op basis van de volgende regels:

  1. Ieder gelijkgesteld bewijs van bevoegdheid wordt op een aparte verklaring van gelijkstelling weergegeven.

  2. De verklaring van gelijkstelling vermeldt alle geldige gelijkgestelde bevoegdverklaringen die relevant zijn voor het gelijkgestelde bewijs van bevoegdheid waarvoor die verklaring van gelijkstelling wordt afgegeven.

Artikel 33: Soorten medische verklaringen

De medische geschiktheid van een persoon wordt uitgedrukt middels een medische verklaring, waarvan het model is vastgesteld door de Directeur CASAS, in de volgende klassen:

  1. Klasse I : voor houders van een ATCL, PPL, CPL, ATPL of FEL:

  2. Klasse II : voor houders van een PPL;

  3. Klasse III :voor houders van een ATCL.

Artikel 34: Geldigheid

  1. De geldigheidsduur van een brevet wordt bepaald door de geldigheid van het bewijs van bevoegdheid waarvoor dat brevet is afgegeven:

  2. De geldigheidsduur van een verklaring van gelijkstelling wordt bepaald door de geldigheid van het gelijkgestelde bewijs van bevoegdheid waarvoor die verklaring van gelijkstelling is afgegeven;

  3. De geldigheidsduur van medische verklaringen is als volgt:

                                          Jonger dan 40 jaar                       40 jaar en ouder

  1. Klasse           12 maanden                                6 maanden;

  2. Klasse Ⅱ             24 maanden                              12 maanden;

  3. Klasse           24 maanden                              12 maanden.

rtikel 35: Afgifte van een brevet, verklaring van 
gelijkstelling of medische verklaring

  1. De Directeur CASAS geeft een brevet af bij:

    1. de afgifte van een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring;

    2. de verlenging van een afgegeven bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring;

  2. De Directeur CASAS geeft een verklaring van gelijkstelling af bij;

    1. de gelijkstelling van een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring;

    2. de verlenging van een gelijkgestelde bewijs van bevoegdheid of bevoegd verklaringen;

  3. De Directeur CASAS geeft, al dan niet onder beperkingen, een medische verklaring af nadat de aanvrager voldoet aan eisen als gesteld door de Directeur CASAS blijkens een rapport van de medische keuring uitgevoerd door een door deze aan te wijzen geneeskundige of geneeskundige instantie;

  4. Alvorens tot verstrekking van het document kan worden overgegaan dient de aanvrager het vastgestelde tarief aan CASAS te hebben voldaan.

Artikel 36: Vernieuwing van een brevet, verklaring van 
gelijkstelling of medische verklaring

  1. De Directeur CASAS kan een brevet, verklaring van gelijkstelling of medische verklaring vernieuwen indien:

    1. deze is verloren,- of

    2. deze onleesbaar, beschadigd of anderszins onbruikbaar is geworden.

  2. Alvorens een brevet, verklaring van gelijkstelling of medische verklaring kan worden vernieuwd om reden als genoemd in onderdeel 1 lid a, dient de houder een bewijs van aangifte van diefstal van het betreffende document aan de Directeur CASAS over te dragen;

  3. Alvorens een brevet, verklaring van gelijkstelling of medische verklaring kan worden vernieuwd om redenen ais genoemd in onderdeel 1 lid b, dient de houder het oorspronkelijke brevet of de oorspronkelijke verklaring van gelijkstelling of medische verklaring aan de Directeur CASAS over te dragen.

Artikel 37: Verplichtingen van de houder van een brevet, 
verklaring van gelijkstelling of medische verklaring

  1. De houder van een brevet, verklaring van gelijkstelling of medische verklaring is bij verlies daarvan verplicht onverwijld kennis te geven aan de Directeur CASAS;

  2. Indien een brevet, verklaring van gelijkstelling of medische verklaring wegens verlies is vernieuwd en het verloren document wordt teruggevonden,, is de houder verplicht het teruggevonden document zo spoedig mogelijk aan de Directeur CASAS over te dragen;

  3. In die gevallen waarbij een medische verklaring vermeldt dat het gebruik van corrigerende glazen is verplicht , dient de houder van die medische verklaring bij de uitoefening van diens bevoegdheden steeds een tweede stel corrigerende glazen bij zich te hebben-,

  4. De houder van een medische verklaring zal onverwijld de Directeur CASAS schriftelijk op de hoogste stellen bij:

    1. een behandeling in een ziekenhuis of kliniek voor langer dan 12 uur;

    2. een chirurgische ingreep of operatie;

    3. een regelmatig gebruik van medicatie

    4. de noodzaak van het regelmatig gebruik van corrigerende glazen;

    5. een significant ongeval of voorval welke het vermogen om als vlieger, boordwerktuigkundige of luchtverkeersleider op te treden zou kunnen beinvloeden;

    6. een ziekteperiode van 21 dagen of langer;

    7. een zwangerschap.

 

Hoofdstuk 7:

 

OPLEIDINGEN / TRAININGEN

 

Artikel 38: De opleidingsinstelling

De Directeur CASAS kan nadere regels stellen met betrekking tot:

  1. de goedkeuring van een opleidingsinstelling;

  2. de goedkeuring van een opleidings- of trainingstraject voor luchtvaartpersoneel;

  3. de goedkeuring voor het gebruik van vluchtnabootsers ten behoeve van de opleiding en training van luchtvaartpersoneel.

Hoofdstuk 8:

 

EXAMENS

 

Artikel 39: Algemeen

  1. Als bewijs dat wordt voldaan aan de eisen met betrekking tot kennis en bedrevenheid voor een bewijs van bevoegdheid of een bevoegdverklaring dient met goed gevolg een examen te worden afgelegd;

  2. Het examen kan bestaan uit een theorie- en een praktijkgedeelte.

  3. De Directeur CASAS kan nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van het examen en de examinator;

  4. De Directeur CASAS stelt na bekomen advies van de betrokken examinator(en) het resultaat van het theorie- en praktijkexamen vast.

Artikel 40: Examenreglement

De Directeur CASAS stelt een examenreglement vast. In dit reglement worden ten minste de volgende bepalingen opgenomen omtrent:

  1. de wijze van examinering;

  2. de duur en de wijze waarop elk examenvak wordt uitgevoerd.

  3. de vaststelling van de examenopgaven voor het schriftelijke gedeelte;

  4. het gebruik van vluchtnabootsers ten behoeve van het examen;

  5. de aanmelding voor een examen;

  6. de toelating tot een examen;

  7. geheimhouding;

  8. het toezicht op het theorie- en praktijkexamen;

  9. de uitsluiting van een examinandus van een examen;

  10. de ordemaatregelen tijdens het examen-,

  11. de beoordeling van het afgelegde examen-,

  12. de vaststelling van het resultaat van elk examen;

  13. de kennisgeving van de uitslag;

  14. de mogelijkheid van herexamens;

  15. de termijn waarbinnen examens en herexamens moeten zijn afgelegd.

 

Hoofdstuk 9

 

PROCEDURES

 

Artikel 41: Afgifte, verlenging en wederafgifte van bewijzen 
van bevoegdheid en / of bevoegdverklaringen

  1. De aanvraag voor de afgifte, de verlenging en de wederafgifte van een bewijs van bevoegdheid en / of bevoegdverklaring geschiedt door indiening bij de Directeur CASAS van een behoorlijk ingevuld formulier, dat bij CASAS verkrijgbaar is;

  2. De Directeur CASAS geeft, al dan niet onder beperkingen, bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen af indien de aanvrager:

    1. in het bezit is van een geldige medische verklaring van de vereiste klasse;

    2. voldoet aan de door de Minister vast te stellen eisen inzake leeftijd, kennis, bedrevenheid, opleiding en ervaring, welke tenminste voldoen aan de Standards and Recommended Practices;

  3. De Directeur CASAS verlengt, al dan niet onder beperkingen, bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen indien de aanvrager voldoet aan de door de Minister vast te stellen eisen inzake de kennis, bedrevenheid en ervaring; De aanvraag voor de verlenging van een bewijs van bevoegdheid of van een bevoegdverklaring moet tenminste 14 dagen voor het verstrijken van de vervaldatum worden ingediend bij CASAS;

  4. De Directeur CASAS verklaart, al dan niet onder beperkingen, bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen, waarvan de geldigheid is verstreken, weder geldig nadat is gebleken dat de aanvrager voldoet aan de eisen voor de afgifte van het bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring inzake kennis, bedrevenheid en ervaring;

 

Artikel 42: Schorsing van bewijzen van bevoegdheid 
en /
of bevoegdverklaring(en)

  1. Bij twijfel aan de nodige bekwaamheid van de houder van een bewijs van bevoegdheid kan de Directeur CASAS bepalen dat betrokkene zich opnieuw aan een geheel of gedeeltelijk examen zal moeten onderwerpen, terwijl voorts de geldigheid van een of meer bewijzen van bevoegdheid en / of van een of meer bevoegdverklaringen kan worden geschorst;

  2. De geldigheid van een of meer bewijzen van bevoegdheid en / of van een of meer bevoegdverklaringen kan eveneens in de navolgende gevallen worden geschorst, te weten:

    1. Hangende het onderzoek na een vliegongeval;

    2. Bij gebleken wangedrag, roekeloosheid of verregaande achteloosheid;

    3. Indien de houder in strijd met zijn bevoegdheden heeft gehandeld;

  3. Van een schorsing wordt onder opgaaf van redenen bij aangetekende brief kennis gegeven aan de betrokkene;

  4. Betrokkene is verplicht alle in zijn bezit zijnde brevetten of verklaringen van gelijkstelling waarop een geschorst bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring staat vermeld binnen acht dagen na de datum van verzending van de bedoelde kennisgeving aan de Directeur CASAS over te dragen;

  5. In gevallen waarbij de schorsing zich beperkt tot een of meer op het brevet of de verklaring van gelijkstelling vermelde bevoegdverklaringen, voorziet de Directeur CASAS betrokkene van een nieuw brevet of verklaring van gelijkstelling met vermelding van alle bevoegdverklaring(en) die niet aan schorsing onderhevig zijn gesteld;

  6. Een schorsing kan in de volgende gevallen worden opgeheven:

    1. Indien met goed gevolg het in het eerste lid bedoelde examen is afgelegd;

    2. lndien betrokkene de vereiste aanvullende ervaring bezit;

    3. Door intrekking van het bewijs van bevoegdheid en / of bevoegdverklaring;

  7. Na opheffing van de schorsing, anders dan door intrekking, wordt aan betrokkene een nieuw brevet of verklaring van gelijkstelling toe gezonden.

Artikel 43: Schorsing van medische verklaring

  1. Bij twijfel aan de medische gesteldheid van de houder van een medische verklaring kan de Directeur CASAS bepalen dat betrokkene opnieuw een gehele of gedeeltelijke medische keuring zal moeten ondergaan terwijl voorts de geldigheid van die medische verklaring kan worden geschorst.

  2. De geldigheid van een medische verklaring kan eveneens worden geschorst bij tijdelijke of blijvende afkeuring;

  3. Van een schorsing wordt onder opgaaf van redenen bij aangetekende brief kennis gegeven aan de houder van de medische verklaring;

  4. Betrokkene is verplicht de in zijn bezit zijnde medische verklaring binnen acht dagen na de datum van verzending van de bedoelde kennisgeving aan de Directeur CASAS over te dragen.

  5. In gevallen waarbij de medische gesteldheid van betrokkene dat toelaat, voorziet de Directeur CASAS betrokkene van een nieuwe medische verklaring van een lagere klasse, dan welke aan schorsing onderhevig is gesteld;

  6. Een schorsing kan in de volgende gevallen worden opgeheven:

    1. Indien met gunstige uitslag de in het eerste lid bedoelde medische keuring is ondergaan;

    2. Door intrekking van de medische verklaring;

  7. Na opheffing van de schorsing, anders dan door intrekking van de medische verklaring, wordt de betrokkene een nieuwe medische verklaring gezonden.

Artikel 44: lntrekking

  1. Een bewijs van bevoegdheid, bevoegdverklaring of medische verklaring wordt ingetrokken indien de houder de bekwaamheid voor het uitoefenen van de in het bewijs vermelde bevoegdheden blijkens de uitslag van een keuring dan wel van een examen heeft verloren.

  2. Een bewijs van bevoegdheid, bevoegdverklaring of medische verklaring kan worden ingetrokken indien blijkt dat de houder bij de keuring en / of het examen, bij de afgifte of de verlenging van de termijn van geldigheid van het bewijs van bevoegdheid en / of bevoegdverklaring een verklaring in strijd met de waarheid heeft afgelegd of onjuiste gegevens heeft verstrekt;

  3. Een bewijs van bevoegdheid kan worden ingetrokken bij gebleken wangedrag, roekeloosheid of verregaande onachtzaamheid.  
    Van de intrekking wordt, onder opgaaf van redenen, schriftelijk kennis gegeven aan de houder van het bewijs;

  4. Betrokkene is verplicht alle in zijn bezit zijnde brevetten of verklaringen van gelijkstelling waarop een ingetrokken bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring staat vermeld en / of alle in zijn bezit zijnde medische verklaringen binnen acht dagen na datum van verzending van de genoemde kennisgeving aan de Directeur CASAS over te dragen.

  5. Evenzo is degene die bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid is ontzegd een luchtvaartuig te besturen, verplicht alle in zijn bezit zijnde brevetten, verklaringen van gelijkstelling en medische verklaringen binnen acht dagen, nadat de uitspraak hem ter kennis is gekomen of redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij hiervan kennis droeg, aan de Directeur CASAS over te dragen.

 

Hoofdstuk 10:

 

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

 

Artikel 45: Omzetting

Houders van een geldig bewijs van bevoegdheid of een bevoegdverklaring verkrijgen een overeenkomstig bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring conform dit Staatsbesluit.

 

Artikel 46: Vervanging documenten

Binnen zes maanden na inwerkingtreding van dit Staatsbesluit zullen alle houders van een bewijs van bevoegdheid van een nieuw brevet en een medische verklaring worden voorzien.

 

Artikel 47: lnwerkingtreding en intrekking

  1. Dit Staatsbesluit wordt aangehaald als "Toezicht op de geschiktheid van de leden van de bemanning van luchtvaartuigen en van luchtverkeersleiders;

  2. Het wordt in het Staatsblad van de Republiek Suriname afgekondigd en treedt inwerking met ingang van de dag volgende op die van zijn bekendmaking-,

  3. Dit Staatsbesluit vervalt met ingang van de inwerkingtreding van de Surinaamse Burgerluchtvaartwet;

  4. Tegelijkertijd met de inwerkingtreding van dit Staatsbesluit wordt het Staatsbesluit van 27 november 1985 (S.B. 1985 No. 069) ingetrokken;

  5. De Minister belast met de Burgerluchtvaart draagt zorg voor de uitvoering van dit Staatsbesluit.

 

Gegeven te Paramaribo, de 11e januari 2000

J.A. WIJDENBOSCH

 

Uitgegeven te Paramaribo, de 12e januari 2000,

De Minister van BinnenlandseZaken,

S.W. KERTOIDJOJO.

 

 

 

NOTA VAN TOELICHTING

 

Met de invoering van de nieuwe regelgeving op het stuk van het uitoefenen van toezicht op de geschiktheid van de leden van de bemanning van luchtvaartuigen en andere daarin genoemde groepen van personen binnen de burgerluchtvaart wordt beoogd de regelgeving aan te passen aan de internationale regelgeving op dit stuk.

Aan de afgifte van bewijzen van bevoegdheid en/of bevoegdverklaringen gaan training/opleidingen vooraf die ook terug te vinden zijn in de regeling. In dit kader zijn eveneens voorzieningen getroffen tot de erkenning van opleidingsinstituten/instellingen teneinde de specifieke luchtvaartopleidingen te kunnen continueren. Aangezien niet alle luchtvaartopleidingen in Suriname kunnen worden verzorgd zijn evenzo bepalingen in de regeling opgenomen tot erkenning van buitenlandse bewijzen van bevoegdheid en/of bevoegdverklaringen. Idem aanziens gelijkstellingen. Nieuw in deze regelgeving zijn de uitzonderingsgevallen waarbij geen bewijs van bevoegdheid vereist is. Bij vaststelling van deze regelgeving is uitgegaan van de "Standard and Recommended Practices van de ICAO - Annex I -" en in enkele gevallen de JAR/FCL. Bij de inwerkingtreding van deze Regeling komt het Staatsbesluit van 27 november 1985 (S.B. 1985 No. 069) te vervallen. Na goedkeuring van de nieuwe Wet (Burgerluchtvaartwetgeving voor Suriname) zal deze regelgeving, na te zijn aangepast op een aantal formele punten, het rechtskarakter dragen van een uitvoeringsbepaling.

 

Paramaribo, 11 januari 2000

J.A. WIJDENBOSCH