WET van 12 maart 2002, houdende regels betreffende de Veiligheid en de Beveiliging van de Burgerluchtvaart in Suriname (Wet Veiligheid en Beveiliging Burgerluchtvaart)

DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME

In overweging genomen hebbende, dat - in het belang van de veiligheid en beveiliging van de Burgerluchtvaart - het wenselijk is de regelgeving op dit stuk in overeenstemming te brengen met de mondiale ontwikkelingen, het een en ander met buitenwerkingstelling van voorgaande wetten, besluiten of verordeningen die in strijd zijn met of vervangen zijn door de bepalingen opgenomen in deze wet.

Heeft, de Staatsraad gehoord, na goedkeuring door De Nationale Assemblťe, bekrachtigd de onderstaande wet:

 

HOOFDSTUK 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Begripsomschrijvingen

Artikel 1

I In deze wet en de hierop berustende bepalingen en afkortingen wordt verstaan onder:

  1. Aanbevolen procedure: Iedere bij of krachtens het Verdrag aangegeven specificatie van fysieke kenmerken, configuratie, materieel, prestatie, personeel of procedure waarvan de uniforme toepassing als gewenst erkend wordt in het belang van de veiligheid, regelmaat of efficiŽntie van de internationale luchtvaart en waaraan Suriname zich zal trachten te houden;

  2. Aangewezen luchtvaart- terreinen: Luchtvaartterreinen welke voldoen aan de in de Burgerlucht-vaartwetgeving gestelde veiligheidseisen en alszodanig door de Minister zijn aangewezen;

  3. AIP: Aeronautical Information Publication;

  4. Algemene luchtvaart: Het gebruik van elk luchtvaartuig voor andere doeleinden dan het bedrijven van commerciŽle luchtvaart;

  5. Bemanningslid: Een lid van het cabine- of stuurhutpersoneel, tenzij anders is aangegeven in de toepasselijke wettelijke regelingen;

  6. Besluiten: Zijn bepalingen, procedures en andere wettelijke maatregelen die zijn uitgevaardigd in overeenstemming met deze wet en andere eisen van nationaal recht;

  7. Bevoegd persoon: Een persoon aan wie de Minister zijn krachtens deze wet ontleende bevoegdheden delegeert;

  8. Buitenlandse luchtvaart- onderneming: Een luchtvaartonderneming, die geen nationale luchtvaart-onderneming is;

  9. Burger: Een persoon de Surinaamse nationaliteit bezittende, een ingezetene van Suriname, een overheidsorgaan of een overeenkomstig het Surinaamse recht opgerichte rechtspersoon;

  10. Burgerluchtvaart document: Elke vergunning, certificaat, machtiging, toestemming, afstandsverklaring of ander document met betrekking tot de luchtvaart;

  11. Burgerluchtvaartwetgeving van Suriname: De Burgerluchtvaartwetgeving van Suriname bestaat uit de Burgerluchtvaartwet, de Wet Veiligheid en Beveiliging Burgerluchtvaart in Suriname, de Regelingen en Besluiten;

  12. CARS: Civil Aviation Regulations Suriname (Regelingen);

  13. CASAS: De "Civil Aviation Safety Authority Suriname";

  14. CommerciŽle Luchtvaart: Het gebruik van enig luchtvaartuig voor huur of verhuur, tegen beloning of andere bate, gevraagd, bedongen of beloofd;

  15. Directeur: De Directeur van CASAS;

  16. Economische Vergunning: Een bij Resolutie aan een luchtvaartonderneming verleende machtiging voor het bedrijven van commerciŽle luchtvaart;

  17. Erkenning: Een handeling waarbij een door een andere Staat uitgegeven bewijs van bevoegdheid en/of bevoegdverklaring of een bewijs van luchtwaardigheid zonder tussenkomst van CASAS, als ware het een Surinaams bewijs van bevoegdheid en/of bevoegdverklaring of een bewijs van luchtwaardigheid, wordt geaccepteerd. Een erkenning draagt een collectief karakter;

  18. Gelijkstelling: Een handeling waarbij een door een andere Staat uitgegeven bewijs van bevoegdheid en/of bevoegdverklaring of een bewijs van luchtwaardigheid, na tussenkomst van CASAS, wordt geaccepteerd. Een gelijkstelling geschiedt op individuele basis naar aanleiding van een aanvraag;

  19. ICAO: International Civil Aviation Organisation;

  20. Luchtvaartuig: Een toestel, dat in de dampkring kan worden gehouden tengevolge van krachten die de lucht daarop uitoefent, met inbegrip of met uitzondering van bij Regelingen aan te wijzen toestellen;

  21. Minister: De Minister belast met de burgerluchtvaart;

  22. Nationale Luchtvaartonderneming: Een luchtvaartonderneming, die is opgericht overeenkomstig het Surinaams recht;

  23. Norm: Iedere bij of krachtens het Verdrag aangegeven specificatie van fysieke kenmerken, configuratie, materieel, prestatie, personeel of procedure waarvan de uniforme toepassing erkend wordt als noodzakelijk voor de veiligheid of regelmaat van de internationale luchtvaart en waaraan Suriname zich zal houden;

  24. NOTAM: Notice to Airmen;

  25. Overtreding: Het niet naleven van een of meer van de bepalingen vastgesteld in de Burgerluchtvaartwetgeving;

  26. Raad van Commissarissen: Het orgaan dat belast is met het toezicht op het bestuur en beheer van de Directeur;

  27. Regelingen: Bepalingen uitgevaardigd door de Minister en omvatten regelingen voortvloeiend uit de Burgerluchtvaartwetgeving; 

  28. Regering: De Regering van de Republiek Suriname;

  29. Staatsblad: Het Staatsblad van de Republiek Suriname;

  30. Standards and Recommended Practices: Normen en aanbevolen procedures zoals vastgelegd in het Verdrag;

  31. Suriname: De Republiek Suriname, waaronder begrepen het grondgebied van Suriname, het luchtruim boven dit grondgebied, alsmede de territoriale wateren en het luchtruim boven de territoriale wateren;

  32. Surinaams luchtvaartuig: Een luchtvaartuig geregistreerd in het Surinaams luchtvaar-tuigregister of een in het buitenland geregistreerd luchtvaartuig, waarvoor de verantwoordelijkheid is overgedragen aan Suriname krachtens een internationale overeenkomst met de Staat van registratie;

  33. Veiligheidsverdragen: Collectieve benaming voor: het Verdrag inzake strafbare gedragingen en zekere andere gedragingen begaan aan boord van luchtvaartuigen, aangenomen in Tokio op 14 september 1963 (het Verdrag van Tokio), het Verdrag tot het tegengaan van onrechtmatige in bezit name van luchtvaartuigen, aangenomen in Den Haag op 16 december 1970 (het Verdrag van Den Haag), het Verdrag inzake tegengaan van onrechtmatige handelingen tegen de veiligheid van de Burgerluchtvaart, aangenomen in Montreal op 23 september 1971 (het Verdrag van Montreal), alsmede ieder ander terzake de veiligheid in de luchtvaart handelend Verdrag of Protocol. Met betrekking tot bovengenoemde Verdragen, omvat iedere verwijzing naar die Verdragen tevens een verwijzing naar de relevante wijzigingen die ter zake van deze Verdragen worden aangenomen en geratificeerd;

  34. Verdrag: Het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, dat tot stand is gekomen in Chicago, op 7 december 1944, inclusief de daarbij behorende Bijlagen en alle wijzigingen daarvan en aanvullingen daarop voor zover geratificeerd door Suriname;

  35. Vergunning tot Vluchtuitvoering: Een aan een luchtvaartondernemer afgegeven vergunning, bevestigende dat betreffende luchtvaartondernemer voldoet aan de professionele bekwaamheid en organisatie om de uitvoering van specifieke commerciŽle luchtdiensten als daarin omschreven veilig te stellen en te waarborgen;

II. Voor de betekenis van andere termen die gebruikt worden in deze wet wordt verwezen naar de definities van het Verdrag en andere multilaterale Verdragen waar Suriname partij bij is.

 

 

HOOFDSTUK 2

ORGANISATIE EN ADMINISTRATIE VAN DE BURGERLUCHTVAART

Doel

Artikel 2

De Minister is, met in achtneming van de bepalingen van deze wet, belast met de algemene taak de burgerluchtvaart te bevorderen, rekening houdend met de volgende doelstellingen:

  1. het verhogen van de veiligheid en de beveiliging van de burgerluchtvaart;

  2. het tot stand brengen van een gezonde economische en milieu verantwoorde ontwikkeling van de burgerluchtvaart;

  3. het sluiten van bilaterale en multilaterale verdragen en het doen bekrachtigen van deze verdragen.

 

Bevoegdheden en Taken van de Minister

Artikel 3

Met in achtneming van de bepalingen van deze wet stelt de Minister in het kader van de in deze wet genoemde doelstellingen, maatregelen vast voor:

a. het nakomen van internationale verplichtingen op het gebied van de burgerluchtvaart, waaronder, die, welke betrekking hebben op het Verdrag en de Veiligheidsverdragen;

b. het doen aanleggen, exploiteren en onderhouden van luchtvaartterreinen in Suriname;

c. het uitvaardigen van Regelingen; a. d. het in stand houden of verhogen van de veiligheid;

e. het formuleren van een luchtvaartbeleid;

f. het delegeren van bevoegdheden aan personen of organen voor het uitvoeren van bepaalde taken;

g. het instellen van afdelingen, commissies en andere organen;

h. het betrekken van andere Ministeries en openbare of particuliere lichamen indien het zaken betreft die hen mede regardeert;

i. het verwerven van land en rechten op land bestemd voor de burgerluchtvaart;

j. het aanpassen van de Burgerluchtvaartwetgeving aan heersende verdragen, normen en andere internationale regels;

k. het vaststellen van vergoedingen voor dienstverlening binnen het kader van de Burgerluchtvaartwetgeving;

l. het reguleren en het houden van toezicht op alle aspecten van de burgerluchtvaart in Suriname.

De "Civil Aviation Safety Authority Suriname"

Artikel 4

  1. a. Bij deze wet wordt ingesteld de "Civil Aviation Safety Authority Suriname" afgekort CASAS.
    b. CASAS is een rechtspersoon en is gevestigd te Paramaribo.

  2. Met in achtneming van de bepalingen van de Burgerluchtvaartwetgeving is CASAS belast met:
    a. het houden van toezicht en inspectie op de naleving van de bepalingen van de Burgerluchtvaartwetgeving;
    b. alle andere in de Burgerluchtvaartwetgeving genoemde taken, die betrekking hebben op de veiligheid van de luchtvaart en de beveiliging met betrekking tot de aangeboden diensten.

  3. CASAS staat onder leiding van een Directeur die wordt benoemd en ontslagen bij resolutie. Voorzover deze wet niet voorziet in taken en bevoegdheden van de Directeur worden deze bij Staatsbesluit geregeld.

  4. De Regering stelt een lijst van vergoedingen vast welke door de gebruikers in verband met uitgevoerde inspecties en andere taken aan CASAS dienen te worden betaald. 1.

  5. De opbrengsten als bedoeld in lid 4 van dit artikel zullen worden gebruikt voor het financieren van exploitatiekosten van CASAS op basis van een door de Minister goedgekeurde begroting.

 

Raad van Commissarissen

Artikel 5

  1. De Raad van Commissarissen, bestaande uit ten minste 5 (vijf) en ten hoogste 7 (zeven) leden, is belast met het toezicht op het bestuur en beheer van CASAS.

  2. De Commissarissen worden na goedkeuring van de Raad van Ministers door de Minister benoemd voor ten hoogste 3 (drie) jaren en zijn na ommekomst van deze periode terstond herbenoembaar, onverminderd het recht van de Minister de Commissarissen tussentijds te ontslaan na goedkeuring van de Raad van Ministers.

  3. De Minister benoemt ťťn van de Commissarissen tot President-Commissaris en de raad wijst uit haar midden een Secretaris aan en stelt verder haar werkzaamheden onderling vast.

  4. Commissarissen en de Secretaris genieten een door de Minister vast te stellen remuneratie. De remuneratie komt ten laste van de exploitatie van CASAS.

  5. Alle andere niet in deze wet geregelde zaken betreffende de Raad zullen worden vastgesteld in nadere Regelingen.

 

HOOFDSTUK 3

LUCHTVAARTUIGEN

Nationaliteit en Inschrijvingskenmerken

Artikel 6

  1. a. Er is een Surinaams luchtvaartuigregister.
    b. De Directeur is bevoegd om, met inachtneming van de regels in dit hoofdstuk, luchtvaartuigen te registreren.
    c. Het register is ter inzage van het publiek.
    d. Het register bevat informatie over geregistreerde luchtvaartuigen en alle andere voor de luchtvaartindustrie relevante gegevens conform wetgeving terzake.

  2. Het is verboden in Suriname de luchtvaart uit te oefenen met een luchtvaartuig, tenzij het:
    a. geregistreerd is in het Surinaamse luchtvaartuigregister of in het luchtvaartuigregister van een andere Staat, in overeenstemming met internationaal geldende regels en overeenkomsten;
    b. de voorgeschreven nationaliteits- en algemeen aanvaarde inschrijvingskenmerken voert;
    c. is voorzien van een geldig bewijs van inschrijving.

Nationaliteit van Luchtvaartuigen

Artikel 7

  1. Luchtvaartuigen die geregistreerd zijn in het Surinaamse luchtvaartuigregister, hebben de Surinaamse nationaliteit.

  2. Luchtvaartuigen met de Surinaamse nationaliteit mogen niet tegelijkertijd geregistreerd zijn in een andere Staat.

Procedures voor inschrijving of uitschrijving van luchtvaartuigen

Artikel 8

  1. Ingevolge de bepalingen van de Burgerluchtvaartwetgeving kan iedere persoon een luchtvaartuig laten inschrijven in het luchtvaartuigregister van Suriname.

  2. De Directeur is bevoegd de inschrijving van een luchtvaartuig in het luchtvaartuigregister in Suriname toe te staan, te schorsen, weigeren, of uit te schrijven; de normen en procedures voor de inschrijving van een luchtvaartuig, waaronder de vereisten inzake markering en aanbrenging van de Surinaamse nationaliteits- en algemeen aanvaarde inschrijvingskenmerken en enig ander kenmerk als vereist ingevolge een internationale overeenkomst, dienen te worden vastgesteld in de Burgerluchtvaartwetgeving.

Bewijs van Luchtwaardigheid

Artikel 9

  1. Een geldig bewijs van luchtwaardigheid, afgegeven of geldig verklaard door de Staat van registratie van een zich in Suriname bevindend luchtvaartuig, of afgegeven of geaccepteerd als gevolg van een internationale overeenkomst met de Staat van de luchtvaartondernemer wordt door Suriname als geldig erkend indien is voldaan aan de in dit artikel genoemde vereisten.

  2. Een door een andere Staat afgegeven of geaccepteerd bewijs van luchtwaardigheid, wordt als geldig erkend door de Directeur indien de vereisten waaronder een dergelijk bewijs door de betrokken Staat werd afgegeven of geldig verklaard, op zijn minst gelijk zijn aan of liggen boven de minimum normen van luchtwaardigheid conform de Standards and Recommended Practices.

  3. De Directeur is bevoegd tot het afgeven, schorsen, wijzigen of intrekken van een bewijs van luchtwaardigheid voor Surinaamse luchtvaartuigen; de normen, criteria en procedures voor de uitoefening van een dergelijke bevoegdheid zullen worden vastgesteld in de Burgerluchtvaartwetgeving.

  4. De voorwaarden voor de afgifte van een dergelijk bewijs van luchtwaardigheid zullen op zijn minst gelijk zijn aan de Standards and Recommended Practices.

Vlieginstrumenten, Navigatie- en Communicatie-apparatuur en vereisten inzake Bemanning

 Artikel 10

Met in achtneming van de vereisten in de Burgerluchtvaartwetgeving is het verboden een luchtvaartuig in Suriname te exploiteren tenzij:

  1. a. het voorzien is van een geldig bewijs van luchtwaardigheid en voldaan is aan alle daaraan gestelde voorwaarden;
    b. het uitgerust is met vlieginstrumenten, navigatie- en communicatieapparatuur geschikt voor de omstandigheden waaronder een vlucht wordt uitgevoerd; en
    c. het bestuurd wordt door een daartoe geautoriseerde bemanning voorzien van bewijzen van bevoegdheid en/of bevoegdverklaringen.

  2. De normen voor de installatie, de afgifte van de vergunning en het onderhoud van apparatuur van Surinaamse luchtvaartuigen, zoals aangegeven in artikel 10 lid 1, zullen worden vastgesteld in een Staatsbesluit. Deze normen zullen op zijn minst gelijk zijn aan de Standards and Recommended Practices.

  3. De Directeur is bevoegd vast te stellen of er aan de vereisten in dit artikel al dan niet voldaan is. Indien niet dan kan de Directeur de betreffende autorisatie en/of vergunningen, zoals vastgesteld in de Burgerluchtvaartwetgeving, weigeren, schorsen of intrekken.

Documenten aan boord van een luchtvaartuig

Artikel 11

Met in achtneming van de vereisten in de Burgerluchtvaartwetgeving:

  1. dient elk zich in Suriname bevindend luchtvaartuig, afhankelijk van het type luchtvaartuig of de aard van de vluchtuitvoering, de volgende documenten of kopieŽn daarvan, aan boord te hebben:
    a. een geldig bewijs van inschrijving;
    b. een geldig bewijs van luchtwaardigheid of een andere autorisatie voor de vlucht;
    c. een geldig bewijs van bevoegdheid voor elk bemanningslid;
    d. een journaal van een goedgekeurde uitvoering;
    e. de radiovergunning , indien het luchtvaartuig met een zendinstallatie is uitgerust;
    f. de goedgekeurde Aircraft Flight Manual (AFM) en de Operations Manual (OM), voor zover nodig en van toepassing;
    g. de passagierslijst, het beladingsschema en de ladingmanifest, voor zover van toepassing;
    h. een geldige onderhoudsverklaring;
    i. de verzekeringspolis als genoemd in artikel 36 lid 1, voor zover van toepassing;
    j. een kopie van de geldige Vergunning tot Vluchtuitvoering;
    k. een goedgekeurde Minimum Equipment List (MEL);
    l. het geluidscertificaat van het luchtvaartuig, voorzover van toepassing; en
    m. enig ander door de Directeur voorgeschreven document en/of uitrusting die vereist is voor een veilige vluchtuitvoering;

  2. dienen de documenten die zich aan boord van een buitenlands luchtvaartuig bevinden gelijk te zijn met en op zijn minst te voldoen aan de Standards and Recommended Practices;

  3. dienen de vorm en inhoud van het journaal als genoemd in lid 1 sub d van dit artikel te voldoen aan de directieven zoals uitgevaardigd door de Directeur; deze directieven dienen op zijn minst te voldoen aan de Standards and Recommended Practices.

HOOFDSTUK 4

PERSONEEL

Bewijzen van Bevoegdheid

Artikel 12

  1. Geen bemanningslid van een luchtvaartuig dat in Suriname vliegt mag een luchtvaartuig bedienen zonder in het bezit te zijn van een daartoe vereiste, geldig bewijs van bevoegdheid voorzien van de nodige bevoegdverklaringen afgegeven door een lidstaat van de ICAO. De afgifte daarvan dient tenminste overeen te stemmen met de Standards and Recommended Practices.

  2. Het is verboden om een Surinaams luchtvaartuig te besturen, aan boord van een Surinaams luchtvaartuig op te treden als werktuigkundige, in Suriname vliegonderricht te geven op luchtvaartuigen en in Suriname luchtverkeersleidingdiensten te verlenen, tenzij betrokkene in het bezit is van:
    a. een wettelijk vastgesteld identificatiebewijs;
    b. een geldig Surinaams brevet of verklaring van gelijkstelling waarin opgenomen het daartoe vereiste bewijs van bevoegdheid voorzien van de nodige bevoegdverklaringen; en
    c. een daartoe vereiste, geldige Surinaamse medische verklaring.

  3. Het is verboden als grondwerktuigkundige onderhoud te plegen in of aan Surinaamse luchtvaartuigen, tenzij betrokkene in het bezit is van:
    a. een wettelijk vastgesteld identificatiebewijs; en
    b. een geldig Surinaams brevet of verklaring van gelijkstelling waarin opgenomen het daartoe vereiste bewijs van bevoegdheid voorzien van de nodige bevoegdverklaringen.

  4. De Minister kan nadere Regelingen vaststellen met betrekking tot het erkennen van bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen afgegeven door een andere lidstaat van de ICAO - mits de afgifte daarvan in overeenstemming is met de Standards and Recommended Practices - voor:
    a. het besturen van Surinaamse luchtvaartuigen;
    b. het geven van vliegonderricht in Suriname;
    c. het optreden als werktuigkundige aan boord van Surinaamse luchtvaartuigen;
    d. het optreden als grondwerktuigkundige in of aan Surinaamse luchtvaartuigen;
    e. het verrichten van luchtverkeersleidingdiensten in Suriname.

  5. De Directeur is bevoegd nadere regelen vast te stellen met betrekking tot het geheel of gedeeltelijk gelijkstellen van bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen afgegeven door een andere lidstaat van de ICAO, mits de afgifte daarvan tenminste in overeenstemming is met de Standards and Recommended Practices.

  6. De Directeur is na afstemming met de Minister bevoegd in bepaalde gevallen af te wijken van bovenstaande verbodsbepalingen door afgifte van een schriftelijke ontheffing onder bepaalde voorwaarden en van beperkte duur.

  7. Het is een bemanningslid of luchtverkeersleider verboden om alszodanig op te treden, indien hij daartoe medisch ongeschikt is verklaard.

  8. Het bemanningslid is verplicht in het hiervoor in gebruik zijnde logboek aantekening te houden van de tijd, gedurende welke hij dienst heeft gedaan, alsmede van de funkties waarin en de omstandigheden waaronder dit is geschied. De hier bedoelde aantekening geschiedt met een niet gemakkelijk uitwisbaar schrijfmiddel.

  9. Het is een bemanningslid verboden:a. in het logboek onjuiste gegevens of onjuiste aantekeningen te stellen of toe te laten dat zij daarin worden gesteld;b. in het logboek op onverantwoorde wijze wijzigingen aan te brengen, te doen aanbrengen of toe te laten dat wijzigingen daarin worden aangebracht;c. het logboek geheel of ten dele te vernietigen, te doen vernietigen, verborgen te houden of verborgen te doen houden, dan wel toe te laten dat het logboek wordt vernietigd of verborgen of wordt verborgen gehouden.

  10. Bij overtreding van het bepaalde in de leden 8 en 9 van dit artikel zijn de daarop betrekking hebbende bepalingen van het Wetboek van Strafrecht van toepassing.

  11. De Directeur is bevoegd, overeenkomstig bij Staatsbesluit nader vast te stellen regelen, Surinaamse bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen:
    a. af te geven;
    b. te verlengen;
    c. weder geldig te verklaren;
    d. te schorsen; of
    e. in te trekken.

  12. 12. De Directeur is bevoegd, overeenkomstig bij Staatsbesluit nader vast te stellen regelen, Surinaamse medische certificaten ingevolge het Verdrag: a. af te geven; b. te schorsen; of c. in te trekken.

  13. 13. De Directeur is bevoegd, overeenkomstig bij Staatsbesluit nader vast te stellen regelen, eisen te stellen aan het bij het Verdrag aangewezen luchtvaartpersoneel op het gebied van : a. leeftijd; b. opleiding; c. kennis; d. bedrevenheid; e. ervaring; en f. medische gesteldheid.

  14. 14. Als bewijs dat het bij het Verdrag aangewezen personeel voldoet aan de eisen met betrekking tot kennis, bedrevenheid en medische geschiktheid voor het verkrijgen van een bewijs van bevoegdheid of een bevoegdverklaring dient met goed gevolg een theorie-examen en een praktijkexamen te hebben afgelegd, en dient terzake medisch goedgekeurd te zijn.

 

Gezagvoerder van het luchtvaartuig

Artikel 13

  1. Met inachtneming van de in de Burgerluchtvaartwetgeving gestelde vereisten, zal iedere luchtvaartonderneming voor elke vlucht of segment van een vlucht, een gekwalificeerd bemanningslid als gezagvoerder aanwijzen en, waar van toepassing, een ander gekwalificeerd bemanningslid dat het gezagvoerderschap van het luchtvaartuig kan overnemen.

  2. De gezagvoerder van een luchtvaartuig heeft de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor een veilige vluchtuitvoering en zal de veiligheid van het luchtvaartuig waarborgen, alsmede die van personen en goederen aan boord van het luchtvaartuig; hij dient te allen tijde de luchtverkeersregels en de toepasselijke aanwijzingen van de luchtverkeersleiders op te volgen, alle meteorologische en andere relevante informatie op te vragen.

  3. De gezagvoerder van een luchtvaartuig is de hoogste beslissingsbevoegde autoriteit aan boord van een luchtvaartuig.

  4. De gezagvoerder van een luchtvaartuig is bevoegd tot: 
    a. het beperken van de bewegingsvrijheid van personen aan boord, die een bedreiging kunnen vormen voor de veiligheid van de vlucht;
    b. het beschermen van de veiligheid van personen, goederen en dieren aan boord;
    c. het handhaven van de goede orde en discipline aan boord;
    d. het van boord zetten van personen die een bedreiging voor de veiligheid van de vlucht en/of personen en/of goederen aan boord van het luchtvaartuig kunnen vormen;
    e. het visiteren van personen of bagage in het luchtvaartuig en het in bezit nemen van elk voorwerp dat gebruikt zou kunnen worden voor het plegen van enig in de wettelijke regelingen van Suriname, of krachtens nader vast te stellen regelingen, strafbaar gesteld feit.

  5. De Directeur is bevoegd om, in het belang van de veiligheid en beveiliging, additionele taken en verantwoordelijkheden aan de gezagvoerder van een luchtvaartuig op te leggen, die de gezagvoerder dient na te komen.

  6. Niettegenstaande enige voorziening in de Burgerluchtvaartwetgeving mag de gezagvoerder, in het belang van de veiligheid, hiervan afwijken onder voorwaarde dat een schriftelijk gedetailleerd verslag van bedoelde afwijking zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen vijf werkdagen na gepleegde afwijking ter beschikking wordt gesteld van de Directeur.

 

HOOFDSTUK 5

EXPLOITATIE VAN LUCHTVAARTUIGEN

Luchtverkeersregels 

Artikel 14

  1. De Minister zal ten aanzien van het uitvoeren van vluchten binnen Suriname Regelingen vaststellen welke tenminste gelijk zijn aan de Standards and Recommended Practices en die bij Besluit van de Directeur zullen worden gepubliceerd.

  2. Militaire luchtvaartuigen die zich in het Surinaamse luchtruim bevinden, met inbegrip van AIRNAV routes, dienen zich te houden aan het in lid 1 van dit artikel bepaalde.

  3. Geen militair luchtvaartuig van een andere Staat mag vliegen over, of landen in Suriname, behalve wanneer een schriftelijke uitnodiging of toestemming van de Minister, na afstemming met de Minister belast met de zorg voor defensie aangelegenheden, aan die Staat is verleend. De Minister mag bij het geven van de uitnodiging of het verlenen van toestemming aan die Staat tegelijkertijd vrijstelling verlenen van de voorzieningen in de Burgerluchtvaartwetgeving, in de mate en onder de voorwaarden als daarin opgenomen.

Classificatie van het luchtruim en het vaststellen van luchtwegen 

Artikel 15

  1. Er zal een classificatie voor het Surinaamse luchtruim worden vastgesteld in overeenstemming met de Standards and Recommended Practices. Deze zal door de daartoe bevoegde autoriteit worden gepubliceerd.

  2. Door de daartoe bevoegde autoriteit worden luchtwegen vastgesteld waarbinnen luchtvaartuigen zich in het door Suriname gecontroleerde luchtruim moeten verplaatsen.

  3. De gezagvoerder van een luchtvaartuig, dient zich te houden aan de vereisten welke van toepassing zijn op de luchtruimclassificatie van het Surinaamse luchtruim, tenzij bijzondere omstandigheden afwijking daarvan nopen.

  4. Een luchtvaartuig mag zich niet bevinden boven gebieden met vliegbeperkingen, ten aanzien waarvan de bijzonderheden zijn gepubliceerd door de daartoe bevoegde autoriteit.

Algemene verboden activiteiten 

Artikel 16

  1. Met inachtneming van de bepalingen van de Burgerluchtvaartwetgeving zijn onder andere de volgende handelingen en/of activiteiten, verboden: 
    a. het aan boord van een luchtvaartuig hebben van explosieven, wapens, ammunitie, vergif, radioactieve of sterk magnetische materialen, brandgevaarlijke stoffen, zuurstofrijke-, bijtende-, prikkelende-, en onwelriekende stoffen met een sterke geur en andere gevaarlijke goederen;
    b. het lossen van schoten of het lanceren van een projectiel in het luchtruim;
    c. het lanceren van een onbemand luchtvaartuig;
    d. het gebruiken van machines, apparatuur of instrumenten die ingrijpende invloed kunnen hebben op de werking van radiocommunicatie in de burgerluchtvaart, de navigatie, de controle over het luchtvaartuig of daaraan gerelateerde systemen;
    e. het gebruiken van apparatuur die de werking of de deugdelijkheid van luchtvaartnavigatie- apparatuur verzwakt of stoort;
    f. het uitzenden van signalen of het gebruiken van lichten die luchtvaartuigen in gevaar kunnen brengen;
    g. het roken aan boord van een luchtvaartuig.

  2. De Minister kan onder voorwaarde ontheffing van de verboden als bedoeld in lid 1 van dit artikel verlenen. Indien enige ontheffing wordt verleend, moet deze worden uitgevoerd in overeenstemming met de daaraan verbonden voorwaarden, beperkingen en vereisten.

Zoek- en reddingsacties 

Artikel 17

  1. In de Burgerluchtvaartwetgeving zullen voorzieningen worden getroffen ten aanzien van zoek- en reddingsacties dienende tot het verlenen van bijstand aan enig vermist of in nood verkerend luchtvaartuig en/of zeevaartuig in Suriname. De daartoe bevoegde autoriteit is bevoegd maatregelen te coŲrdineren tussen luchtvaartterreinen, plaatselijke publieke diensten, gewapende machten en andere internationale organisaties.

  2. In geval van vermissing van of een in nood verkerend luchtvaartuig dat is geregistreerd in of onder controle valt van een andere Staat, kan de daartoe bevoegde autoriteit toestaan dat de eigenaar of houder van het luchtvaartuig of de autoriteiten van die andere Staat, assistentie verlenen, mits die assistentie te allen tijde onder de controle van de daartoe bevoegde autoriteit valt.

  3. De daartoe bevoegde autoriteit zal binnen haar mogelijkheden gevolg geven aan verzoeken van andere Staten of internationale organisaties om assistentie te verlenen bij zoek- en reddingsacties naar in de aangrenzende Staten of territoriale wateren van Suriname vermiste of in nood verkerende luchtvaartuigen en/of zeevaartuigen.

Ongevallen en voorvallen 

Artikel 18

  1. De Procureur-Generaal van Suriname zal, met in achtneming van de bepalingen van het Verdrag:
    a. bij elk ongeval met een luchtvaartuig in Suriname een Commissie aanwijzen en procedures vaststellen tot het verrichten van een onderzoek;
    b. na overleg met andere relevante autoriteiten van Suriname, de daarvoor in aanmerking komende internationale organisaties, assistentie vragen bij het onderzoek naar het ongeval voorzover zulks verenigbaar is met het richtig verloop van het onderzoek.

  2. Geen bij een ongeval betrokken luchtvaartuig of enig onderdeel daarvan mag zonder voorafgaande toestemming van de Procureur-Generaal, van de plaats van het ongeval worden verwijderd, tenzij zulks geschiedt ter voorkoming van letsel aan personen.

  3. Het doel van het onderzoek naar een ongeval of voorval is om de omstandigheden en vermoedelijke oorzaken vast te stellen.

Het aanwijzen van verboden, beperkte en gevaarlijke gebieden 

Artikel 19

  1. De Minister kan, indien hij zulks in het belang van defensie, openbare orde of veiligheid wenselijk acht:
    :- door aankondiging in de NOTAM of AIP vaststellen dat Suriname of delen daarvan behoort tot een verboden, beperkt en gevaarlijk gebied zoals bedoeld in artikel 15 lid 4 en een bevoegd persoon aanwijzen ter uitvoering van die NOTAM of AIP.

  2. De volgens het vorige lid van dit artikel aan te wijzen persoon treft alle nodige maatregelen, ter uitvoering van die NOTAM of AIP.

  3. Het niet naleven van een NOTAM of AIP levert een overtreding op van de burgerluchtvaartwetgeving en wordt gestraft conform de daarop betrekking hebbende bepaling van het Wetboek van Strafrecht.

 

HOOFDSTUK 6

LUCHTVERVOER

CommerciŽle luchtvaartactiviteiten 

Artikel 20

Het is een luchtvaartonderneming verboden om deel te nemen aan enige commerciŽle luchtvaartactiviteit in, naar of vanuit Suriname, tenzij deze in het bezit is van een geldige Economische Vergunning of een krachtens een internationale overeenkomst vereiste vergunning.

Economische Vergunning Artikel 21 Aan een luchtvaartonderneming zal geen Vergunning tot Vluchtuitvoering worden verleend dan nadat deze van Suriname een Economische Vergunning heeft gekregen of een krachtens een internationale overeenkomst vereiste vergunning.

  1. De geldigheid van de Vergunning tot Vluchtuitvoering wordt afhankelijk gesteld van de geldigheid van de Economische Vergunning.

  2. Onverminderd enige internationale overeenkomst waarbij Suriname partij is, wordt geen Economische Vergunning verleend aan een luchtvaartonderneming, tenzij haar hoofdzetel in Suriname gevestigd is en een aanmerkelijk deel van de eigendom en het daadwerkelijk toezicht bij haar of haar burgers berust.

Afgifte van een Economische Vergunning 

Artikel 22

  1. Bij de afgifte van een Economische Vergunning aan een luchtvaartonderneming neemt de daartoe bevoegde autoriteit de geschiktheid en solvabiliteit van de aanvrager mede in overweging.

  2. Onverminderd het in lid 1 van dit artikel gestelde mag Suriname de luchtvaartonderneming vragen, in het belang van de handhaving van de veiligheid en beveiliging van de burgerluchtvaart, haar veiligheids- en beveiligingsprogramma's ter goedkeuring in te dienen.

Vergunning tot Vluchtuitvoering 

Artikel 23

  1. Onverminderd enige internationale overeenkomst waarbij Suriname partij is zal een luchtvaartonderneming, die voornemens is een Surinaams luchtvaartuig in te zetten voor commerciele activiteiten geen Vergunning tot Vluchtuitvoering worden verleend, tenzij haar hoofdzetel in Suriname gevestigd is en een aanmerkelijk deel van de eigendom en het daadwerkelijk toezicht bij haar of haar burgers berust.

  2. De Vergunning tot Vluchtuitvoering zal de activiteiten van de Economische Vergunning moeten bevatten en zal voldoen aan de criteria en voorwaarden zoals vastgelegd in de Burgerluchtvaartwetgeving.

Afgifte van een vergunning tot Vluchtuitvoering 

Artikel 24

  1. CASAS is bevoegd de Vergunning tot Vluchtuitvoering af te geven.

  2. De criteria en procedure voor het verkrijgen van een Vergunning tot vluchtuitvoering worden vastgelegd in de Burgerluchtvaartwetgeving.

Wijziging, schorsing of intrekking van de Vergunning tot vluchtuitvoering 

Artikel 25

CASAS is bevoegd de Vergunning tot Vluchtuitvoering krachtens nader vast te stellen regelen te wijzigen, schorsen of in te trekken in geval de luchtvaartonderneming, een veilige vluchtuitvoering niet kan garanderen. De intrekking geschiedt na overleg met de Minister.

Luchtvaartactiviteiten, niet zijnde personen/ dieren/ of goederenvervoer Artikel 26

  1. De regels voor het verrichten van luchtvaartactiviteiten, niet zijnde het vervoer van personen, dieren of goederen, zijn vastgelegd in de Burgerluchtvaartwetgeving.

  2. CASAS is bevoegd voorwaarden en beperkingen ten aanzien van de ontplooiing van luchtvaartactiviteiten, niet zijnde het vervoer van personen, dieren of goederen, vast te stellen, daarbij rekening houdende met de ecologische karakteristieken en de bijzondere omstandigheden van het transport en de mensen in dat gebied.

  3. Bij Staatsbesluit worden nadere regelen vastgesteld ten aanzien van het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel.

Algemene luchtvaart 

Artikel 27

  1. De algemene luchtvaart is onderworpen aan de bepalingen van de Burgerluchtvaartwetgeving.

  2. Bij Staatsbesluit worden ten aanzien van het bepaalde in lid 1 van dit artikel nadere regelen vastgesteld.

HOOFDSTUK7

LUCHTVAARTTERREINEN

Aanwijzing van luchtvaartterreinen 

Artikel 28

De Minister is krachtens het Verdrag bevoegd verschillende classificaties van luchtvaartterreinen vast te stellen en bepaalde luchtvaartterreinen aan te wijzen als internationale luchthaven(s) die door luchtvaartondernemingen bij de uitvoering van internationale vluchten zullen worden gebruikt.

Landen op aangewezen luchtvaartterreinen 

Artikel 29

Alle burgerluchtvaartuigen dienen te landen op en op te stijgen van een aangewezen luchtvaartterrein of plaats, tenzij de Minister daarvan ontheffing heeft verleend.

Afgifte van een exploitatie vergunning voor aangewezen luchtvaartterreinen 

Artikel 30

  1. Voor de afgifte, intrekking, wijziging, schorsing of de goedkeuring tot overdracht van een exploitatievergunning voor een aangewezen luchtvaartterrein, stelt de Minister nadere regelen vast bij Staatsbesluit.

  2. Naast deze exploitatievergunning dient de aanvrager bij de Directeur een aanvraag in te dienen ter verkrijging van een technische vergunning.

  3. Een aangewezen luchtvaartterrein dient te worden geŽxploiteerd in overeenstemming met de voorwaarden en condities waaronder de in de leden 1 en 2 genoemde vergunningen zijn afgegeven.

Afgifte van een technische vergunning voor aangewezen luchtvaartterreinen 

Artikel 31

  1. Bij de besluitvorming of een technische vergunning al dan niet zal worden afgegeven zal de Directeur rekening houden met de vereisten inzake veiligheid en beveiliging van de luchtvaart en het milieu, waaronder, voor zover zulks het laatste betreft, de vervuiling en de geluidshinder.

  2. De in lid 1 van dit artikel gestelde vereisten zullen worden vastgesteld in Regelingen en Besluiten, waarbij rekening wordt gehouden met de bepalingen van het Verdrag.

  3. De Directeur is bevoegd bij Besluit nadere regelen vast te stellen ten aanzien van de afgifte, intrekking, wijziging, schorsing of goedkeuring tot overdracht van de technische vergunning voor een aangewezen luchtvaartterrein.

Handhaving van de veiligheid en beveiliging van luchtvaartterreinen 

Artikel 32

De Directeur is belast met het toezicht op de veiligheid en beveiliging van de aangewezen luchtvaartterreinen en bevoegd maatregelen te treffen welke hij nodig acht tot behoud en verhoging van de veiligheid en de beveiliging, met in achtneming van de bepalingen van het Verdrag.

 

HOOFDSTUK 8

AANSPRAKELIJKHEID VAN LUCHTVAARTONDERNEMINGEN

Toepasselijkheid van aansprakelijkheidsverdragen 

Artikel 33

  1. De aansprakelijkheid voor door luchtvaartondernemingen, passagiers, consignanten en consignatarissen en andere personen veroorzaakte schade wordt beheerst door de aansprakelijkheidsverdragen waar Suriname partij bij is en alle wijzigingen van deze verdragen, voorzover zij door Suriname geratificeerd zijn.

  2. Iedere door een luchtvaartonderneming krachtens de in lid 1 van dit artikel bedoelde verdragen uit te keren schadevergoeding geschiedt met uitsluiting van iedere andere vorm van compensatie.

Niet-internationaal Vervoer 

Artikel 34

De bepalingen van artikel 33 zijn van overeenkomstige toepassing op het luchtvervoer, niet zijnde internationaal vervoer.

Aansprakelijkheid van luchtvaartondernemingen tegenover derden op het aardoppervlak Artikel 35

  1. Een luchtvaartonderneming, hetzij een buitenlandse- of een nationale luchtvaartonderneming, is tijdens de vlucht van haar luchtvaartuig aansprakelijk voor schade veroorzaakt door dat luchtvaartuig of door een uit dat luchtvaartuig vallend persoon of voorwerp welke gebeurtenis de dood van of lichamelijk letsel aan personen of schade aan eigendommen van derden op het aardoppervlak tot gevolg heeft; deze aansprakelijkheid wordt beheerst door het Verdrag inzake Schade veroorzaakt door een niet in Suriname geregistreerd luchtvaartuig aan derden op het Aardoppervlak, Rome, 7 oktober 1952, of elke wijziging daarvan, voorzover deze wijziging geratificeerd is door Suriname.

  2. Indien een luchtvaartuig door de beschikkingsbevoegde is overgedragen, verhuurd of in gebruik afgestaan aan een andere persoon gedurende een bepaalde periode en geen enkel bemanningslid van het luchtvaartuig in dienst is van de beschikkingsbevoegde, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing op de persoon aan wie het luchtvaartuig is overgedragen, verhuurd of in gebruik afgestaan.

Minimumvereisten inzake verzekering 

Artikel 36

  1. Iedere luchtvaartonderneming, aan welke een Economische Vergunning is afgegeven onder artikel 22 van deze wet, moet een verzekering afsluiten en instandhouden tot ten minste de in de artikelen 33 en 35 bedoelde verdragen vastgestelde verzekerde sommen ter dekking van de diverse aansprakelijkheden als vastgesteld in de wet .

  2. Het ontbreken van een verzekering als bedoeld in lid 1 van dit artikel zal, naast enige andere civiele of strafrechtelijke sanctie, een grond vormen voor schorsing of intrekking van de Vergunning tot Vluchtuitvoering.

Voorschriften in het Algemeen Belang 

Artikel 37

Bij Staatsbesluit is de Minister bevoegd aanvullende regelen met betrekking tot het bepaalde in de artikelen 33 lid 1 en 35 lid 1 van deze wet in het algemeen belang vast te stellen.

 

HOOFDSTUK 9

BEVEILIGING VAN DE BURGERLUCHTVAART

Toepasselijkheid van de veiligheidsverdragen 

Artikel 38

  1. De bepalingen van de veiligheidsverdragen waar Suriname partij bij is zijn van toepassing op de burgerluchtvaart in Suriname en worden ten uitvoer gelegd of afgedwongen door of namens de Minister, de minister belast met justitiŽle aangelegenheden en andere betrokken ministeries.

  2. De Minister is bevoegd, in overleg met de minister belast met justitiŽle aangelegenheden en andere daarbij betrokken ministeries, Regelingen vast te stellen voor het naleven van de bepalingen van de in lid 1 van dit artikel bedoelde veiligheidsverdragen.

Beveiliging van aangewezen Luchtvaartterreinen 

Artikel 39

  1. Met inachtneming van de bepalingen van het Verdrag dient er een Nationaal Luchtvaartterreinen Beveiligings Programma te worden opgesteld, gericht op het verhogen van de beveiliging van de aangewezen luchtvaartterreinen in Suriname en de verzekering van de naleving van dat Programma.

  2. Het Nationale Luchtvaartterreinen Beveiligings Programma, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, geeft aan welke gedeelten van de aangewezen luchtvaartterreinen beperkt toegankelijk zijn; personen en voertuigen die, zonder de vereiste toestemming van de daartoe bevoegde autoriteit, deze gedeelten betreden kunnen een straf krachtens de nationale wetten opgelegd krijgen.

  3. Het voor de handhaving van de veiligheid en beveiliging van aangewezen luchtvaart-terreinen in Suriname verantwoordelijk personeel is bij nader vast te stellen Regelen bevoegd alle noodzakelijke veiligheidsmaatregelen te treffen ter bescherming van de burgerluchtvaart, waaronder begrepen het aan een onderzoek onderwerpen van passagiers en baggage voorafgaand aan het embarkeren.

  4. a. Bij Staatsbesluit aan te wijzen personen belast met de beveiliging van aangewezen luchtvaartterreinen zijn bevoegd een ieder die van boord wordt gezet uit overwegingen van veiligheid en beveiliging aan te houden en te verbaliseren.
    b. Hij die bedreigt met of gebruik maakt van een vuurwapen, of explosieve stoffen of andere schadelijk materiaal of enig ander gevaarlijk voorwerp, begaat een geweldsdelict tegen een ander persoon die zich in of in de onmiddellijke nabijheid van de vertrek- of aankomstruimten van een aangewezen luchtvaartterrein bevindt, wordt gestraft conform de wet.

 

HOOFDSTUK 10

STRAFBEPALINGEN

Artikel 40

  1. Het overtreden van de bepalingen van de Burgerluchtvaartwetgeving wordt gestraft met een geldboete, confiscatie van goederen of een gevangenisstraf voorgeschreven door de wettelijke regelingen terzake.

  2. Op overtredingen begaan aan boord van een luchtvaartuig is, in die gevallen waarin de jurisdictie van Suriname vaststaat, de nationale wetgeving van Suriname van toepassing.

  3. De straffen opgelegd krachtens deze Wet komen boven op die welke krachtens de Douane regelingen inzake de import of export van goederen en de Immigratie regelingen van Suriname worden opgelegd.

Meldingsplicht 

Artikel 41

  1. Onverminderd enige andere meldingsplicht krachtens de Burgerluchtvaartwetgeving, is een ieder verplicht aan de Directeur melding te doen van:
    a. elke vermoedelijke overtreding van de Burgerluchtvaartwetgeving, door wie dan ook begaan, hetzij in een ambtelijke of burgerlijke hoedanigheid;
    b. elk incident of elke gedraging welke van invloed kan zijn op de veiligheid van de burgerluchtvaart; of
    c. elk ongeval met een luchtvaartuig.

  2. Het niet nakomen van de plicht genoemd in lid 1 van dit artikel wordt gestraft volgens de nationale wetgeving.

  3. Elke melding gedaan ingevolge lid 1 van dit artikel zal terstond worden onderzocht; indien nodig, zullen geŽigende maatregelen worden getroffen.

Vrijstellingen 

Artikel 42

  1. Niettegenstaande enige andere bepaling van deze Wet heeft de Minister de bevoegdheid om een persoon vrijstelling te verlenen van de bepalingen van de Burgerluchtvaartwetgeving, als vaststaat dat het openbaar belang of overwegingen van internationale hoffelijkheid of wederkerigheid deze vrijstelling vereisen.

  2. De Minister kan aan iedere verleende vrijstelling de noodzakelijk geachte bepalingen, beperkingen en voorwaarden verbinden.

Iedere aan een persoon verleende vrijstelling van een bepaling van de Burgerluchtvaart-wetgeving dient op schrift te worden gesteld onder uitdrukkelijke vermelding van de reden daartoe.

Overgangsbepalingen 

Artikel 43

  1. Alle certificaten, bewijzen van bevoegdheid, vergunningen, toestemmingen, machtigingen of enig ander document, vereist krachtens de Burgerluchtvaartwetgeving, afgegeven of verleend door de bevoegde autoriteiten van Suriname vůůr de datum van inwerkingtreding van de Burgerluchtvaartwetgeving, die op die datum geldig en van kracht zijn, blijven van kracht in overeenstemming met de eigen bepalingen.

  2. Bij het verlopen van de geldigheid, of bij elke herziening, heruitgifte of vernieuwing van een dergelijk certificaat, een bewijs van bevoegdheid, een vergunning, toestemming, machtiging of enig ander document dienen de bepalingen van deze Burgerluchtvaartwetgeving volledig te worden toegepast.

  3. Omtrent de in deze wet geregelde onderwerpen of internationale verplichtingen aangaande de burgerluchtvaart, kunnen door de Minister nadere Regelingen worden vastgesteld.

Vervallenverklaring van voorgaande luchtvaartwetgeving 

Artikel 44

Bij inwerkingtreding van deze wet worden vervallen verklaard:

  1. "Het Staatsbesluit van 29 december 1984, ter uitvoering van Artikel 10 van de Surinaamse Luchtvaartwet" 1935 (S.B. 1984 No. 115) .

  2. "Het Staatsbesluit van 27 november 1985, ter uitvoering van Artikel 10 van de Surinaamse Luchtvaartwet " 1935" (S.B. 1985 No. 069)

  3. Het Staatsbesluit van 10 mei 1996 (S.B. 1996 No. 030)

  4. Het Staatsbesluit van 12 mei 1997 (S.B. 1997 No. 019)

  5. Het Staatsbesluit van 17 november 1979 (S.B. 1979 No. 043),

en voorts alle wettelijke bepalingen in strijd met deze wet.

 

Slotartikel 

Artikel 45

  1. Deze wet kan worden aangehaald als "Wet Veiligheid en Beveiliging Burgerluchtvaart".

  2. Zij wordt in het Staatsblad van de Republiek Suriname afgekondigd.

  3. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag volgende op die van haar afkondiging.

  4. De Minister is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze wet.3.

Gegeven te Paramaribo, de 12e maart 2002

R. R. Venetiaan

 

Uitgegeven te Paramaribo, de 11e april 2002

De Minister van Binnenlandse Zaken,

U. Joella-Sewnundun

 


 

MEMORIE VAN TOELICHTING

Hoofdstuksgewijze toelichting

Algemeen. De vigerende Luchtvaartwet voor de Republiek Suriname dateert van 1935 - G.B. 1935 no. 102, - juncto het Staatsbesluit van 1955 (G.B. 1955 No. 069). Deze wet is sterk verouderd. Bepaalde essentiŽle bepalingen komen daarin niet voor. In de loop der jaren hebben zich mondiaal veranderingen voorgedaan die van invloed zijn geweest op de regelgeving in die Staten die over een luchtvaart industrie beschikken. Gaandeweg hebben deze hun Luchtvaartwet aangepast waarbij het accent is gelegd op het beter inzichtelijk en beheersbaar maken van vliegoperaties c.q. het waarborgen van de veiligheid en de beveiliging van de Burgerluchtvaart. De huidige ontwerpwet geeft een duidelijke indicatie over de organisatie, de structuur, de verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Bedoeld wetsontwerp is een weerspiegeling van meerbedoelde mondiale ontwikkelingen en is qua inhoud van zodanige aard dat het niet verwachtbaar is dat deze binnen betrekkelijk korte tijd aan wijzigingen onderhevig zal zijn. Rekening is gehouden met een constructie -internationaal gangbaar - waarbij gebruik gemaakt wordt van regulations (Regelingen) en rules (Besluiten). Indien uit de aard der zaak aanvullingen nodig zijn kan dit eenvoudig en snel worden doorgevoerd door de betreffende Regelingen aan te vullen. Deze Regelingen worden namelijk uitgevaardigd door de Minister die de bevoegdheid daartoe ontleent aan de moederwet. De hoofdlijnen ter regulering van de Burgerluchtvaart zijn in de ontwerpwet terug te vinden. Deze vinden hun oorsprong in het Verdrag van Chicago en de daarbij behorende bijlagen (Annexen) in totaal achttien. De belangrijkste voor de ordening en de handhaving van de veiligheid en beveiliging van de Burgerluchtvaart zijn Annex 1 (bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen), Annex 6 (vliegoperaties), Annex 8 (luchtwaardigheid), Annex 14 (vliegvelden), Annex 17 (aviation security), Annex 18 (vervoer van gevaarlijke stoffen) en Annex 2 (luchtverkeersleiding).

Hoofdstuk 1 Bevat bepalingen waarbij de betekenis van de in de tekst gebruikte luchtvaarttechnische termen, begrippen en afkortingen nader is vastgelegd.

Hoofdstuk 2 Omvat taken en bevoegdheden van de Minister belast met de Burgerluchtvaart en CASAS - Civil Aviation Safety Authority Suriname - . Bij Staatsbesluit, ter uitvoering van deze wet, worden nadere regelen vastgesteld aanziens taken en bevoegdheden van de Directeur CASAS. CASAS is een rechtspersoon. In dit hoofdstuk is tevens enig artikel gewijd aan de aan te wijzen Raad van Toezicht die belast zal zijn met het toezicht op de bedrijfsvoering van CASAS.

Hoofdstuk 3 Bevat bepalingen aanziens het inschrijven en/of uitschrijven van luchtvaartuigen in het Surinaams Luchtvaartuigregister. Na de inwerkingtreding van deze wet zal de inschrijving, en alles wat daarmee verband houdt, door CASAS worden verricht. Het bewijs van luchtwaardigheid is een belangrijke vereiste. Dit document wordt voor een bepaalde periode afgegeven na gehouden inspecties. Evenzo de voor een veilige vluchtuitvoering noodzakelijke uitrusting van een luchtvaartuig en de documenten die tijdens de vluchtuitvoering aan boord van dat luchtvaartuig moeten zijn. Dit is een voor uitbreiding vatbare opsomming omdat de ICAO van tijd tot tijd aanvullingen terzake uitvaardigt.

Hoofdstuk 4 Hierin zijn regels terug te vinden inzake de bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen waarvan een ieder, die een bepaalde functie vervult in relatie tot vluchtuitvoeringen en onderhoud van luchtvaartuigen, dient te zijn voorzien. Een bewijs van bevoegdheid is een document waarin de bevoegdheid van de houder daaarvan binnen de burgerluchtvaart is vastgelegd. De bevoegdverklaring is een aantekening op het bewijs van bevoegdheid aangevende dat de houder van het bewijs van bevoegdheid bevoegd is als bijvoorbeeld Instructeur te fungeren.

Hoofdstuk 5 Bevat regelen inzake het luchtverkeer, classificatie van het luchtruim, de inrichting van luchtwegen, verboden activiteiten, reddings- en zoekacties, alsmede ongevallen en voorvallen.

Hoofdstuk 6 De Economische Vergunning waarin de voorwaarden zijn vastgelegd die commerciŽle operaties mogelijk moet maken is in hoofdstuk 6 geregeld. Niet minder belangrijk is het in bezit hebben van de door CASAS af te geven Vergunning tot Vluchtuitvoering waarin de technische en andere operationele eisen, die de basis vormen voor een veilige vluchtuitvoering, zijn vastgelegd. Deze kan in haar werking worden geschorst of ingetrokken indien naderhand blijkt dat de garanties voor een veilige vluchtuitvoering niet meer bestaan. CommerciŽle activiteiten niet zijnde personen-, goederen- of dierenvervoer zullen bij Staatsbesluit nader worden geregeld en evenzo de algemene luchtvaart. Onder General Aviation - algemene luchtvaart - vallen de vluchtuitvoeringen die geen commercieel karakter dragen.

Hoofdstuk 7 De aanwijzing van luchtvaartterreinen alsmede de uitrusting van de vliegvelden is een absoluut vereiste en is geregeld in Hoofdstuk 7. In de exploitatie vergunning voor de aanwijzing van het luchtvaartterrein zullen o.m. bepalingen worden opgenomen die betrekking hebben op de beveiliging van het aangewezen luchtvaartterrein die hun oorsprong vinden in de multilaterale Verdragen inzake beveiliging van luchthavens. Naast de exploitatievergunning dient de eigenaar van het aangewezen luchtvaartterrein ook in het bezit te zijn van een door de Directeur CASAS af te geven technische vergunning.

Hoofdstuk 8 Bevat essentiŽle bepalingen inzake de aansprakelijkheid van de vervoerder bij het vervoer van personen, bagage, vracht enz. Tevens zijn hierin voorzieningen opgenomen inzake verzekering van luchtvaartuigen en de aansprakelijkheid van luchtvaartondernemingen voor schade veroorzaakt aan personen en eigendommen van derden op het aardoppervlak. Het adagium in deze is dat de te vervoeren of vervoerde personen zekerheid moeten hebben dat hun nagelaten betrekkingen, onder bepaalde omstandigheden, aanspraak maken op een vergoeding.

Hoofdstuk 9 Regelt in het algemeen de beteugeling van of het voorkomen van onrechtmatige handelingen tegen de burgerluchtvaart en sabotage aan de installaties op de luchtvaartterreinen, zoals vastgelegd in de Verdragen van Tokio van 1963, Den Haag van 1970, Montreal van 1971. De straffen opgenomen in de Verdragen van Tokio van 1963, Den Haag 1970 en Montreal 1971 zijn terug te vinden in het Wetboek van strafrecht. Zie ook het Protocol van 1988 en het Verdrag van 1991.

In Hoofdstuk 10 Zijn sancties opgenomen welke van toepassing zijn bij overtreding van enige wettelijke bepaling van de Burgerluchtvaartwet. Tevens wordt van een ieder die op enigerlei wijze kennis draagt van een overtreding verlangd dat hij daarvan kennis geeft op de daarin voorgeschreven wijze en aan de persoon die bevoegd is daarvan kennis te nemen.

De opname van de bepaling inzake het verlenen van vrijstelling van betaling van vergoedingen aan bepaalde groepen of personen op basis van reciprociteit is internationaal gangbaar. Bij inwerkingtreding van deze wet komen bestaande wettelijke regelingen, voorzover hiermee strijdig, te vervallen.

 

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Dit artikel geeft de begripsbepalingen aan die nadere verduidelijking inhouden van de verschillende in de tekst voorkomende afkortingen en luchtvaarttechnische begrippen.

Artikel 2 Vastlegging van de taken van de Minister is noodzakelijk. In de vigerende wetgeving ontbreekt een dergelijke essentiŽle bepaling. De organisatie is wat de opzet en structuur betreft een weerspiegeling van Document 8335 van de ICAO.

Artikel 3 De vastlegging van taken en bevoegdheden van de Minister spruit voort uit een internationale verplichting inzonderheid die welke betrekking heeft op de verantwoordelijkheid voor de Burgerluchtvaart in Suriname.

Artikel 4 Bij deze wet wordt ingesteld de Civil Aviation Safety Authority Suriname, afgekort CASAS. CASAS is een rechtspersoon. Bij de inwerkingtreding van deze wet komt het Staatsbesluit van 12 mei 1997 (S.R.S. 1997 no. 20) te vervallen en wordt vervangen door een ander Staatsbesluit waarin de taken en bevoegdheden gedetailleerd zullen worden opgenomen. Dit Staatsbesluit zal dan het karakter dragen van een uitvoeringsbepaling van deze wet. De opbrengsten van CASAS verkregen uit de dienstverlening aan derden zullen worden aangewend voor dekking van de exploitatie en andere kosten.

Artikel 5 De aanwijzing van een Raad van Commissarissen is bedoeld om toezicht op het bestuur en beheer van de Directeur uit te oefenen. De Raad bestaat uit tenminste 5 (vijf) en ten hoogste 7 (zeven) leden. Andere zaken de Raad betreffende zullen bij Regelingen (Beschikking) worden vastgesteld.

Artikel 6 De bepalingen opgenomen in dit artikel inzake nationaliteit en inschrijvingskenmerken zijn een weerspiegeling van Bijlage 7 behorende bij het Verdrag van Chicago krachtens welke luchtvaartuigen kunnen worden ingeschreven in het Luchtvaartuigregister. Het nationaliteitskenmerk is een aanduiding die aangeeft dat het betreffende luchtvaartuig tot een bepaalde Staat behoort c.q onder jurisdictie van die Staat valt en dus de regelgeving van die Staat daarop van toepassing is. Het registratiekenmerk is het bewijs van de inschrijving. Indien het betreffende luchtvaartuig zich in het buitenland bevindt kan door de luchtvaartautoriteiten aldaar worden vastgesteld met wie onder bepaalde omstandigheden contact kan worden opgenomen.

Artikel 7 Behoeft geen nadere toelichting

Artikel 8 Regelt de in- en uitschrijvingprocedure. Als een luchtvaartuig eenmaal is ingeschreven in een luchtvaartuigregister kan het onder bepaalde omstandigheden worden uitgeschreven c.q. kan door de eigenaar om doorhaling van de inschrijving worden gevraagd. Dit doet zich namelijk voor bij verandering van de eigendom van het luchtvaartuig of indien het, na een ongeval, niet meer in luchtwaardige toestand kan worden gebracht.

Artikel 9 Door de afgifte van een bewijs van luchtwaardigheid wordt aangegeven dat het luchtvaartuig in luchtwaardige toestand verkeert. Aan de afgifte daarvan gaat vooraf een technisch onderzoek, uitgevoerd door inspecteurs. De eisen voor de afgifte van een bewijs van luchtwaardigheid zijn gelijk of liggen boven de minimale normen van de ICAO, zoals vastgelegd in de betreffende Standards en Recommended Practices (bijlage 8 van het Verdrag). Een door een andere Staat afgegeven bewijs van luchtwaardigheid kan worden erkend of geaccepteerd als gevolg van een internationale overeenkomst met de Staat van de luchtvaartondernemer. Een bewijs van luchtwaardigheid kan worden geschorst, gewijzigd of ingetrokken indien zulks in het belang van de veiligheid noodzakelijk blijkt te zijn.

Artikel 10 Bevat regels ten aanzien van de uitrusting van het luchtvaartuig met vlieg, navigatie- en communicatie-apparatuur, dewelke van groot belang zijn voor een veilige vluchtuitvoering en de navigatie van het luchtvaartuig. De luchtwaardigheid heeft namelijk niet alleen betrekking op het mechanische gedeelte van het luchtvaartuig maar ook op de vereiste uitrusting met vlieginstrumenten, navigatie- en communicatie-apparatuur en de deugdelijke werking daarvan.

Artikel 11 Dit is ook ťťn der vereisten van het Verdrag en daarbij behorende Bijlagen waarbij uitdrukkelijk is bepaald welke documenten aan boord van het luchtvaartuig aanwezig moeten zijn tijdens de uitvoering van een vlucht. Dit artikel bevat een zeer gedetailleerde doch niet limitatieve opsomming van de documenten. Het is voor uitbreiding vatbaar omdat de internationale regelgeving op dit stuk aanvullende regels kan uitvaardigen naar de betreffende lidstaten van de ICAO. De reden van deze bepaling is om onder bepaalde omstandigheden te kunnen vaststellen tot welke Staat het luchtvaartuig behoort. Nationaal en Internationaal kan bij controle worden gevraagd de documenten ter inzage af te staan.

Artikel 12 Dit artikel bevat regels ten aanzien van de personen die een bepaalde functie hebben in de burgerluchtvaart en die op grond daarvan van een bewijs van bevoegdheid en/of bevoegdverklaring moeten zijn voorzien, met name bestuurders van luchtvaartuigen, grondwerktuigkundigen, luchtverkeersleiders enz. Deze bepalingen zijn terug te vinden in Bijlage 1 van het Verdrag. Bij Staatsbesluit worden te dien aanzien nadere regelen vastgesteld, als uitvoeringsbepaling op deze wet.

Wanneer in de tekst gesproken wordt over een bewijs van bevoegdheid wordt daarmee bedoeld een document waarin is aangegeven welke functie de houder daarvan mag uitoefenen en de daaraan verbonden bevoegdheden. Het begrip bevoegdverklaring duidt op een aantekening op het bewijs van bevoegdheid die de houder de bevoegdheid geeft om bijv. als instructeur te fungeren of de uitoefening van een bepaalde functie op een bepaald type luchtvaartuig. Deze regel geeft ook duidelijk aan dat onder bepaalde omstandigheden het bewijs van bevoegdheid kan worden geschorst of ingetrokken. Suriname kent het systeem van afgifte van een eigen vliegbewijs (Private Pilot License) omdat deze opleiding lokaal wel verzorgd wordt. CommerciŽle bewijzen van bevoegdheid worden in Suriname niet verstrekt doch slechts erkend of gelijk gesteld mits het buitenlands bewijs van bevoegdheid bij de aanbieding voor erkenning of geldigverklaring nog geldig is en de afgifte in het buitenland heeft plaatsgehad op basis van regels die gelijk zijn aan de minimale vereisten of indien die hoger liggen, zoals vermeld in bijlage 1 (Bewijzen van Bevoegdheid) van het Verdrag.

Artikel 13 Het is een gegeven dat een daartoe bevoegd en deugdelijk gekwalificeerd persoon, tijdens de uitvoering van een vlucht, optreedt als gezagvoerder. Afhankelijk van het type luchtvaartuig zal de gezagvoerder een tweede gekwalificeerd persoon aanwijzen om de functie van assistent-gezagvoerder uit te oefenen. De bevoegdheden van een gezagvoerder zijn hierin ook terug te vinden. De Directeur is echter bevoegd om onder bepaalde omstandigheden de gezagvoerder te belasten met additionele taken en verantwoordelijkheden in het belang van de veiligheid of beveiliging. Afhankelijk van de omstandigheden kunnen de additionele taken schriftelijk aan de luchtvaartonderneming worden doorgegeven.

Artikel 14 Hierin zijn bepalingen met betrekking tot vluchtuitvoeringen binnen het Surinaamse luchtruim terug te vinden. Buitenlandse militaire luchtvaartuigen mogen niet vliegen over of landen in Suriname, tenzij deze in het bezit zijn van een schriftelijke uitnodiging of toestemming van de Minister.

Artikel 15 Met dit artikel wordt beoogd een classificatie van het luchtruim vast te stellen, het een en ander. met in achtneming van hetgeen te dien aanzien in de Standards en Recommended Practices van het Verdrag is opgenomen. In het algemeen dient de gezagvoerder zich strikt te houden aan de instructies van de daartoe bevoegde autoriteiten c.q dienstverlenende organen. Geen vluchten mogen worden uitgevoerd boven gebieden met vliegbeperkingen.

Artikel 16 De in dit artikel vermelde opsomming van verboden activiteiten, waaraan in verband met de vliegveiligheid en de beveiliging stipt de hand dient te worden gehouden, zijn van eminent belang. Hiervan kan door de Minister schriftelijk ontheffing worden verleend onder daarin aan te geven voorwaarden. Van deze voorwaarden mag niet worden afgeweken.

Artikel 17 Zoek- en reddingsacties vormen een belangrijk onderdeel van te ondernemen acties bij gevallen waarin een (lucht)vaartuig in nood verkeert of vermist wordt. Aan de Directeur wordt daarin een coŲrdinerende taak toebedeeld.

Artikel 18 Dit artikel handelt over ongevallen en voorvallen. Zoals internationaal voorgeschreven (Bijlage 13 van het Verdrag) dient ieder voorval of ongeval door de Staat of door derden op verzoek van de betreffende Staat, te worden onderzocht teneinde inzicht te krijgen in de vermoedelijke oorzaak van het voorval of ongeval. De reden hiervan is gelegen in het feit dat door vaststelling van de oorzaak en omstandigheden van het ongeval kan worden gewerkt naar een situatie waarbij in de toekomst herhaling van soortgelijke gevallen wordt voorkomen. Als het een verborgen gebrek dat zich reeds eerder heeft voorgedaan bij bepaalde typen luchtvaartuigen betreft zal de fabrikant de nodige acties ondernemen.

Artikel 19 De Minister heeft de bevoegdheid om, in het belang van de openbare orde of veiligheid, delen van het luchtruim aan te wijzen binnen welke geen vluchten mogen worden uitgevoerd zulks om redenen van Staatsveiligheid of de vluchtuitvoering beperken. De Minister kan ook delen van het luchtruim als gevaarlijk gebied aanwijzen. Dergelijke verbodsbepalingen of beperkingen dienen terstond bij Notam ( Notice to Airmen - Bekendmaking aan Luchtvarenden -) bekendgemaakt te worden met gelijktijdige opname in de betreffende AIP (Aeronautical Information Publication - Luchtvaart Informatie Gids). Belanghebbenden kunnen te allen tijde deze publikatiebronnen raadplegen.

Artikel 20 Het is niet toegestaan commerciŽle vluchten uit te voeren tenzij de luchtvaartonderneming in het bezit is van een geldige Economische Vergunning of een krachtens een internationale overeenkomst vereiste vergunning.

Artikel 21 Dit artikel geeft aan dat aan de luchtvaartonderneming geen Vergunning tot Vluchtuitvoering wordt afgegeven zolang deze niet in het bezit is van een door de Minister afgegeven Economische Vergunning. Doorgaans wordt met het oog op te plegen investeringen door de luchtvaartonderneming de Economische Vergunning afgegeven voor de duur van ten hoogste 5 jaren.

Artikel 22 Hierin zijn vereisten opgenomen waaraan de aanvrager voor de afgifte van een Economische Vergunning moet voldoen. De Minister neemt, wanneer het een buitenlandse luchtvaartonderneming betreft, tevens in overweging het bestaan van een internationale lucht-transportovereenkomst gesloten tussen Suriname en de desbetreffende Staat. Aangezien "aviation security" voor de beveiliging van de burgerluchtvaart van eminent belang is mag de Minister aan de verlening van de Economische Vergunning tevens de voorwaarde verbinden tot indiening van een beveiligingsprogramma door de luchtvaartonderneming.

Artikel 23 Aan de luchtvaartonderneming zal geen Vergunning tot Vluchtuitvoering worden verstrekt tenzij vaststaat dat haar hoofdzetel in Suriname gevestigd is en het luchtvaartuig eigendom is van en geŽxploiteerd wordt door een Surinaamse rechtpersoon.

Artikel 24 De eisen, criteria en procedures voor de afgifte van de Vergunning tot Vluchtuitvoering zullen bij Regelingen worden vastgesteld. Deze vergunning draagt een technisch karakter waaraan vooraf gaat een technische evaluatie.

Artikel 25 Dit artikel schrijft voor dat een afgegeven Vergunning tot Vluchtuitvoering kan worden gewijzigd, geschorst of ingetrokken indien naderhand blijkt dat de luchtvaartonderneming niet in staat is de veiligheid te blijven garanderen.

Artikel 26 Onder de bepalingen van dit artikel vallen o.m. luchtfotografische opnamen en landbouw bespuitingactiviteiten zoals de inzaai, bemesting enz.; nieuw in dit artikel is de bepaling dat bij de uitvoering van deze werkzaamheden rekening zal moeten worden gehouden met de ecologische karakteristieken van het gebied en de bescherming van mensen en dieren tegen de schadelijke gevolgen van de te gebruiken bespuitingsmiddelen. Hiermede geeft Suriname op dit stuk tevens uitvoering aan internationale bepalingen die beogen het milieu en de mensen te beschermen. Deze activiteit valt internationaal onder de classificatie "Aerial works".

Artikel 27 Onder Algemene Luchtvaart - General Aviation - wordt verstaan het gebruik van privť luchtvaartuigen voor andere dan commerciŽle doeleinden. De uitvoering van commerciŽle vluchten kan alleen geschieden wanneer de luchtvaartonderneming in het bezit is van een Economische Vergunning en de Vergunning tot Vluchtuitvoering.

Artikel 28 De luchtvaartterreinen zullen bij beschikking door de Minister worden aangewezen waarin bepalingen en voorwaarden voor het gebruik zijn opgenomen. De aangewezen luchtvaartterreinen die voor internationaal vervoer worden gebruikt zullen onder nader vast te stellen classificaties vallen. Bij Regelingen zullen nadere regelen worden vastgesteld waarin o.m. vastgesteld zal worden wie bevoegd is met de afgifte van de technische en operationele vergunning voor de aangewezen luchtvaartterreinen.

Artikel 29 Het landen en opstijgen mag uitsluitend geschieden op of vanuit een daartoe aangewezen luchtvaartterrein of plaats. (Annex 14 van het Verdrag). Van deze bepaling kan de Minister ontheffing verlenen onder door hem te stellen voorwaarden.

Artikel 30 Voor de exploitatie van een aangewezen luchtvaartterrein geeft de Minister een exploitatie vergunning af gevolgd door een door de Directeur af te geven technische vergunning. De exploitatie van het aangewezen luchtvaartterrein geschiedt in overeenstemming met de voorwaarden en bepalingen van de afgegeven vergunningen (Annex 14 van het Verdrag).

Artikel 31 Dit artikel bevat bepalingen c.q. criteria voor de afgifte van een technische vergunning voor de exploitatie van een aangewezen luchtvaartterrein. De te stellen eisen hebben betrekking op de veiligheid, de beveiliging, geluidshinder, milieu aspecten en de uitrusting van het aangewezen luchtvaartterrein. In casu gaat het om de nakoming van de bepalingen van de Bijlagen van het Verdrag te weten: 6, 14, 16 en 17. Bijlage 6 heeft betrekking op de controle op vliegoperaties, Bijlage 14 bevat voorschriften over luchtvaartterreinen, Bijlage 16 handelt over milieu aspecten en geluidshinder en Bijlage 17 handelt over aviation security.

Artikel 32 In dit artikel is vastgesteld dat de Directeur belast is met het toezicht op de veiligheid en de beveiliging van de aangewezen luchtvaartterreinen waarbij hij maatregelen kan treffen in het belang van de veiligheid en de beveiliging.

Artikel 33 Dit artikel heeft betrekking op de aansprakelijkheid van de luchtvaartonderneming aanziens schade veroorzaakt aan de vervoerde vracht, letsel aan de passagier of de dood van de passagier. De opname van bepalingen als de onderhavige verschaft de gebruikers van het luchtvaartuig zekerheid dat in voorkomende gevallen ergens verhaal kan worden gezocht voor de door hen geleden schade en/of voor ongevallen de dood tengevolge hebbende.

Artikel 34 De opname van deze bepaling is noodzakelijk teneinde de gebruikers van dat luchtvaartuig niet in onzekerheid te laten over het toepasselijke aansprakelijkheidsregieme bij deelname aan het nationaal vervoer.

Artikel 35 In dit artikel zijn regels terug te vinden ten aanzien van schade veroorzaakt door het luchtvaartuig tijdens de vluchtuitvoering van een met in Suriname geregistreerd luchtvaartuig aan derden of een uit het luchtvaartuig vallend persoon of voorwerp op het aardoppervlak, waaronder wordt verstaan letsel aan personen, de dood van een persoon tot gevolg hebbende en schade aan eigendommen op het aardoppervlak. Deze bepalingen zijn opgenomen in het Verdrag van Rome van 1952.

Artikel 36 Dit artikel bevat een dwingend voorschrift inzake het aangaan van een verzekeringsovereenkomst door de luchtvaartonderneming met een gerenommeerde verzekeraar. Niet nakoming van deze verplichting kan schorsing of intrekking van de Vergunning tot Vluchtuitvoering tot gevolg hebben waardoor de Economische Vergunning krachteloos wordt. De luchtvaartonderneming moet ervoor zorgen dat de verzekerings-overeenkomst geldig blijft en dat de verzekering adequate dekking biedt aan belanghebbenden. De verzekeringsovereenkomst of een kopie daarvan dient steeds aan boord aanwezig te zijn, terwijl de ondernemer tevens gehouden is een gewaarmerkte kopie van de verzekeringsovereenkomst bij CASAS in te dienen alsook iedere wijziging daarop.

Artikel 37 In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 33 en 35 kan de Minister bij Staatsbesluit in het algemeen belang aanvullende regelen vaststellen, mits die niet in strijd zijn met de bepalingen van hoofdstuk 8 van deze wet.

Artikel 38 De inhoud van dit artikel heeft betrekking op de beveiliging van de burgerluchtvaart. Zoals bekend zijn de regels met betrekking tot beveiliging van de burgerluchtvaart, opgenomen in de multilaterale verdragen van Tokio van 1963, Den Haag van 1970, Montreal van 1971. Gedragingen die tot doel hebben de beveiliging van de burgerluchtvaart in gevaar te brengen zijn, zoals aangegeven in de hier genoemde Verdragen, in het Surinaams Wetboek van Strafrecht strafbaar gesteld.

Artikel 39 Dit artikel bevat bepalingen die betrekking hebben op een belangrijk aspect in de burgerluchtvaart namelijk de beveiliging van de aangewezen luchtvaartterreinen. Zo mogen personen zich niet onbevoegdelijk op of in de nabijheid van de aangewezen luchtvaartterreinen bevinden op straffe van tegen hen te treffen rechtsmaatregelen. In dit kader moet ook worden geplaatst het onderzoek van passagiers en vracht.

Artikel 40 Dit artikel bevat bepalingen inzake overtredingen en de daaraan verbonden administratieve en strafrechterlijke sancties. Naast de in de leden 1 tot en met 4 aangegeven strafbare gedragingen kan de Directeur, voor zover de wet daarin niet voorziet, besluiten uitvaardigen ter regeling van administratieve sancties enz., mits die verenigbaar zijn met het doel van deze wet.

Artikel 41 Aan de Minister wordt de bevoegdheid toegekend om vrijstelling te verlenen van enige bepaling van de Burgerluchtvaartwetgeving wanneer die ontheffing steunt op basis van reciprociteit. Behalve de beperkingen en voorwaarden zal ook uitdrukkelijke vermelding van de duur van de vrijstelling dienen plaats te vinden zomede regeling van de aansprakelijkheid.

Artikel 42 Is uit de tekst van het ontwerp gelicht en wordt opgenomen in de Akte van Wijziging.

Artikel 43 Met de bepaling van dit artikel wordt beoogd de geldigheid van afgegeven bewijzen van bevoegdheid, enig ander document of machtiging te waarborgen totdat de geldigheid van die documenten op een normale wijze is verlopen in welk geval de bepalingen van de nieuwe wet in volle omvang zullen worden toegepast.

Artikel 44 Zodra deze wet rechtskracht heeft bekomen worden de regelingen genoemd onder 1 tot en met 5 vervallen verklaard alsmede andere bepalingen die strijdig zijn aan deze wet. Voor deze constructie is gekozen omdat niet bekend is of er nog andere regelingen bestaan die direct of indirect verband houden met de luchtvaart.

Artikel 45 Behoeft geen nadere toelichting.

De structuur van de Burgerluchtvaartwetgeving omvat de Burgerluchtvaartwet, Wet Veiligheid en Beveiliging Burgerluchtvaart in Suriname, de Regelingen, de Besluiten. De Regelingen dragen het karakter van een Ministeriele beschikking. Het toepassingsgebied van de regelgeving is niet beperkt tot in Suriname geregistreerde luchtvaartuigen maar ook op vreemde luchtvaartuigen die zich bevinden in het Surinaamse luchtruim.

Paramaribo, 12 maart 2002

R.R. Venetiaan